-
rul-%2020260224-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260120-rulov-000004
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een langlopende grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening van B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260113-rulov-000008
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20251223-rulov-000026
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb” ) inzake een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 en 2024. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van vooroverleg als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde grensoverschrijdende financiering beoordeeld wordt in het kader van de reguliere behandeling van de aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20251014-rulov-000009
Z heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een deel van een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een afspraak tot en met 2024. Z kan een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb voor de langlopende lening die samenhangt met de directe externe acquisities en het deel dat samenhangt met de kapitaalstorting in B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250701-rulov-000007
In het toezicht zijn bij de aanslagregeling van X correcties aangebracht ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Er is overeenstemming bereikt met X over onder andere de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van de grensoverschrijdende financiering voor de jaren waarvoor aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend. Partijen wensen deze toepassing ook overeen te komen voor de jaren 2024 tot en met 2031 waarvoor nog geen aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend door X. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb in lijn met de geschilbeslechting in de aanslagregeling. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2019 tot en met 2031. Voor de jaren 2024 tot en met 2031 zijn nog geen aangiften ingediend en betreft het vooroverleg. Een langere looptijd dan vijf jaren is in dit specifieke geval passend bevonden gezien de looptijd van lening 2 in combinatie met het feit dat de Belastingdienst grondslagbeschermende maatregelen wenst toe te passen.
-
rul-20241224-rulov-000013
X, Y en Z hebben een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van diverse grensoverschrijdende leningen. Er wordt zekerheid gevraagd voor de jaren 2022 tot en met 2026. Y en Z kunnen een succesvol beroep doen op de tegenbewijsregeling van het derde lid van artikel 10a van de Wet Vpb voor de schulden aan diverse verbonden lichamen voor zover deze schulden uiteindelijk aangewend zijn voor dividenduitkeringen aan A. De rente wordt niet in aftrek beperkt op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
-
rul-20240305-rulov-000009
Er is een gecombineerd verzoek ingediend door X en Y voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van (fraus legis van) artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) ten aanzien van een grensoverschrijdende financiering. Het verzoek ziet op de jaren 2021 tot en met 2027. De aangiften vennootschapsbelasting van Y zijn ingediend tot en met het jaar 2022. De rente die X verschuldigd is aan Z ter zake van de geldleningen is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a van de Wet Vpb vanwege een succesvol beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid onder a van de Wet Vpb. Er is geen sprake van fraus legis van artikel 10a van de Wet Vpb door X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027. 20240305 RULOV 000009Door de indiening van de aangiften vennootschapsbelasting van Y is er voor de jaren 2021 en 2022 geen sprake meer van zekerheid vooraf in de zin van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter.
-
rul-20240116-rulov-000018
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2021. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat geen sprake (meer) is van een ruling met internationaal karakter als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek om vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transacties zullen worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20231128-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (van de Wet Vpb) ten aanzien van twee grensoverschrijdende leningen. X kan succesvol een beroep doen op de tegenbewijsregeling van het derde lid van artikel 10a van de Wet Vpb voor zover lening 1 en lening 2 aangewend zijn voor de acquisitie van de aandelen Y. De rente wordt niet in aftrek beperkt op grond van artikel 10a, eerste lid, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
-
rul-20230516-rulov-000003
Er is in het kader van toezicht gekeken naar de toepassing van artikel 8b en artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) bij X ten aanzien van grensoverschrijdende geldleningen. Dit betrof jaren waarover aangiften vennootschapsbelasting waren ingediend alsmede, op verzoek van X, het jaar 2019 waarover nog geen aangifte vennootschapsbelasting was ingediend. Door het indienen van de aangifte is er geen sprake meer van internationaal vooroverleg.
-
rul-20230228-rulov-000003
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2020. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het vooroverleg is beëindigd. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de bewuste leningen en fiscale problematiek zullen worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte vennootschapsbelasting 2020.
-
rul-20220830-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb”). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2019/2020. De rente die X verschuldigd is aan Y als gevolg van de verwerving van de aandelen in de deelnemingen is niet in aftrek beperkt door toepassing van artikel 10a Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd gelijk aan het boekjaar 2019/2020.
-
rul-20220830-rulov-000003
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) op rente verschuldigd aan een groepsmaatschappij. X kan afzien van een beroep op de tegenbewijsregelingen van het derde lid van artikel 10a Wet Vpb en de rente wordt beperkt in aftrek op grond van artikel 10a, eerste lid, Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd voor de boekjaren 2020/2021 tot en met 2024/2025 en is van overeenkomstige toepassing op het boekjaar 2019/2020 waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting al is ingediend.
-
rul-20220614-rulov-000009
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb” ). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het vooroverleg is beëindigd. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transacties zullen worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangiften vennootschapsbelasting.
-
rul-20220531-rulov-000002
Er is een verzoek ingediend door X voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb”). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020/2021 tot en met 2024/2025 in verband met een herstructurering binnen de groep. De schulden van X aan Y die verband houden met aankoop van de principaalactiviteiten van Y vallen niet onder de reikwijdte van artikel 10a, eerste lid, Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd gelijk aan de boekjaren 2020/2021 tot en met 2024/2025.
-
rul-20220517-rulov-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20220510-rulov-000011
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf met betrekking tot de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld.
-
rul-20210608-rulov-000009
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor 2019 en verder. Als gevolg van de intrekking van het verzoek om zekerheid vooraf is het vooroverleg beëindigd.
-
rul-20210601-rulov-000003
X heeft - voor de inwerkingtreding van het nieuwe rulingbeleid per 1 juli 2019 - een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf met betrekking tot de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2016 en verder. Er is geen zekerheid vooraf gegeven door middel van een vaststellingsovereenkomst. Het vooroverleg is gestaakt.
-
rul-20210427-rulov-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van de tegenbewijsregeling van artikel 10a, lid 3, onderdeel a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Gelet op de overwegingen wordt de rente niet in aftrek beperkt door artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst die geldt voor de boekjaren 2019/2020 tot en met 2023/2024.
-
rul-20210323-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de boekjaren vanaf 2021 tot en met 2025 in verband met een voorgenomenherstructurering binnen de groep. X kan na de herstructurering ten aanzien van de leningen van A een geslaagd beroep doen op de tegenbewijsregeling van artikel 10a, derde lid, onder a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20210202-rulov-000005
Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf in verband met de invoering van de spoedreparatiemaatregelen fiscale eenheid en de toepassing van de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) op leningen binnen fiscale eenheid. Men wenst zekerheid voor het jaar 2018. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake meer is van een verzoek tot een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek tot zekerheid vooraf is buiten behandeling gesteld. De genoemde transacties zullen worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte.
-
rul-20210202-rulov-000001
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2019/2020 tot en met 2023/2024. De rente die X verschuldigd is aan Y als gevolg van de verwerving van de aandelen in A is niet in aftrek beperkt door toepassing van art. 10a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd gelijk aan het boekjaar 2019/2020 tot en met 2024/2025 van X.
-
rul-20210112-rulov-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2019/2020 in verband met een herstructurering binnen de groep. De rente die X verschuldigd is aan D als gevolg van de verwerving van de aandelen in A is niet in aftrek beperkt door toepassing van art. 10a van de Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een geldigheid voor het boekjaar 2019/2020 van X.
-
rul-20210112-rulov-000008
De fiscale eenheid waartoe Z behoort heeft verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de renteaftrekbeperkingen opgenomen in art 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb”) voor de financiering van een aantal samenhangende rechtshandelingen waar Z bij betrokken is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren vanaf 2020 tot en met 2024. 1. De korte termijn leningen die Z aangegaan is bij X voor de financiering van de externe acquisities vallen onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 2. Na de herfinanciering van bovengenoemde korte termijn leningen (historisch aangewend voor de externe acquisities) door een langlopende lening van A, valt deze langlopende lening van A onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb. 3. De korte termijn leningen die doorgeleend zijn door Z aan C en aan A vallen niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb 1969 omdat sprake is van het verstrekken van vreemd vermogen wat geen rechtshandeling is die onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb valt. 4. De langlopende lening van A die in de plaats komt van de korte termijn leningen genoemd onder 3 valt onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb zodra Z haar vordering op C omgezet heeft in kapitaal en haar vordering op A als kapitaal terug betaald heeft aan A. 5. Z doet een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van artikel 10a lid 3a Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening dat verband houdt met de kapitaalstorting in C. 6. Z zal en kan geen (geslaagd) beroep doen op de tegenbewijsregelingen v an artikel 10a lid 3 Wet Vpb voor het gedeelte van de langlopende lening die verband houdt met terugbetaling van kapitaal aan A. 7. Het restant dat X na herfinanciering nog uit heeft staan aan externe k orte termijn financiering valt niet onder de reikwijdte van artikel 10a lid 1 Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20201208-rulov-000003
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet Vpb”). Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat het verzoek is ingetrokken.
-
rul-20201201-rulov-000001
X is van plan om aan haar enig aandeelhouder agio terug te betalen. Zij verzoekt om te bevestigen dat de rente – kosten en valutaresultaten daaronder begrepen – ter zake van de schuld die zij in verband met deze terugbetaling van agio zal aangaan bij een verbonden lichaam, niet in aftrek wordt beperkt op grond van artikel 10a, lid 1, sub a, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20200311-rulov-000001
X heeft een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de vraag of artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB) van toepassing is op rente die X betaalt aan verbonden lichamen. Op grond van het voorgaande wordt de rente verschuldigd aan specifieke verbonden lichamen niet in aftrek beperkt en de rente verschuldigd aan verbonden lichamen welke wordt toegerekend aan de houdsteractiviteiten in aftrek beperkt door de toepassing van art. 10a Wet Vpb. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van vier jaar (2017 t/m 2020).