-
KG:040:2026:2 Gevolgen van artikel 15b Wet Vpb 1969 voor in aanmerking te nemen kosten bij bepaling van tweede limiet
Publicatiedatum 14-04-2026, 16:14 | Laatste update 14-04-2026, 16:14 | Aanleiding De in Nederland gevestigde vennootschap X BV ontvangt in 2025 een zakelijke rentebate ad € 1.100.000 over een lening verstrekt aan de met haar gelieerde, in het buitenland gevestigde vennootschap…
-
KG:040:2026:1 Werkzaamheden met een verplaatsbare bedrijfsinrichting op verschillende plaatsen in Nederland; kwalificatie als vaste inrichting onder oud belastingverdrag
Publicatiedatum 11-02-2026, 9:22 | Laatste update 11-02-2026, 9:22 | Aanleiding X is een buitenlandse vennootschap die over een omvangrijke verplaatsbare installatie beschikt waarmee ter plaatse werkzaamheden worden uitgevoerd. De activiteiten van X in Nederland bestaan uit het (ver)plaatsen van de…
-
1951206
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale behandeling van rente op geldleningen van een Nederlandse commanditaire vennoot aan zijn GmbH CoKG onder het belastingverdrag Nederland-Duitsland 1959. De uitspraak concludeert dat de rente als onderdeel van het ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt, met inachtneming van de relevante verdragsbepalingen.
-
1857723
Deze belastinguitspraak behandelt de mogelijkheid van dubbele belasting over rente tussen Nederland en Duitsland, waarbij de kwalificatie van de commanditaire vennootschap in beide landen verschilt. De uitspraak concludeert dat beide landen het recht hebben om rente te belasten, maar dat onderling overleg kan leiden tot een oplossing voor de dubbele heffing.
-
2070171
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een Britse REIT als inwoner kan worden aangemerkt voor de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en het VK. Het besluit concludeert dat de dividenden die door een Nederlandse BV aan de Britse REIT worden uitgekeerd, onder het 0% tarief vallen volgens het verdrag.
-
2070187
Deze uitspraak behandelt de toepassing van de objectvrijstelling ex artikel 15e van de vennootschapsbelastingwet 1969 in relatie tot een GmbH CoKG. De deelname van KBV in de GmbH CoKG is niet transparant, waardoor de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is en er sprake is van economische dubbele belastingheffing.
-
2070182
Deze belastinguitspraak behandelt de toerekening van rentelasten aan een vaste inrichting in het kader van de objectvrijstelling. Voor 1 januari 2018 geldt dat deze lasten moeten worden toegerekend op basis van de gemiddelde rente van de gehele fiscale eenheid, terwijl na deze datum de toerekening plaatsvindt op basis van de gemiddelde rente van de specifieke vennootschap met vaste inrichting.
-
2070189
Deze belastinguitspraak behandelt de heffingsbevoegdheid over ontvangen royalty's uit Israël. De ruling concludeert dat de vergoeding kwalificeert als royalty onder het belastingverdrag, maar ook als ondernemingswinst.
-
2070198
Deze belastinguitspraak behandelt de toerekening van winsten aan een fiscale eenheid in het kader van objectvrijstelling. De ruling bevestigt dat de objectvrijstelling moet worden bepaald op basis van het verdrag en dat vergunningen en andere rechten aan de vaste inrichting moeten worden toegerekend.
-
1951425
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de kapitalisatie van een rentevordering kan worden gekwalificeerd als een betaling onder de verrekeningsbepalingen. De ruling concludeert dat de omzetting als betaling kan worden aangemerkt en dat de rente in de grondslag meetelt voor de bepaling van het tellerinkomen.
-
2070901
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 33b lid 2 letter b van de Wet VPB, waarbij de inhaalverplichting voor buitenlandse verliezen wordt besproken. Indien een belastingplichtige kan aantonen dat negatieve buitenlandse winst heeft geleid tot niet-verrekenbare verliezen, kan de inhaalverplichting vervallen.
-
1951426
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de verplichting tot inhaal van verliezen volledig vervalt of dat een prorata benadering moet worden toegepast. Het besluit concludeert dat de verplichting tot inhaal van 10 volledig vervalt, omdat er geen vermindering van vennootschapsbelasting is ontstaan door het buitenlandse verlies.
-
1951429
Deze belastinguitspraak behandelt de volgorde van verrekening tussen buitenlandse bronheffing en Nederlandse dividendbelasting. Het besluit stelt dat buitenlandse bronheffing als eerste moet worden verrekend, wat kan leiden tot een cashflow voordeel voor de belastingplichtige.
-
1951427
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of verrekening van bronheffing mogelijk is in een triangular case. De conclusie is dat, op basis van het huidige recht, verrekening niet mogelijk is.
-
1951432
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de zuster FE67Awr is opgericht volgens de bepalingen van de Wet Vpb 1969. Het besluit bevestigt dat de SE kwalificeert als Topmaatschappij, wat belangrijke implicaties heeft voor de belastingstatus.
-
1951430
Dit document behandelt de vraag of de 12 maanden termijn voor de uitvoering van een werk een extra eis is voor het ontstaan van een vaste inrichting. Het antwoord bevestigt dat naast de normale vereisten ook de duur van meer dan 12 maanden vereist is. Dit geldt voor zowel binnenlandse als buitenlandse vaste inrichtingen.
-
1951433
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag wat er gebeurt met de aanspraak op door te schuiven buitenlandse winsten na een grensoverschrijdende fusie. De ruling concludeert dat deze aanspraak kan worden meegegeven aan de achterblijvende vennootschap in Nederland, ter voorkoming van dubbele belastingheffing.
-
1951434
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of de duivensport valt onder het sportersartikel van het oude verdrag met 67Awr. De conclusie is dat een duivenhouder niet als sportbeoefenaar wordt aangemerkt, omdat hij zelf niet fysiek deelneemt aan de sportactiviteiten.
-
1951441
Dit document behandelt de interpretatie van artikel 336 van het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Het biedt inzicht in de overgangsregeling voor belastingplichtigen die door het nieuwe verdrag in een nadeligere fiscale positie komen en de mogelijkheid om het oude verdrag gedurende een jaar toe te passen.
-
1951442
Dit memo behandelt de vraag of Britse pensioenfondsen vrijgesteld kunnen worden van belastingheffing in Nederland op basis van het verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De conclusie is dat deze fondsen, onder bepaalde voorwaarden, een vrijstelling van bronheffing kunnen claimen zonder te voldoen aan specifieke nationale voorwaarden.
-
1951435
In deze belastinguitspraak wordt besproken of BV een vordering op buitenlandse bronbelasting kan afwaarderen ten laste van haar belastbare winst. De conclusie is dat dit niet mogelijk is vanwege de toepassing van een regeling ter voorkoming van dubbele belasting.
-
1951436
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat de Nederlandse vestiging voldoet aan de voorwaarden voor een vaste inrichting volgens artikel 5 van het belastingverdrag. De uitzonderingen van artikel 5, lid 4 zijn niet van toepassing, waardoor de vestiging onderhevig is aan de Nederlandse belastingheffing.
-
1951431
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de Maltese belastingregelingen gelijk zijn aan de MIBA-regeling en of deze als bijzonder regime kunnen worden aangemerkt. De conclusie is dat Nederland artikel 30 van het verdrag met Malta eenzijdig kan toepassen, mits het regime vergelijkbaar is met het MIBA-regime.
-
1951438
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er een onder vaste inrichting bestaat binnen het concept vaste inrichting. Het oordeel is dat dit niet het geval is, wat implicaties heeft voor de heffingsrechten van de bronstaat.
-
1951428
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het Dubai International Financial Centre (DIFC) als een bijzonder regime kan worden aangemerkt onder het verdrag met de VAE. De conclusie is dat het DIFC niet als bijzonder regime wordt beschouwd, aangezien er geen wijzigingen zijn geweest in de belastingwetgeving in de VAE sinds het sluiten van het verdrag.
-
1951439
Deze uitspraak behandelt de vraag of de Nederlandse dividendbelasting in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer. Het HvJ heeft geoordeeld dat Nederland niet verplicht is om dubbele belasting te voorkomen, waardoor het ruime kostenbegrip voor de toepassing van de tweede limiet gehandhaafd kan blijven.
-
1951437
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of een vennootschap opgericht naar het recht van de Britse Maagdeneilanden kan worden toegevoegd aan een fiscale eenheid in Nederland. De ruling concludeert dat dit niet mogelijk is, omdat de vennootschap niet voldoet aan de vereisten van de wet Vpb.
-
1951440
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de inhoudingsvrijstelling voor dividendbelasting in strijd is met het VWEU. De ruling concludeert dat er geen strijd is met het VWEU, omdat de nationale regelgeving exclusief onder de vrijheid van vestiging valt.
-
1951444
Deze belastinguitspraak behandelt de gevolgen van de samenloop van een verlies van een vaste inrichting en een winstgevende vaste inrichting voor de inhaalregeling. Het besluit verduidelijkt dat de inhaal van verliezen niet meer nodig is wanneer deze verliezen niet meer verrekend kunnen worden volgens de wetgeving.
-
1951443
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een BV kan worden omgezet in een Luxemburgse SA en de fiscale gevolgen hiervan. De conclusie is dat een dergelijke omzetting civielrechtelijk niet mogelijk is, waardoor de BV binnenlands belastingplichtig blijft.
-
1951199
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale verwerking van een Belgische landbouwvennootschap in Nederland. De ruling concludeert dat de Nederlandse vennootschapsbelasting verrekend kan worden met de Belgische inkomstenbelasting, zonder de Belgische kwalificatie te volgen.
-
1951202
In deze belastinguitspraak wordt de mogelijkheid van voortwenteling van niet verrekende bronbelasting besproken. De conclusie is dat verrekening niet mogelijk is omdat de bronbelasting niet ten laste van de belastingplichtige is ingehouden.
-
2070172
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of inhaalverliezen van een buitenlandse vaste inrichting die voor 2012 is gestaakt, kunnen verdampen. Het antwoord is negatief; de objectvrijstelling is niet van toepassing op verliezen die vóór 2012 zijn geleden.
-
1951201
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld waar een schip op de balans moet worden geplaatst. De conclusie is dat het schip op de balans van de vaste inrichting hoort, maar er zijn twijfels over de juistheid van de winsttoerekening en de hoogte van de huurprijs en afschrijving.
-
1951204
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag tot welk jaar Portugal en Tsjechië belasting mogen heffen over royalty's volgens de Richtlijn van de Raad van 3 juni 2003. De ruling concludeert dat beide landen onder bepaalde voorwaarden belasting mogen heffen, met specifieke percentages voor de overgangsperiodes.
-
1951213
In het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016 wordt vastgesteld dat interne royaltybetalingen niet in aanmerking worden genomen bij de winstberekening voor aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Dit heeft gevolgen voor de toepassing van belastingverdragen met betrekking tot winstopslagen en interne kostenallocatie.
-
1951205
Dit document behandelt de vraag of een vennootschap die is omgezet naar Luxemburgs recht kan kwalificeren als tussenmaatschappij in een fiscale eenheid. De conclusie is dat Nederland deze vennootschap moet accepteren op basis van EU-recht, ondanks nationale regels die anders zouden kunnen suggereren.
-
1951209
In deze belastinguitspraak wordt geoordeeld dat negatieve resultaten uit eerdere jaren niet meegenomen kunnen worden bij de bepaling van het saldo volgens artikel 15i lid 2 Vpb. Dit komt doordat alleen resultaten die onder de objectvrijstelling zijn gebracht, in aanmerking komen. De inspecteur heeft vastgesteld dat een ambtshalve vermindering in dit geval niet mogelijk is.
-
1951210
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland uit 1951 verrekenprijsaanpassingen toestaat. De Belastingdienst concludeert dat dit inderdaad het geval is, waarbij het arm's length principe van toepassing is op de invulling van de verdragstermen inkomen en winst.
-
1951207
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de stakingsverliesregeling niet van toepassing is op verliezen van een vennootschap in het VK, omdat de per staat benadering in strijd is met het Unierecht. De kennisgroep stelt dat de regeling niet voldoet aan de eisen voor objectieve vergelijkbaarheid.
-
1951208
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag naar het tarief waartegen Nederland belasting mag heffen op een dividend uitgekeerd door een Nederlandse vennootschap aan een Amerikaanse Qualifying Subchapter S Subsidiary. De ruling concludeert dat het toepasselijk tarief 15% is en dat het verzoek om een verlaagd tarief moet worden afgewezen.
-
1951211
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag welke bedragen moeten worden vermeld in de inhaalbeschikking ultimo. De ruling concludeert dat het bedrag aan verdampte verliezen het maximale bedrag is dat geschrapt kan worden op basis van artikel 33b van de Wet op de vennootschapsbelasting.
-
1951212
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de non discriminatie bepaling uit het belastingverdrag met Zuid Korea geen recht geeft op teruggaaf van dividendbelasting voor niet-inwoners. Het onderscheid naar plaats van vestiging is toegestaan volgens de Nederlandse wetgeving.
-
1951215
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag over de betekenis van winst of grondslag in het kader van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting met Australië. De ruling concludeert dat Nederland verplicht is om een voorkoming te verlenen voor het verdragsinkomen uit rente, ongeacht het moment van belastingheffing door Australië.
-
1951214
Dit memo behandelt de civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen van de emigratie en omzetting van een BV naar een buitenlandse rechtsvorm. De conclusie is dat Nederland vertrekkende vennootschappen niet slechter behandelt dan binnenlandse vennootschappen, en dat de relevante wetgeving niet in strijd is met EU-vrijheden.
-
2070173
Deze belastinguitspraak behandelt de mogelijkheid voor de Nederlandse inspecteur om aanslagen vennootschapsbelasting te verminderen, zelfs als de vijfjaarstermijn is verstreken. Dit kan onder bepaalde voorwaarden, zoals bij arm's length correcties en overlegprocedures met de bevoegde autoriteit.
-
1950725
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of onderhoudswerkzaamheden aan productieplatforms door 67Awr kwalificeren voor heffingsrecht van het Verenigd Koninkrijk. Het besluit concludeert dat deze werkzaamheden leiden tot een vaste inrichting in het VK, waardoor het recht heeft om het loon van de werknemers te belasten.
-
1950738
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of een Franse SPICCAV vergelijkbaar is met een Nederlandse fbi. De conclusie is dat de SPICCAV niet voldoet aan de voorwaarden van een fbi, vanwege significante verschillen in belastingverplichtingen en aandeelhoudersstructuur.
-
1950726
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de werkzaamheden van een Nederlandse belastingplichtige in het Verenigd Koninkrijk leiden tot een vaste inrichting. De ruling concludeert dat de belastingplichtige zich kan beroepen op een uitzondering in het belastingverdrag, waardoor er geen vaste inrichting ontstaat.
-
1950729
Deze belastinguitspraak behandelt de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting binnen een fiscale eenheid in relatie tot royalty's. De ruling bevestigt dat rekening houden met interne royalty's onder bepaalde voorwaarden mogelijk is, afhankelijk van de toepasselijke belastingverdragen met het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België.