rul-20240423-rulov-000007

Aanleiding

X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij na een grensoverschrijdende juridische fusie waarbij zij als verkrijgende vennootschap betrokken is, gevestigd is in Nederland op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar buitenlands recht en, voor de grensoverschrijdende juridische fusie, feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een concern dat actief is in de industriële sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [11 – 25] werknemers. X heeft eigen kantoorruimte ter beschikking. Y, de directe aandeelhouder van X, is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een staat waarmee Nederland een Belastingverdrag heeft gesloten (Verdragsland A). Vanwege zakelijke overwegingen is Y grensoverschrijdend juridisch gefuseerd in X. Y is de verdwijnende vennootschap en X is de verkrijgende vennootschap bij de hiervoor genoemde juridische fusie. Na de fusie zullen de vergaderingen van het bestuur van X in Nederland plaatsvinden en het bestuur zal overwegend vanuit Nederland werkzaam zijn. Bij dit bestuur berust de feitelijke leiding van X. Het personeelsbestand van X zal naar verwachting verder uitgebreid worden. Daarnaast zal de administratie in Nederland worden gevoerd. Tot slot zullen ook diverse hoofdkantoorfuncties in Nederland uitgeoefend worden.

Rechtskader

X verzoekt om zekerheid vooraf dat zij na de grensoverschrijdende juridische fusie gevestigd is in Nederland op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Voorts is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. Het concern oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts zullen de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X worden uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van X binnen het concern.
2. De gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
3. De gevraagde zekerheid vooraf betreft de vraag of X, na de grensoverschrijdende juridische fusie, feitelijk gevestigd is in Nederland. Op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR wordt de vestigingsplaats van X naar omstandigheden beoordeeld. Uit jurisprudentie blijkt dat een lichaam fiscaalrechtelijk in het land gevestigd is daar waar de feitelijke (dagelijkse) leiding van het lichaam zich bevindt.
4. Na de grensoverschrijdende juridische fusie zullen de vergaderingen van het bestuur van X, op een enkele uitzondering na, in Nederland gaan plaatsvinden en zal het bestuur overwegend vanuit Nederland werkzaam zijn. X zal derhalve feitelijk vanuit Nederland worden geleid.
5. Op grond van voorgaande zal X, op basis van artikel 4, eerste lid van de AWR na de grensoverschrijdende juridische fusie in Nederland gevestigd zijn.

Conclusie

X is op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR in Nederland gevestigd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, die geldt voor de boekjaren 2023 tot en met 2027.