-
1804472
Deze belastinguitspraak behandelt de activiteitentoets voor buitenlandse belastingplichtigen met een Nederlandse vaste inrichting. Het besluit stelt dat alleen de werkzaamheden van de vaste inrichting in aanmerking worden genomen voor de activiteitentoets volgens artikel 20 lid 4 Wet Vpb.
-
rul-20260217-rulov-000012
De groep waartoe X behoort overweegt een herstructurering gericht op de verkoop van onderdelen van de groep aan een derde partij. X wenst zekerheid vooraf te krijgen over toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (‘Wmb 2024’) ten aanzien van deze herstructurering. De gevraagde zekerheid over toepassing van de Wmb 2024 met betrekking tot de herstructurering kan worden gegeven. Een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 is overeengekomen. 20260217 RULOV 000012 Paginanummer 3 van 3
-
rul-20260217-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 juli 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260210-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet Vpb, in combinatie met de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A oefent X haar onderneming uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260210-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
KG:040:2026:1 Werkzaamheden met een verplaatsbare bedrijfsinrichting op verschillende plaatsen in Nederland; kwalificatie als vaste inrichting onder oud belastingverdrag
Publicatiedatum 11-02-2026, 9:22 | Laatste update 11-02-2026, 9:22 | Aanleiding X is een buitenlandse vennootschap die over een omvangrijke verplaatsbare installatie beschikt waarmee ter plaatse werkzaamheden worden uitgevoerd. De activiteiten van X in Nederland bestaan uit het (ver)plaatsen van de…
-
rul-20260203-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2026. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Aan X zal een aangiftebiljet vennootschapsbelasting worden uitgereikt.
-
rul-20260203-atr-000002
Er is een verzoek om zekerheid vooraf ingediend over de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en renten. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het jaar 2025 die zag op de buitenlandse belastingplicht en de conditionele bronbelasting op renten. W en Y zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. W is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten betaald door X aan W op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan Y op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260127-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de voordelen die X1 verkrijgt vanuit de operationele deelnemingen op basis van de oogmerktoets van artikel 13, negende lid en tiende lid van de Wet Vpb, en op de voordelen die X1 verkrijgt vanuit de houdsterdeelneming op basis van de bezittingentoets van artikel 13, elfde lid van de Wet Vpb. Y1, Y2 en Z zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. X1 kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X2 aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X2 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y1 en Y2 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X1 op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 20260127 ATR 000003 Paginanummer 7 van 7
-
rul-20260127-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 20230
-
rul-20260127-apa-000001
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2023 tot en met 2027. Er is geen zekerheid vooraf gegeven. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
1951430
Dit document behandelt de vraag of de 12 maanden termijn voor de uitvoering van een werk een extra eis is voor het ontstaan van een vaste inrichting. Het antwoord bevestigt dat naast de normale vereisten ook de duur van meer dan 12 maanden vereist is. Dit geldt voor zowel binnenlandse als buitenlandse vaste inrichtingen.
-
1770287
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een buitenlandse belastingplichtige de ondernemersaftrek volledig kan toerekenen aan de Nederlandse winst of dat dit pro rata moet gebeuren. Het besluit concludeert dat de ondernemersaftrek pro rata moet worden toegerekend aan zowel de Nederlandse als de buitenlandse winst.
-
rul-20260120-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdelen a en b en de verdere bepalingen van artikel 3 van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van de relevante belastingverdragen zou mogelijk sprake kunnen zijn van vaste vertegenwoordiging van de relevante partijen door X in Nederland. Indien en voor zover gesteld kan worden dat X deze relevante partijen vertegenwoordigt in Nederland, is het in dit specifieke geval niet nodig om winsten toe te rekenen aan de eventueel te constateren vaste inrichtingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 11 juni 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260120-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260113-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over het niet van toepassing zijn van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de bevestiging dat sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Dit in navolging van een eerdere overeenkomst die als gevolg van gewijzigde feiten en omstandigheden is komen te vervallen. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Z en W zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor hun belang in X respectievelijk Y. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z en van Y aan W geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door respectievelijk X of Y dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. C en D zijn op grond van artikel 17, derde lid, onder a juncto artikel 17a, onderdeel b van de Wet Vpb buitenlands belastingplichtig voor hun belang in de commanditaire vennootschap. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260113-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260113-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2025. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20251223-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang in de respectievelijke relevante deelnemingen. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 21 maart 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251223-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, in aanvulling op een eerdere afspraak tot en met 2026. Deze eerdere afspraak is, voor wat betreft laatstgenoemd onderwerp, door een wijziging komen te vervallen. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van A en B in D en E. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 4 oktober 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20251223-atr-000017
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028. 20251223 ATR 000017 Paginanummer 4 van 4
-
rul-20251223-atr-000023
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting, de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht, de toepassing van de deelnemingsvrijstelling, de CFC-maatregel en de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het jaar 2024. 1. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 2. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X1 aan Y op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 3. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. 4. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X1 en X2 in de relevante deelnemingen. 5. Met betrekking tot de relevante deelnemingen en de indirecte deelnemingen is artikel 13ab van de Wet Vpb niet van toepassing. 6. Zowel de werkzaamheden van X1 in verdragsland C als de werkzaamheden van X1 in verdragsland D kwalificeren als een vaste inrichting. De winsten toerekenbaar aan deze vaste inrichtingen vallen onder de objectvrijstelling van artikel 15e van de Wet Vpb en behoren derhalve niet tot de Nederlandse grondslag. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251223-atr-000025
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251223-atr-000030
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, in navolging op een eerdere afspraak. Deze eerdere afspraak is, voor wat betreft bovengenoemd onderwerp, door een wijziging komen te vervallen. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251223-rulov-000005
Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2022 en 2023. Primair is X gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. Subsidiair beschikt X over een vaste inrichting in Nederland en is zij buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2022 en 2023.
-
rul-20251223-rulov-000012
Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2023 en 2024. Primair is X gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb. Subsidiair beschikt X over een vaste inrichting in Nederland en is zij buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2023 en 2024.
-
rul-20251216-rulov-000004
Er is een verzoek tot zekerheid vooraf ingediend ten aanzien van voorgenomen fiscale zetelverplaatsingen uit Nederland door X en Y. Men wenst zekerheid vooraf ten aanzien van de eindafrekeningswinst voor de vennootschapsbelasting. Ook wenst men zekerheid vooraf ten aanzien van het terugtreden van Nederland inzake haar heffingsrecht op uit te keren dividenden – op basis van het relevante belastingverdrag – voor de periode na de fiscale zetelverplaatsingen. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Er is zekerheid gegeven inzake de omvang van de (eindafrekenings-)winst bij verplaatsing van de fiscale zetels van X en Y. Na verplaatsing van de zetel van Y kan zij zonder heffing van Nederlandse dividendbelasting dividenden uitkeren aan haar aandeelhouder. Omdat na het verplaatsen van de fiscale zetel X onvoldoende economische nexus heeft in Nederland kan zij geen zekerheid vooraf krijgen ten aanzien van de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20251216-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20251209-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2028. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent Y haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2028.
-
rul-20251202-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2023 tot en met 2024. Het verzoek om zekerheid vooraf is afgewezen. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Op verzoek van X wordt een aangiftebiljet vennootschapsbelasting uitgereikt.
-
rul-20251118-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20251111-atr-000001
Er is een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te verkrijgen over de afwezigheid van een vaste inrichting in respectievelijk Nederland en een lidstaat van de Europese Unie (EU). Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 en verder. De bevoegde autoriteiten en de relevante partijen hebben overeenstemming bereikt over de afwezigheid van een vaste inrichting van V samen met haar dochtervennootschap W, en X samen met haar zustervennootschap Y, in respectievelijk Nederland en verdragsland A. De bevoegde autoriteiten zijn geen specifieke looptijd overeengekomen. De overeenstemming blijft haar geldigheid behouden zolang de relevante feiten en omstandigheden niet materieel wijzigen.
-
rul-20251104-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in het buitenland en het achterwege laten van toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de periode 25 september 2023 tot en met 31 december 2027, aansluitend op een eerdere vaststellingsovereenkomst tot en met 24 september 2023. De werkzaamheden van X in verdragsland A kwalificeren niet als een vaste inrichting aldaar. De resultaten van de werkzaamheden van X in verdragsland A zijn niet vrijgesteld op grond van objectvrijstelling. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 25 september 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20250909-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20250826-atr-000013
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2020 tot en met 2024. Er is geen zekerheid vooraf verstrekt omdat het verzoek is ingetrokken. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250826-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20250826-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van buitenlandse belastingplicht en de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak. Z heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250826-atr-000010
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op Bonaire, Sint Eustatius of Saba (BES-eilanden) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met het boekjaar 2024. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES-eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250826-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, over de vestigingsplaats naar Nederlandse fiscale maatstaven en over de buitenlandse belastingplicht (afwezigheid vaste inrichting) voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. X wordt voor Nederlandse fiscale maatstaven geacht gevestigd te zijn in Verdragsland A en niet in Nederland. X drijft geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst, met een looptijd van 4 maart 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250826-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde deelnemende rechtspersonen in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250624-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Tevens verzoekt men om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2024. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20250506-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026. Er is geen zekerheid vooraf verstrekt. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20250422-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor het jaar 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20250318-atr-000005
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op de BES eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en/of Saba) middels een vaste inrichting van een op Sint Maarten gevestigd lichaam. Men vraagt zekerheid voor de boekjaren 2019 tot en met 2022, aansluitend op een eerdere afspraak. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met Y, de rechtsopvolger van X, met een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 1 november 2022.
-
rul-20250304-atr-000021
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250304-atr-000010
Er is onderzoek ingesteld of de werkzaamheden van X in Nederland leiden tot de aanwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Het onderzoek ziet op de jaren 2021 en 2022. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2021 en 2022. Er worden overeenkomstig dit standpunt aanslagen opgelegd.
-
rul-20250218-atr-000016
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20250211-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een Nederlandse commanditaire vennootschap en de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2024. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.
-
rul-20250204-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20250128-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. X heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland op basis van de relevante bepalingen van het toepasselijke belastingverdrag. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.