-
rul-20250401-atr-000004
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3, eerste lid van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de voorgenomen omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap zal er niet toe leiden dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3, eerste lid van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250401-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de voorgenomen omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap zal er niet toe leiden dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
KG:032:2025:1 Is een grensoverschrijdende omzetting als bedoeld in titel 7a van Boek 2 BW, zonder wijziging van de feitelijke vestigingsplaats, een belastbaar feit voor de Wet Vpb 1969?
Publicatiedatum 19-02-2025, 11:51 | Laatste update 21-02-2025, 9:55 | Aanleiding In juni 2024 wordt een feitelijk in Nederland gevestigde en naar Nederlands recht opgerichte besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (hierna: X BV) op grond van titel 7a van Boek 2…
-
rul-20240917-atr-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. 20240917 ATR 000007Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 13 juni 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240917-rulov-000012
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. 20240917 RULOV 000012Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 13 juni 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20240430-rulov-000007
Er is een verzoek ingediend om zekerheid vooraf over de waarde van een grensoverschrijdende vordering op het moment van omzetting van de vordering in aandelenkapitaal van de debiteur. Het verzoek ziet op het jaar 2022. X heeft medio 2022 een vordering op de buitenlandse deelneming A omgezet in aandelenkapitaal. De op dat moment te hanteren waarde van de vordering is een bedrag tussen de nominale waarde van de vordering en de koopprijs die tussen X en Y in 2021 is gehanteerd voor de vordering. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20240416-rulov-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de omzetting van grensoverschrijdende vorderingen in aandelenkapitaal resulteert in belastbare winst voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) bij de debiteur. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2022. De debt for equity swaps door A, B en C in X en de daaropvolgende stortingen in Y en Z, resulteren niet in belastbare winst voor de Wet Vpb bij de fiscale eenheid. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
-
rul-20240402-rulov-000013
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een Nederlandse vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 november 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20231017-rulov-000015
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juli 2023 tot en met 31 december 2027. 20231017 RULOV 000015
-
rul-20231017-atr-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Eveneens wordt zekerheid gevraagd voor toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting voor uitkeringen van Y en Z aan X. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van Y en Z aan X geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door Y en Z dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juli 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20230919-rulov-000010
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20230725-rulov-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van Wet Vpb en artikel 1, derde lid van de Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20230725-atr-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20220920-atr-000005
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20220920-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vijfde lid Wet Vpb en artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20220308-atr-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juni 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20220308-rulov-000006
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vierde lid Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en artikel 1, derde lid Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) niet op haar van toepassing zijn na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een naamloze vennootschap leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsficties van artikel 2, vierde lid Wet Vpb en artikel 1, derde lid Wet DB van toepassing worden ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 10 juni 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20200310-rulov-000004
Belanghebbende X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf voor de verplaatsing van haar feitelijke leiding van Nederland naar het buitenland, en voor de omzetting van haar Nederlandse rechtsvorm in een buitenlandse rechtsvorm bij overigens gelijkblijvende omstandigheden. Het verzoek betreft het achterwege laten van heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de omzetting en zetelverplaatsing. De Belastingdienst heeft zekerheid verschaft dat de voorgenomen zetelverplaatsing en rechtsvormwijziging geen gevolgen heeft voor de heffing van vennootschapsbelasting ten tijde van de zetelverplaatsing.
-
rul-20200214-rulov-000007
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf bij de omzetting van haar buitenlandse rechtsvorm in een Nederlandse rechtsvorm bij overigens gelijkblijvende omstandigheden. Het verzoek betreft de fiscale woonplaats voor verdragsdoeleinden, de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland en het ontbreken van heffing van dividendbelasting. De Belastingdienst heeft het verzoek om vooroverleg niet in behandeling genomen.