-
rul-20260609-atr-000004
Er is initieel verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2026. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260609-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 augustus 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260602-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens vraagt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 en 2027. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260526-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 21 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 – X5 aan Y1 en van winstuitkeringen van X6 aan Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 – X6 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y1 en Y2 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul- 20260519-rulov-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2024. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024.
-
rul- 20260519-rulov-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2026. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul- 20260519-rulov-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2022 tot en met 2026. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260512-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260512-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op Bonaire, Sint Eustatius of Saba (BES eilanden) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 mei 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260512-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260428-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260428-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260421-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Y1 is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260421-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000013
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land 1, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000014
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260414-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse commanditaire vennoten zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als medegerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beide in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260414-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 3 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260414-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260414-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De gevraagde zekerheid vooraf is beperkt in de tijd, aangezien de rechtsvorm van X nog niet gekwalificeerd is voor het jaar 2025 en verder. X heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland op basis van de relevante bepalingen van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20260331-rulov-000014
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260324-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260311-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X, Y en Z in de relevante deelnemingen. 2. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan A op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260317-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260317-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-%2020260303-rulov-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260217-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 juli 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260210-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260203-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet-transparant en is onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17 juncto artikel 17a Wet Vpb wanneer Nederlands inkomen wordt genoten. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260203-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Aan X zal een aangiftebiljet vennootschapsbelasting worden uitgereikt.
-
rul-20260203-atr-000002
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend over de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en renten. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het jaar 2025 die zag op de buitenlandse belastingplicht en de conditionele bronbelasting op renten. W en Y zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. W is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten betaald door X aan W op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan Y op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260127-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling, de liquidatieverliesregeling in de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260127-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de voordelen die X1 verkrijgt vanuit de operationele deelnemingen op basis van de oogmerktoets van artikel 13, negende lid en tiende lid van de Wet Vpb, en op de voordelen die X1 verkrijgt vanuit de houdsterdeelneming op basis van de bezittingentoets van artikel 13, elfde lid van de Wet Vpb. Y1, Y2 en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. X1 kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X2 aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X2 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y1 en Y2 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X1 op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 20260127 ATR 000003 Paginanummer 7 van 7
-
rul-20260120-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260120-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260120-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260120-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260113-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting en over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260113-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260113-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over het niet van toepassing zijn van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de bevestiging dat sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Dit in navolging van een eerdere overeenkomst die als gevolg van gewijzigde feiten en omstandigheden is komen te vervallen. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Z en W zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor hun belang in X respectievelijk Y. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z en van Y aan W geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door respectievelijk X of Y dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. C en D zijn op grond van artikel 17, derde lid, onder a juncto artikel 17a, onderdeel b van de Wet Vpb buitenlands belastingplichtig voor hun belang in de commanditaire vennootschap. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251223-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang in de respectievelijke relevante deelnemingen. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 21 maart 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251223-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, in aanvulling op een eerdere afspraak tot en met 2026. Deze eerdere afspraak is, voor wat betreft laatstgenoemd onderwerp, door een wijziging komen te vervallen. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van A en B in D en E. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 oktober 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251223-atr-000017
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028. 20251223 ATR 000017 Paginanummer 4 van 4
-
rul-20251223-atr-000023
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting, de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht, de toepassing van de deelnemingsvrijstelling, de CFC-maatregel en de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het jaar 2024. 1. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 2. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X1 aan Y op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 3. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. 4. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X1 en X2 in de relevante deelnemingen. 5. Met betrekking tot de relevante deelnemingen en de indirecte deelnemingen is artikel 13ab van de Wet Vpb niet van toepassing. 6. Zowel de werkzaamheden van X1 in verdragsland C als de werkzaamheden van X1 in verdragsland D kwalificeren als een vaste inrichting. De winsten toerekenbaar aan deze vaste inrichtingen vallen onder de objectvrijstelling van artikel 15e van de Wet Vpb en behoren derhalve niet tot de Nederlandse grondslag. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.