Er is een gecombineerd verzoek ingediend door X en Y voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van (fraus legis van) artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek ziet op de jaren 2021 tot en met 2027. De aangiften vennootschapsbelasting van Y zijn ingediend tot en met het jaar 2022. De rente die X verschuldigd is aan Z ter zake van de geldleningen is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb vanwege een succesvol beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid onder a van de Wet Vpb. Er is geen sprake van fraus legis van artikel 10a van de Wet Vpb door X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027. 20240305 RULOV 000009Door de indiening van de aangiften vennootschapsbelasting van Y is er voor de jaren 2021 en 2022 geen sprake meer van zekerheid vooraf in de zin van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb”). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020/2021 tot en met 2024/2025 in verband met een herstructurering binnen de groep. De schulden van X aan Y die verband houden met aankoop van de principaalactiviteiten van Y vallen niet onder de reikwijdte van artikel 10a, eerste lid, Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd gelijk aan de boekjaren 2020/2021 tot en met 2024/2025.
Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrieven met de laatste kennisgroepstandpunten
(hier),
samenvattingen van rulings
(hier),
en/of De Jurisprudentielunch
(hier).
Taxrulingsandpolicy.nl gebruikt cookies om ervoor te zorgen dat de site zo soepel mogelijk werkt. Als je doorgaat met het gebruiken van deze site, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.