-
rul-20260714-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. X kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260714-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit de deelnemingen A op basis van de oogmerktoets van artikel 13, negende lid en tiende lid van de Wet Vpb, en op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit deelnemingen B op basis van de bezittingentoets dan wel onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260714-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing ten aanzien van de belangen van: 1. X1 in A; 2. X3 en X4 in B; 3. X5 in C. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 13 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 24 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260707-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op renten, royalty’s en dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten en dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 mei 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260630-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X2 in de relevante deelnemingen. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 en X2 aan respectievelijk Y1 en Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 of X2 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 17 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig voor de voordelen in de vorm van dividenden die zij ontvangt van X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van twee buitenlandse rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260630-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen voor de vennootschapsbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op royalty’s. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2026. Artikel 12aa, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Artikel 12ad, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van royalty’s betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260630-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling van de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000016
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260623-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X in Y en Z. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 31 oktober 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260623-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260623-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul- 20260623-rulov-000008
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over haar vestigingsplaats in het kader van haar kwalificatie naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X is op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR in verdragsland A gevestigd. Door toepassing van de symmetrische methode is X conform de fiscale behandeling in verdragsland A naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260616-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 29 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X en Y ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260609-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260602-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens vraagt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 en 2027. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260602-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260602-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening. X is derhalve voor Nederlandse fiscale maatstaven niet transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 31 juli 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260526-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang van X in de relevante deelnemingen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang van: 1. X1 in A en B; 2. X2 in C en D; en 3. X3 in E en F. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 – X5 aan Y1 en van winstuitkeringen van X6 aan Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 – X6 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y1 en Y2 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting in het buitenland, de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten en de toepassing van artikel 8bc van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland B oefent X1 haar onderneming uit met behulp van een vaste inrichting in verdragsland B voor de toepassing van de Wet Vpb. 2. De winst die toerekenbaar is aan de buitenlandse onderneming in verdragsland B valt onder de objectvrijstelling van artikel 15e van de Wet Vpb. 3. Artikel 8bc van de Wet Vpb blijft buiten toepassing ter zake van de overdracht waarbij X1 de principaal business verkrijgt van Y. 4. Z kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260512-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260512-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260512-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A en B1 (dan wel aan B2, na opheffing van B1 en C1) geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260512-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260505-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, gedeeltelijk in aansluiting op reeds eerder verstrekte zekerheid vooraf. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van: • A in Y 1 t/m 26, Y 50 en Z 1 t/m 10; • B in Y 27 en Z 11; • C in Y 28 t/m 31 en Z 12; • D in Y 32; • E in Y 33 t/m 38; • F in Y 39 en Y 40; • H in Y 41 t/m 43; en • G in Y 44 t/m 50. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260428-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260428-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260421-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260421-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Y1 is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260421-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260421-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260421-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X in A en B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 26 mei 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260421-atr-000014
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260414-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse commanditaire vennoten zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als medegerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beide in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260414-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 3 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260414-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260414-atr-000006
X heeft een dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouder Y waarop dividendbelasting is ingehouden. Vervolgens is bezwaar gemaakt tegen de ingehouden dividendbelasting met een beroep op de toepassing van de inhoudingsvrijstelling. X en de Belastingdienst zijn in overleg getreden en wensen nu een afspraak te maken voor het verleden en voor de gevolgen voor de dividendbelasting van de vereffening en liquidatie van X. De zekerheid vooraf betreft de jaren 2025 en 2026. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y, conform de gemaakte afspraak, voor een deel Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Ten aanzien van het dividend dat zal worden uitgekeerd als gevolg van de vereffening en de liquidatie van X zal een aangifte dividendbelasting worden ingediend binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld aan Y. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 oktober 2026. Voorgaande is van overeenkomstige toepassing op het ingediende bezwaarschrift over het eerder uitgekeerde dividend.