-
rul- 20260519-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) ten aanzien van activiteiten waarop de tonnageregeling wordt toegepast. Men wenst zekerheid voor de verslagjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul- 20260519-rulov-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2024. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024.
-
rul- 20260519-rulov-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2026. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul- 20260519-rulov-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2026. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260331-rulov-000014
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-%2020260317-rulov-000001
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De investeringen in MMF’s die voldoen aan EU-verordening 2017/1131 kwalificeren als een met een overeenkomst van geldlening vergelijkbare overeenkomst. In het kader van artikel 15b, tweede lid jo artikel 15b, zesde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb worden de resultaten behaald met deze MMF’s voor de toepassing van artikel 15b van de Wet Vpb aangemerkt als renten ter zake van een geldlening. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting al zijn ingediend.
-
rul-%2020260303-rulov-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-%2020260224-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260217-rulov-000012
De groep waartoe X behoort overweegt een herstructurering gericht op de verkoop van onderdelen van de groep aan een derde partij. X wenst zekerheid vooraf te krijgen over toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (‘Wmb 2024’) ten aanzien van deze herstructurering. De gevraagde zekerheid over toepassing van de Wmb 2024 met betrekking tot de herstructurering kan worden gegeven. Een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 is overeengekomen. 20260217 RULOV 000012 Paginanummer 3 van 3
-
rul-20260203-rulov-000010
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij kwalificeert als verdragsinwoner van een staat binnen de Europese Unie waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt op grond van artikel 4, derde lid van het belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A geacht inwoner te zijn van verdragsland A. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260127-rulov-000007
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of terugbetalingen van kapitaal door X een opbrengst vormen voor de toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965 (“Wet DB”). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20260120-rulov-000004
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een langlopende grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening van B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260113-rulov-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260106-rulov-000003
Er is een verzoek ingediend om zekerheid vooraf over de vraag in hoeverre vorderingen op een in het buitenland gevestigde kleindochtermaatschappij afgewaardeerd kunnen worden ten laste van de belastbare winst. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. X heeft vorderingen op A. Van deze vorderingen kunnen slechts de vorderingen uit hoofde van de eerste kredietfaciliteit - de geldverstrekkingen tot 2017 - worden aangemerkt als zakelijk gezien de onzakelijke leningjurisprudentie. De gelden verstrekt vanaf 2017 worden als onzakelijk aangemerkt. X kan derhalve slechts een bedrag van [€ 1 miljoen - € 5 miljoen] ten laste van haar belastbare winst in 2024 brengen. Indien de situatie bij A wijzigt en ten aanzien van deze vordering alsnog (gedeeltelijk) kan worden terugbetaald, zal X een corresponderende opwaardering in aanmerking nemen ten gunste van haar belastbare winst. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251223-rulov-000005
Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2022 en 2023. Primair is X gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. Subsidiair beschikt X over een vaste inrichting in Nederland en is zij buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2022 en 2023.
-
rul-20251223-rulov-000012
Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2023 en 2024. Primair is X gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. Subsidiair beschikt X over een vaste inrichting in Nederland en is zij buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2023 en 2024.
-
rul-20251223-rulov-000014
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 15b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb”). Het verzoek ziet op het jaar 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat als gevolg van het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting geen sprake meer is van vooroverleg. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie in beginsel zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte vennootschapsbelasting.
-
rul-20251223-rulov-000016
Er is verzocht om zekerheid vooraf of X voor de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) kwalificeert als een uiteindelijkemoederentiteit als gevolg van haar belang in Y, respectievelijk de Y-groep. Het verzoek ziet op de verslagjaren 2024 tot en met 2028. X kwalificeert niet als uiteindelijkemoederentiteit in de zin van de Wmb 2024 ten aanzien van de Y- groep. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028. 20251223 RULOV 000016 Paginanummer 2 van 2
-
rul-20251223-rulov-000019
Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2022 tot en met 2024. X is gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2022 tot en met 2024.
-
rul-20251223-rulov-000022
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat voordelen behaald met ter tijdelijke belegging ingekochte eigen aandelen vrijgesteld zijn door toepassing van artikel 10c van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De ingekochte aandelen met het oog op toekenning aan werknemers kwalificeren als ingekocht ter tijdelijke belegging zoals bedoelt in artikel 10c van de Wet Vpb en de resultaten welke worden behaald met deze aandelen - zijnde het verschil tussen de inkoopprijs en waarde economisch verkeer op het moment van levering van de aandelen - is een voordeel dat buiten aanmerking blijft bij het bepalen van de fiscale winst. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing op de jaren 2021 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting al zijn ingediend.
-
rul-20251223-rulov-000026
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb” ) inzake een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 en 2024. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van vooroverleg als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde grensoverschrijdende financiering beoordeeld wordt in het kader van de reguliere behandeling van de aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20251216-rulov-000004
Er is een verzoek tot zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van voorgenomen fiscale zetelverplaatsingen uit Nederland door X en Y. Men wenst zekerheid vooraf ten aanzien van de eindafrekeningswinst voor de vennootschapsbelasting. Ook wenst men zekerheid vooraf ten aanzien van het terugtreden van Nederland inzake haar heffingsrecht op uit te keren dividenden – op basis van het relevante belastingverdrag – voor de periode na de fiscale zetelverplaatsingen. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Er is zekerheid gegeven inzake de omvang van de (eindafrekenings-)winst bij verplaatsing van de fiscale zetels van X en Y. Na verplaatsing van de zetel van Y kan zij zonder heffing van Nederlandse dividendbelasting dividenden uitkeren aan haar aandeelhouder. Omdat na het verplaatsen van de fiscale zetel X onvoldoende economische nexus heeft in Nederland kan zij geen zekerheid vooraf krijgen ten aanzien van de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250506-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief vrijgesteld is van vennootschapsbelasting met oog op mogelijke investeringen in Nederlands vastgoed. Het verzoek ziet op de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Er is geen belang bij het vooroverleg. X voldoet bovendien niet aan alle cumulatieve voorwaarden van het Besluit subjectieve vrijstellingen. Het verzoek om zekerheid vooraf is daarom afgewezen.
-
rul-20251202-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden en inkopen van aandelen. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover betaald wordt aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Op basis van artikel 6 van de Wet DB zal de opbrengst worden gebruteerd, uitgezonderd van mogelijke Nederlandse aandeelhouders van wie de identiteit is vastgesteld en ten laste van wie ingehouden kan worden dan wel ten aanzien van wie een inhoudingsvrijstelling kan worden toegepast. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20251125-rulov-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20251104-rulov-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een voorgenomen grensoverschrijdende juridische fusie. Men verzoekt daarbij dat het fusietijdstip met terugwerkende kracht op 1 januari 2024 kan worden vastgesteld voor toepassing van de vennootschapsbelasting. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen zekerheid vooraf gegeven. Voorgaande zal in beginsel in het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20251021-rulov-000006
Er is verzocht door om zekerheid vooraf of er sprake is van een afgeleide uitgesloten entiteit voor de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024). Men wenst zekerheid vooraf voor de verslagjaren 2024 tot en met 2028. X kwalificeert als een afgeleide uitgesloten entiteit voor de toepassing van de Wmb 2024. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251014-rulov-000009
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een deel van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een afspraak tot en met 2024. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening die samenhangt met de directe externe acquisities en het deel dat samenhangt met de kapitaalstorting in B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250722-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of terugbetalingen van kapitaal door X opbrengst vormen voor toepassing van de Wet op dividendbelasting 1965 (“Wet DB”). De voorgenomen terugbetalingen van kapitaal vormen geen opbrengst voor de Wet DB. Bij iedere teruggaaf zal aan de cumulatieve voorwaarden zoals bedoeld in overweging 5 opnieuw voldaan moeten worden. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250701-rulov-000007
In het toezicht zijn bij de aanslagregeling van X correcties aangebracht ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Er is overeenstemming bereikt met X over onder andere de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van de grensoverschrijdende financiering voor de jaren waarvoor aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend. Partijen wensen deze toepassing ook overeen te komen voor de jaren 2024 tot en met 2031 waarvoor nog geen aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend door X. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb in lijn met de geschilbeslechting in de aanslagregeling. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2019 tot en met 2031. Voor de jaren 2024 tot en met 2031 zijn nog geen aangiften ingediend en betreft het vooroverleg. Een langere looptijd dan vijf jaren is in dit specifieke geval passend bevonden gezien de looptijd van lening 2 in combinatie met het feit dat de Belastingdienst grondslagbeschermende maatregelen wenst toe te passen.
-
rul-20250701-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) ten aanzien van twee grensoverschrijdende acquisities. Men wenst zekerheid vooraf voor de verslagjaren 2024 tot en met 2028. X is niet gehouden het kwalificerend inkomen of verlies van Y en Z voor toepassing van de Wmb 2024 te bepalen op de historische boekwaarde van de activa en passiva van deze entiteiten, maar kan de boekwaarde in haar verslaglegging als uitgangspunt hanteren. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20250617-rulov-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) ten aanzien van een aantal specifieke grensoverschrijdende beleggingen. Men wenst zekerheid voor de verslagjaren 2024 tot en met 2028 Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20250610-rulov-000013
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een financiering van een grensoverschrijdende transactie. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250603-rulov-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of een grensoverschrijdende juridische afsplitsing met fiscale terugwerkende kracht naar 1 januari 2025 kan plaatsvinden en zonder heffing van vennootschapsbelasting. Het afsplitsingstijdstip van de voorgenomen grensoverschrijdende juridische afsplitsing kan bij overeenkomstige implementatie gesteld worden op 1 januari 2025 voor de Wet Vpb. 20250603 RULOV 000007De grensoverschrijdende juridische afsplitsing resulteert niet in winstneming op grond van artikel 14a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20250513-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een benaderingsmethodiek van het gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250401-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de voorgenomen omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap zal er niet toe leiden dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250318-rulov-000019
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. Het verzoek ziet op de jaren 2020 tot en met 2024. X voldoet niet aan alle cumulatieve voorwaarden van het Besluit subjectieve vrijstellingen. Het verzoek om zekerheid vooraf is daarom afgewezen. X wordt uitgenodigd tot het doen van aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20250318-rulov-000015
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. Het verzoek ziet op de jaren 2020 tot en met 2024. X voldoet niet aan alle cumulatieve voorwaarden van het Besluit subjectieve vrijstellingen. Het verzoek om zekerheid vooraf is daarom afgewezen. X wordt uitgenodigd tot het doen van aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20250318-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250318-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. Het verzoek ziet op de jaren 2020 tot en met 2024. X voldoet niet aan alle cumulatieve voorwaarden van het Besluit subjectieve vrijstellingen. Het verzoek om zekerheid vooraf is daarom afgewezen. X wordt uitgenodigd tot het doen van aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20250311-rulov-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250218-rulov-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024). Men wenst zekerheid vooraf voor de verslagjaren 2024/2025 tot en met 2028/2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het toezicht.
-
rul-20250121-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf van de gevolgen voor de dividendbelasting van een grensoverschrijdende transactie. Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het voorgaande. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250121-rulov-000003
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij zal kwalificeren als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Het verzoek ziet op de jaren 2024 tot en met 2028. X zal inwoner van verdragsland A zijn op grond van artikel 4, derde lid, van het belastingverdrag. X zal inhoudingsplichtig zijn voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst die ziet op de jaren 2024 tot en met 2028.
-
rul-20250114-rulov-000008
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf inzake de toepassing van het tonnageregime en de vaststelling van de winst uit zeescheepvaart. Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. X kwalificeert voor de toepassing van het tonnageregime. Een beschikking winst uit zeescheepvaart is opgemaakt en uitgereikt. De winst toerekenbaar aan de zeescheepvaartactiviteiten wordt conform de overeengekomen toerekeningmethode bepaald en op forfaitaire wijze belast op basis van tonnage. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend. Er zal een tussentijdse evaluatie plaatsvinden.
-
rul-20241224-rulov-000013
X, Y en Z hebben een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van diverse grensoverschrijdende leningen. Er wordt zekerheid gevraagd voor de jaren 2022 tot en met 2026. Y en Z kunnen een succesvol beroep doen op de tegenbewijsregeling van het derde lid van artikel 10a van de Wet Vpb voor de schulden aan diverse verbonden lichamen voor zover deze schulden uiteindelijk aangewend zijn voor dividenduitkeringen aan A. De rente wordt niet in aftrek beperkt op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
-
rul-20241210-rulov-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er een beroep gedaan kan worden op de teruggaafregeling van de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20241203-rulov-000009
X en Y hebben verzocht om zekerheid vooraf dat zij niet als uiteindelijke gerechtigden kwalificeren ten aanzien van royalty’s die zij ontvangen van partijen gevestigd buiten Nederland. De gevraagde zekerheid ziet op de jaren 2025 tot en met 2029. X en Y kwalificeren niet als uiteindelijk gerechtigden van de royalty’s die zij ontvangen en doorbetalen. Dit ziet zowel op royalty’s die afkomstig zijn van partijen gevestigd in landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft afgesloten met een royalty-artikel gebaseerd op artikel 12 van het OESO-modelverdrag als op royalty’s van partijen gevestigd in ontwikkelingslanden waarop het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 van toepassing is. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20241119-rulov-000004
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf inzake de toepassing van het tonnageregime voor de jaren 2021 tot en met 2030. X dient de winst behaald met de door haar geëxploiteerde schepen op grond van artikel 8, eerste lid, van de Wet Vpb juncto artikel 3.23, eerste lid, van de Wet IB forfaitair vast te stellen op basis van de tonnage van deze schepen. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een geldigheid van 23 december 2021 tot en met 31 december 2030. Gekozen is om in de vaststellingsovereenkomst bij uitzondering een looptijd van tien jaar overeen te komen omdat het tonnageregime op basis van de wet 20241119 RULOV 000004voor tien jaar van toepassing is. De vaststellingsovereenkomst bevat een tussentijdse evaluatie in het vierde kwartaal van 2026.