-
rul-20251216-rulov-000004
Er is een verzoek tot zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van voorgenomen fiscale zetelverplaatsingen uit Nederland door X en Y. Men wenst zekerheid vooraf ten aanzien van de eindafrekeningswinst voor de vennootschapsbelasting. Ook wenst men zekerheid vooraf ten aanzien van het terugtreden van Nederland inzake haar heffingsrecht op uit te keren dividenden – op basis van het relevante belastingverdrag – voor de periode na de fiscale zetelverplaatsingen. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Er is zekerheid gegeven inzake de omvang van de (eindafrekenings-)winst bij verplaatsing van de fiscale zetels van X en Y. Na verplaatsing van de zetel van Y kan zij zonder heffing van Nederlandse dividendbelasting dividenden uitkeren aan haar aandeelhouder. Omdat na het verplaatsen van de fiscale zetel X onvoldoende economische nexus heeft in Nederland kan zij geen zekerheid vooraf krijgen ten aanzien van de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251202-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden en inkopen van aandelen. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover betaald wordt aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Op basis van artikel 6 van de Wet DB zal de opbrengst worden gebruteerd, uitgezonderd van mogelijke Nederlandse aandeelhouders van wie de identiteit is vastgesteld en ten laste van wie ingehouden kan worden dan wel ten aanzien van wie een inhoudingsvrijstelling kan worden toegepast. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20250513-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een benaderingsmethodiek van het gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250401-atr-000004
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3, eerste lid van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de voorgenomen omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap zal er niet toe leiden dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3, eerste lid van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250401-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de voorgenomen omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap zal er niet toe leiden dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250318-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250121-rulov-000003
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij zal kwalificeren als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Het verzoek ziet op de jaren 2024 tot en met 2028. X zal inwoner van verdragsland A zijn op grond van artikel 4, derde lid, van het belastingverdrag. X zal inhoudingsplichtig zijn voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst die ziet op de jaren 2024 tot en met 2028.
-
rul-20240917-atr-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. 20240917 ATR 000007Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 13 juni 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240917-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. 20240917 RULOV 000012Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 13 juni 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240827-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Daarnaast heeft X verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden en de aangifteplicht voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. X is inwoner van verdragsland A op grond van artikel 4, derde lid, van het belastingverdrag. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Nederland wordt op grond van het belastingverdrag niet beperkt in dit nationale heffingsrecht voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. Een schatting c.q. benaderingsmethodiek van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Deze overeenkomst geldt voor de jaren 2024 tot en met 2028.
-
rul-20240709-rulov-000005
X en Y hebben verzocht om zekerheid vooraf dat zij na een voorgenomen verplaatsing van hun feitelijke leiding kwalificeren als verdragsinwoner van een andere staat van de Europese Unie (EU) op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat (staat A). Ook verzoeken X en Y om zekerheid vooraf over de inperking van het heffingsrecht van Nederland ter zake van toekomstige dividenden die aan aandeelhouders van X en Y betaald worden voor zover de aandeelhouders van X en Y geen inwoner van Nederland zijn. Daarnaast hebben X en Y verzocht om zekerheid vooraf dat hun belastingplicht voor de vennootschapsbelasting in Nederland eindigt na verplaatsing van de feitelijke leiding. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Na verplaatsing van de feitelijke leiding zijn X en Y inwoner van staat A op grond van artikel 4 van het belastingverdrag tussen Nederland en de staat A. X en Y blijven inhoudingsplichtig voor de Wet DB maar Nederland wordt – gezien de buiten Nederland gevestigde aandeelhouders van X en Y – in haar heffingsrecht beperkt. Tot slot is het verzoek tot ontheffing van het doen van aangiften vennootschapsbelasting door X en Y afgewezen en zullen deze aangiften in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
Explainer: Een indianenverhaal met bierprinsessen, cementboeren en eliteschippers
De afgelopen tijd zijn verschillende artikelen (1, 2, 3, 4, 5, 6) verschenen over 'dividendbelastingconstructies'. De artikelen hebben ook geleid tot een kamervragen welke recent zijn beantwoord, en er heeft recent een technische briefing plaatsgevonden aan een aantal kamerleden. In…
-
rul-20240402-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 november 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20240312-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de omvang van de afdracht van dividendbelasting voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 en 2025. De omvang van de afdracht van dividendbelasting wordt kort voor elke terbeschikkingstelling van een opbrengst in de zin van artikel 3 Wet DB, vastgesteld op grond van een met de Belastingdienst overeengekomen benaderingsmethodiek van dat gedeelte van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland. Op basis van artikel 6 van de Wet DB zal de opbrengst worden gebruteerd, tenzij een inhoudingsvrijstelling van toepassing is. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20231017-atr-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Eveneens wordt zekerheid gevraagd voor toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting voor uitkeringen van Y en Z aan X. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van Y en Z aan X geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door Y en Z dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juli 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20231017-rulov-000015
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juli 2023 tot en met 31 december 2027. 20231017 RULOV 000015
-
rul-20230919-rulov-000010
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
Explainer: Vestigingsplaatsfictie
De vestigingsplaats of woonplaats van een persoon - een rechtspersoon, danwel natuurlijk persoon - is vanuit Nederlands perspectief het aangrijpingspunt voor de meest omvangrijke vorm van belastingheffing van die persoon. Een persoon die in Nederland is gevestigd of in Nederland…
-
rul-20230725-atr-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20230725-rulov-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
KG:040:2022:5 Toepassing Interest- en royaltyrichtlijn, fiscale eenheid en de vestigingsplaatsfictie
Publicatiedatum 16-02-2023, 8:34 | Laatste update 28-03-2023, 9:22 | Aanleiding Een naar Nederlands recht opgerichte, in 2016 naar België verplaatste en in een BVBA omgezette, vennootschap (hierna: BV/BVBA) ontvangt rente van een in Nederland gevestigde kleindochtervennootschap (hierna: KD). Alle aandelen…
-
rul-20221101-rulov-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf dat X kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat (“Verdragsland A”). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20221018-rulov-000010
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over een voorgenomen verplaatsing van haar feitelijke leiding van Nederland naar het buitenland. X is niet langer binnenlands belastingplichtig voor de Wet Vpb na de voorgenomen verplaatsing. Er is geen sprake van heffing op grond van artikel 15c Wet Vpb dan wel 15d Wet Vpb omdat er geen vermogensbestanddelen zijn met een fiscale stille reserve. Ook is er geen sprake van een opbrengst voor de Wet DB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over een aspect dat niet valt onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
-
rul-20220920-atr-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20220920-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid Wet Vpb en artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20220329-rulov-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf dat X kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat (“Verdragsland A”). Ook is verzocht om zekerheid vooraf dat Y en Z niet gezien worden als verdragsinwoner van Verdragsland A op grond van het relevante belastingverdrag. Als gevolg van de intrekking van het verzoek om zekerheid vooraf is het vooroverleg beëindigd.
-
rul-20220308-atr-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juni 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20220308-rulov-000002
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Daarnaast heeft X verzocht om zekerheid vooraf over de omvang van de inhoudingsplicht voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. X is inwoner van de EU-lidstaat op grond van artikel 4, vierde lid, van het van toepassing zijnde belastingverdrag tussen Nederland en de EU-lidstaat. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB en onder toepassing van het belastingverdrag voor zover dividenden worden betaald aan inwoners van Nederland. De omvang van de inhoudingsplicht wordt per terbeschikkingstelling vastgesteld op grond van een met de Belastingdienst overeengekomen schattingsmethodiek van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland. Op basis van artikel 6 Wet DB zal de opbrengst worden gebruteerd, tenzij een inhoudingsvrijstelling van toepassing is. Deze overeenkomst geldt van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 en is op overeenkomstige wijze van toepassing op het korte boekjaar 2019 waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20220308-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vierde lid Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vierde lid Wet Vpb en artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juni 2021 tot en met 31 december 2025.