-
rul-20241105-rulov-000003
X heeft verzocht om bevestiging dat zij met terugwerkende kracht naar 1 januari 2023 grensoverschrijdend juridisch gefuseerd is in Y voor de toepassing van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek om terugwerkende kracht is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. De transactie zal in beginsel in het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20241015-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale gevolgen van een verhoging van de nominale waarde van het aandelenkapitaal. Het verzoek ziet op het jaar 2024. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20240917-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. 20240917 RULOV 000012Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 13 juni 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240827-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Daarnaast heeft X verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden en de aangifteplicht voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. X is inwoner van verdragsland A op grond van artikel 4, derde lid, van het belastingverdrag. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Deze overeenkomst geldt voor de jaren 2024 tot en met 2028.
-
rul-20240709-rulov-000005
X en Y hebben verzocht om zekerheid vooraf dat zij na een voorgenomen verplaatsing van hun feitelijke leiding kwalificeren als verdragsinwoner van een andere staat van de Europese Unie (EU) op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat (staat A). Ook verzoeken X en Y om zekerheid vooraf over de inperking van het heffingsrecht van Nederland ter zake van toekomstige dividenden die aan aandeelhouders van X en Y betaald worden voor zover de aandeelhouders van X en Y geen inwoner van Nederland zijn. Daarnaast hebben X en Y verzocht om zekerheid vooraf dat hun belastingplicht voor de vennootschapsbelasting in Nederland eindigt na verplaatsing van de feitelijke leiding. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Na verplaatsing van de feitelijke leiding zijn X en Y inwoner van staat A op grond van artikel 4 van het belastingverdrag tussen Nederland en de staat A. X en Y blijven inhoudingsplichtig voor de Wet DB maar Nederland wordt – gezien de buiten Nederland gevestigde aandeelhouders van X en Y – in haar heffingsrecht beperkt. Tot slot is het verzoek tot ontheffing van het doen van aangiften vennootschapsbelasting door X en Y afgewezen en zullen deze aangiften in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240702-rulov-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf inzake de toewijzing van heffingsrechten inzake voordelen uit de exploitatie van schepen in het internationale verkeer en de toewijzing van vermogenswinsten ten aanzien van dergelijke schepen onder het van toepassing zijnde belastingverdrag. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Nederland wordt beperkt in haar nationale heffingsrecht voor zover het voordelen van Y betreft uit de exploitatie van schepen in het internationale verkeer waarvan de onderneming geleid wordt vanuit verdragsland A. Dit geldt ook voor vermogenswinsten die Y realiseert ten aanzien van dergelijke schepen. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240702-rulov-000004
X en Y hebben verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale behandeling van een grensoverschrijdende financieringstransactie die zij overwegen aan te gaan. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Indien de grensoverschrijdende financieringstransactie geïmplementeerd wordt, zal deze in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20240625-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf voor het feit dat Nederland beperkt wordt in haar nationale heffingsrecht inzake inkomsten van X in Nederland uit internationale vervoersactiviteiten. Dit vanwege de toepassing van het relevante belastingverdrag met verdragsland A. X wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De activiteiten van X in Nederland kwalificeren als internationale luchtvaartactiviteiten. Nederland wordt beperkt in haar nationale heffingsrecht op basis van het relevante belastingverdrag. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20240618-rulov-000003
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of zij in Nederland gevestigd zal zijn. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. X is niet binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 13 oktober 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20240521-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat na een voorgenomen herstructurering zij verdragsinwoner wordt van een ander land en dat de toepassing van artikel 15c van de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) niet leidt tot verschuldigde vennootschapsbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de inhoudingsplicht van Y na de herstructurering voor dividenden aan X. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Beoordeling van de relevante transacties zal in het kader van het reguliere toezicht plaatsvinden indien de herstructurering doorgaat.
-
rul-20240514-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het voorgaande. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20240430-rulov-000007
Er is een verzoek ingediend om zekerheid vooraf over de waarde van een grensoverschrijdende vordering op het moment van omzetting van de vordering in aandelenkapitaal van de debiteur. Het verzoek ziet op het jaar 2022. X heeft medio 2022 een vordering op de buitenlandse deelneming A omgezet in aandelenkapitaal. De op dat moment te hanteren waarde van de vordering is een bedrag tussen de nominale waarde van de vordering en de koopprijs die tussen X en Y in 2021 is gehanteerd voor de vordering. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20240423-rulov-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij na een grensoverschrijdende juridische fusie waarbij zij als verkrijgende vennootschap betrokken is, gevestigd is in Nederland op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. X is op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR in Nederland gevestigd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, die geldt voor de boekjaren 2023 tot en met 2027.
-
rul-20240423-rulov-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024). Men wenst zekerheid vooraf voor de verslagjaren 2024/2025 tot en met 2028/2029. De overeenkomst tussen Y en C kwalificeert als een met een licentie vergelijkbare regeling van een overheid voor het gebruik van een in een staat gelegen onroerende zaak dat een aanzienlijke investering in materiële activa met zich brengt als bedoeld in artikel 7.3, zevende lid juncto artikel 7.3, achtste lid, onderdeel b, en artikel 8.3, eerste lid, juncto artikel 8.3, elfde lid, onderdeel c, onder 4, van de Wmb 2024. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2024 tot en met 30 september 2029.
-
rul-20240416-rulov-000009
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of een terugbetaling van het gestort kapitaal met de herbeleggingsreserve daarin begrepen resulteert in opbrengst voor de dividendbelasting. De gevraagde zekerheid ziet op het jaar 2024. De terugbetaling van het gestort kapitaal door X, met daarin de herbeleggingsreserve begrepen, resulteert niet in opbrengst voor de Wet DB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20240416-rulov-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de omzetting van grensoverschrijdende vorderingen in aandelenkapitaal resulteert in belastbare winst voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) bij de debiteur. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2022. De debt for equity swaps door A, B en C in X en de daaropvolgende stortingen in Y en Z, resulteren niet in belastbare winst voor de Wet Vpb bij de fiscale eenheid. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20240409-rulov-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X als vrijgestelde organisatie kwalificeert in de zin van het relevante belastingverdrag en ten aanzien van haar indirecte Nederlandse inkomsten verdragsvoordelen geniet en de gevolgen hiervan voor de buitenlandse belastingplicht van Y. Op basis van het relevante belastingverdrag wordt het Nederlands inkomen uit vastgoed verkregen door Y aangemerkt als zijnde verkregen door X pro rata het belang van X in Y. X kwalificeert als vrijgestelde organisatie in de zin van het relevante belastingverdrag en kan aanspraak maken op verdragsvoordelen ten aanzien van haar Nederlands inkomen uit vastgoed voor zover de investering het karakter van normaal vermogensbeheer niet ontstijgt. Als gevolg daarvan wordt Nederland beperkt in haar nationale heffingsrecht voor het Nederlands inkomen uit vastgoed van Y voor zover dit toekomt aan X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240402-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 november 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20240402-rulov-000005
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of een terugbetaling van het gestort kapitaal met de herbeleggingsreserve daarin begrepen resulteert in opbrengst voor de dividendbelasting. De terugbetaling van het gestort kapitaal door X, met daarin de herbeleggingsreserve begrepen, resulteert niet in opbrengst voor de Wet DB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20240312-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de omvang van de afdracht van dividendbelasting voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 en 2025. De omvang van de afdracht van dividendbelasting wordt kort voor elke terbeschikkingstelling van een opbrengst in de zin van artikel 3 Wet DB, vastgesteld op grond van een met de Belastingdienst overeengekomen benaderingsmethodiek van dat gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland. Op basis van artikel 6 van de Wet DB zal de opbrengst worden gebruteerd, tenzij een inhoudingsvrijstelling van toepassing is. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20240305-rulov-000009
Er is een gecombineerd verzoek ingediend door X en Y voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van (fraus legis van) artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek ziet op de jaren 2021 tot en met 2027. De aangiften vennootschapsbelasting van Y zijn ingediend tot en met het jaar 2022. De rente die X verschuldigd is aan Z ter zake van de geldleningen is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb vanwege een succesvol beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid onder a van de Wet Vpb. Er is geen sprake van fraus legis van artikel 10a van de Wet Vpb door X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027. 20240305 RULOV 000009Door de indiening van de aangiften vennootschapsbelasting van Y is er voor de jaren 2021 en 2022 geen sprake meer van zekerheid vooraf in de zin van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
-
rul-20240305-rulov-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240227-rulov-000003
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf inzake de toepassing van het tonnageregime en de vaststelling van de winst uit zeescheepvaart voor de gebroken boekjaren 2024/2025 tot en met 2028/2029. X kwalificeert voor de tonnageregeling. De behaalde winst uit zeescheepvaart die kan worden toegerekend aan de door X geëxploiteerde zeeschepen kan op grond van artikel 8, eerste lid, Wet Vpb juncto artikel 3.23, eerste lid Wet IB forfaitair worden vastgesteld op basis van de tonnage van de zeeschepen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2029.
-
rul-20240213-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vaststelling van het aanwezige fiscaal erkend kapitaal na een voorgenomen herstructurering. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20240206-rulov-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de verrekening van buitenlandse bronbelasting. Men wenst zekerheid voor het gebroken boekjaar 2022/2023. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte vennootschapsbelasting.
-
rul-20240116-rulov-000018
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2021. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat geen sprake (meer) is van een ruling met internationaal karakter als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek om vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transacties zullen worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20240109-rulov-000007
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf inzake de toepassing van het tonnageregime en de vaststelling van de winst uit zeescheepvaart voor de boekjaren 2021/2022 tot en met 2030/2031. X kwalificeert voor de tonnageregeling. De behaalde winst uit zeescheepvaart welke kan worden toegerekend aan de door X geëxploiteerde zeeschepen kan op grond van artikel 8, eerste lid, Wet Vpb juncto artikel 3.23, eerste lid Wet IB forfaitair worden vastgesteld op basis van de tonnage van het zeeschip. Voor de geldigheidsduur van deze overeenkomst sluiten partijen aan bij de termijn genoemd in artikel 3.22, tweede lid, Wet IB 2001, hetgeen in dit geval betekent dat deze overeenkomst geldig is over de periode 2021/2022 tot en met 2030/2031. Uiterlijk in het boekjaar 2026/2027 zal een evaluatie van de overeenkomst plaatsvinden.
-
rul-20231226-rulov-000029
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of zij in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting wordt aangemerkt en als inwoner van Nederland onder het belastingverdrag dat Nederland heeft gesloten met verdragsland A. X is binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Vpb en kwalificeert als inwoner van Nederland op grond van artikel 4, eerste lid van het relevante belastingverdrag. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 7 augustus 2023 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20231226-rulov-000026
Er is een onderzoek ingesteld of X en Y in Nederland zijn gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting en inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting aangemerkt hadden moeten worden. Op grond van artikel 4 AWR zijn X en Y gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting, op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb, en op basis van artikel 1, eerste lid van de Wet DB inhoudingsplichtig. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2013 tot en met 2019.
-
rul-20231226-rulov-000015
Er is een verzoek ingediend om zekerheid vooraf over de vraag of een drietal vorderingen op twee buitenlandse dochtermaatschappijen afgewaardeerd kunnen worden ten laste van de fiscale winst in het jaar 2022. X heeft drie vorderingen op A en B. Van deze drie vorderingen kan slechts één vordering worden aangemerkt als een zakelijke geldlening. De resterende twee vorderingen worden als een onzakelijke geldlening aangemerkt. Ter zake van de vordering die als zakelijke geldlening kwalificeert, kan X een bedrag van [€ 5 miljoen - € 15 miljoen] ten laste van haar fiscale winst in 2022 brengen. Wanneer de situatie bij A wijzigt en de zakelijke geldlening alsnog kan worden terugbetaald, zal X de zakelijke lening opwaarderen ten gunste van haar fiscale winst. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een geldigheid van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20231226-rulov-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf of zij de nog in te dienen aangiften vennootschapsbelasting voor de boekjaren 2019/2020 en verder mag indienen als zijnde een beperkt binnenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb). Specifiek wenst zij bevestiging dat zij een belastbare winst van nihil kan aangeven als gevolg van beperkte binnenlandse belastingplicht. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. In beginsel zal in het reguliere toezicht beoordeeld worden of de belastbare winst van X vastgesteld kan worden op nihil.
-
rul-20231205-rulov-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X als vrijgestelde organisatie kwalificeert in de zin van het relevante belastingverdrag en ten aanzien van haar Nederlandse inkomsten verdragsvoordelen geniet. X kwalificeert als vrijgestelde organisatie in de zin van het relevante belastingverdrag en kan aanspraak maken op verdragsvoordelen ten aanzien van haar Nederlands inkomen. De formaliteiten zoals opgenomen in de van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften moeten in acht worden genomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20231128-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (van de Wet Vpb) ten aanzien van twee grensoverschrijdende leningen. X kan succesvol een beroep doen op de tegenbewijsregeling van het derde lid van artikel 10a van de Wet Vpb voor zover lening 1 en lening 2 aangewend zijn voor de acquisitie van de aandelen Y. De rente wordt niet in aftrek beperkt op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
-
rul-20231121-rulov-000008
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of zij in Nederland gevestigd zal zijn en over de hoogte van haar fiscaal erkend gestort kapitaal voor de toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). X zal na de voorgenomen wijzigingen binnenlands belastingplichtig zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb en kwalificeren als inwoner van Nederland op grond van artikel 4, eerste lid van het relevante belastingverdrag. Het gedeelte van de winstreserves dat reeds voor de vestiging in Nederland is omgezet in nominaal aandelenkapitaal kan voor de toepassing van de Wet DB worden aangemerkt als fiscaal erkend op de desbetreffende aandelen gestort kapitaal van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027, waarin een tussentijds evaluatiemoment is opgenomen.
-
rul-20231017-rulov-000015
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juli 2023 tot en met 31 december 2027. 20231017 RULOV 000015
-
rul-20231017-rulov-000005
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf met betrekking tot de aftrekbaarheid van grensoverschrijdende betalingen voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Door het indienen van de aangifte is er geen sprake meer van internationaal vooroverleg. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het vooroverleg is beëindigd. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transacties zullen worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20231017-rulov-000004
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2026. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2021. De rente die X verschuldigd is aan Z als gevolg van de verwerving van de aandelen in Y is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2021, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20231010-rulov-000010
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf in verband met een zetelverplaatsing van X met betrekking tot de toepassing van artikel 15c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en met betrekking tot de fiscale gevolgen voor de dividendbelasting van de zetelverplaatsing van X. 20231010 RULOV 000010 Het vooroverleg is beëindigd door de indiening van de aangifte vennootschapsbelasting over het betreffende jaar. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het vooroverleg is beëindigd. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie in beginsel zal worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20230919-rulov-000010
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20230905-rulov-000012
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de gevolgen van een emigratie. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20230905-rulov-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of een grensoverschrijdende juridische fusie zonder heffing van dividendbelasting en vennootschapsbelasting kan geschieden. Het fusietijdstip van de voorgenomen grensoverschrijdende fusie kan bij overeenkomstige implementatie gesteld worden op 1 januari 2023 voor de Wet Vpb. De grensoverschrijdende juridische fusie vormt geen belastbaar feit voor de Wet DB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.
-
rul-20230808-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20230725-rulov-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20230523-rulov-000009
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat Nederland beperkt wordt in haar heffingsrecht ten aanzien van dividenden na een herstructurering. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20230516-rulov-000003
Er is in het kader van toezicht gekeken naar de toepassing van artikel 8b en artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) bij X ten aanzien van grensoverschrijdende geldleningen. Dit betrof jaren waarover aangiften vennootschapsbelasting waren ingediend alsmede, op verzoek van X, het jaar 2019 waarover nog geen aangifte vennootschapsbelasting was ingediend. Door het indienen van de aangifte is er geen sprake meer van internationaal vooroverleg.
-
rul-20230509-rulov-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de fiscale gevolgen van enkele voorgenomen grensoverschrijdende transacties. Op grond van het voorgaande is in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 vastgelegd dat: –de afwikkeling van de ruil waarbij voor één X aandeel, één Y aandeel wordt uitgegeven niet kwalificeert als een (middellijke) inkoop van aandelen door X op grond van artikel 3, lid 1, sub a, Wet DB; –de waarde van de Y aandelen op het moment van uitkeren bepaald kan worden op grond van beschikbare informatie; en; –ten aanzien van het vermogensrecht Z geen resultaat realiseert op grond van artikel 8 Wet Vpb juncto 3.8 Wet IB. In de vaststellingsovereenkomst is ook zekerheid gegeven over een aspect wat buiten de reikwijdte valt van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
-
rul-20230502-rulov-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf of de buitenlandse bronbelasting geheven op rentebetalingen onder toepassing van de gezamenlijke methode, verrekenbaar is voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20230502-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van grensoverschrijdende financiering. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. De problematiek zal in beginsel in het kader van het toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20230425-rulov-000007
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de fiscale gevolgen van een voorgenomen terugbetaling van kapitaal aan een niet Nederlandse aandeelhouder. De terugbetaling van kapitaal is geen opbrengst in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, Wet DB. De terugbetaling van kapitaal vormt geen regulier voordeel in de zin van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel b, Wet IB, via artikel 7.5 Wet IB dan wel via artikel 17, derde lid, onderdeel; b juncto artikel 18, vijfde lid Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20230404-rulov-000004
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat zij als verdragsinwoner van Nederland kan worden gezien ten aanzien van diverse landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het verzoek is ingetrokken.