-
rul-%2020260317-rulov-000001
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De investeringen in MMF’s die voldoen aan EU-verordening 2017/1131 kwalificeren als een met een overeenkomst van geldlening vergelijkbare overeenkomst. In het kader van artikel 15b, tweede lid jo artikel 15b, zesde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb worden de resultaten behaald met deze MMF’s voor de toepassing van artikel 15b van de Wet Vpb aangemerkt als renten ter zake van een geldlening. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting al zijn ingediend.
-
rul-%2020260224-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260120-rulov-000004
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een langlopende grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening van B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260113-rulov-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260106-rulov-000003
Er is een verzoek ingediend om zekerheid vooraf over de vraag in hoeverre vorderingen op een in het buitenland gevestigde kleindochtermaatschappij afgewaardeerd kunnen worden ten laste van de belastbare winst. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. X heeft vorderingen op A. Van deze vorderingen kunnen slechts de vorderingen uit hoofde van de eerste kredietfaciliteit - de geldverstrekkingen tot 2017 - worden aangemerkt als zakelijk gezien de onzakelijke leningjurisprudentie. De gelden verstrekt vanaf 2017 worden als onzakelijk aangemerkt. X kan derhalve slechts een bedrag van [€ 1 miljoen - € 5 miljoen] ten laste van haar belastbare winst in 2024 brengen. Indien de situatie bij A wijzigt en ten aanzien van deze vordering alsnog (gedeeltelijk) kan worden terugbetaald, zal X een corresponderende opwaardering in aanmerking nemen ten gunste van haar belastbare winst. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251223-apa-000007
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2020 tot en met 2023. De aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren tot en met 2021 zijn reeds ingediend. Partijen hebben vastgesteld dat de restwinst (of verlies) van X, die resteert nadat alle routinematige activiteiten at arm’s-length zijn beloond, overeenkomstig de uitkomst van de contributieanalyse verdeeld kan worden tussen X en Z. Dit resulteert in een residual-profit-split-percentage van [50% - 70%] voor X en [30% - 50%] voor Z. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2023. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren tot en met 2021 reeds zijn ingediend.
-
rul-20251223-rulov-000014
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 15b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb”). Het verzoek ziet op het jaar 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat als gevolg van het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting geen sprake meer is van vooroverleg. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie in beginsel zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte vennootschapsbelasting.
-
rul-20251223-rulov-000026
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb” ) inzake een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 en 2024. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van vooroverleg als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde grensoverschrijdende financiering beoordeeld wordt in het kader van de reguliere behandeling van de aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20251014-rulov-000009
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een deel van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een afspraak tot en met 2024. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening die samenhangt met de directe externe acquisities en het deel dat samenhangt met de kapitaalstorting in B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250701-rulov-000007
In het toezicht zijn bij de aanslagregeling van X correcties aangebracht ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Er is overeenstemming bereikt met X over onder andere de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van de grensoverschrijdende financiering voor de jaren waarvoor aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend. Partijen wensen deze toepassing ook overeen te komen voor de jaren 2024 tot en met 2031 waarvoor nog geen aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend door X. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb in lijn met de geschilbeslechting in de aanslagregeling. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2019 tot en met 2031. Voor de jaren 2024 tot en met 2031 zijn nog geen aangiften ingediend en betreft het vooroverleg. Een langere looptijd dan vijf jaren is in dit specifieke geval passend bevonden gezien de looptijd van lening 2 in combinatie met het feit dat de Belastingdienst grondslagbeschermende maatregelen wenst toe te passen.
-
rul-20250610-rulov-000013
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een financiering van een grensoverschrijdende transactie. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250311-rulov-000011
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20240702-rulov-000004
X en Y hebben verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale behandeling van een grensoverschrijdende financieringstransactie die zij overwegen aan te gaan. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Indien de grensoverschrijdende financieringstransactie geïmplementeerd wordt, zal deze in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20240305-rulov-000009
Er is een gecombineerd verzoek ingediend door X en Y voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van (fraus legis van) artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek ziet op de jaren 2021 tot en met 2027. De aangiften vennootschapsbelasting van Y zijn ingediend tot en met het jaar 2022. De rente die X verschuldigd is aan Z ter zake van de geldleningen is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb vanwege een succesvol beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid onder a van de Wet Vpb. Er is geen sprake van fraus legis van artikel 10a van de Wet Vpb door X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027. 20240305 RULOV 000009Door de indiening van de aangiften vennootschapsbelasting van Y is er voor de jaren 2021 en 2022 geen sprake meer van zekerheid vooraf in de zin van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
-
rul-20231017-rulov-000004
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2026. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2021. De rente die X verschuldigd is aan Z als gevolg van de verwerving van de aandelen in Y is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2021, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20230808-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20230502-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van grensoverschrijdende financiering. Het verzoek is ingetrokken. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. De problematiek zal in beginsel in het kader van het toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20221101-rulov-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf of de voorwaarden van een grensoverschrijdende financiering als zakelijk kunnen worden beschouwd. Als gevolg van de intrekking van het verzoek is het vooroverleg beëindigd. Een inhoudelijke behandeling van het verzoek heeft niet plaatsgevonden.
-
rul-20221025-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20220208-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of sprake is van economische eigendom van investeringen en of deze investeringen en de corresponderende financiering in aanmerking moeten worden genomen op de balans. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20210112-rulov-000008
De fiscale eenheid waartoe Z behoort heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de renteaftrekbeperkingen opgenomen in art 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb”) voor de financiering van een aantal samenhangende rechtshandelingen waar Z bij betrokken is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren vanaf 2020 tot en met 2024. 1. De korte termijn leningen die Z aangegaan is bij X voor de financiering van de externe acquisities vallen onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 2. Na de herfinanciering van bovengenoemde korte termijn leningen (historisch aangewend voor de externe acquisities) door een langlopende lening van A, valt deze langlopende lening van A onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 3. De korte termijn leningen die doorgeleend zijn door Z aan C en aan A vallen niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb 1969 omdat sprake is van het verstrekken van vreemd vermogen wat geen rechtshandeling is die onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb valt. 4. De langlopende lening van A die in de plaats komt van de korte termijn leningen genoemd onder 3 valt onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb zodra Z haar vordering op C omgezet heeft in kapitaal en haar vordering op A als kapitaal terug betaald heeft aan A. 5. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening dat verband houdt met de kapitaalstorting in C. 6. Z zal en kan geen (geslaagd) beroep doen op de tegenbewijsregelingen v an artikel 10a lid 3 Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening die verband houdt met terugbetaling van kapitaal aan A. 7. Het restant dat X na herfinanciering nog uit heeft staan aan externe k orte termijn financiering valt niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201215-rulov-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale behandeling van aandeelhoudersfinancieringen die zijn aangewend voor de aankoop van een Nederlandse vennootschap. Zekerheid wordt verzocht voor de boekjaren 2018 tot en met 2022. Als gevolg van de intrekking door X van het verzoek om zekerheid vooraf is het vooroverleg beëindigd.
-
rul-20200303-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op een hybride financieringsinstrument. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2023. Het verzoek is afgewezen.