20250909 ATR 000001
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.
Feiten
X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land buiten de Europese Unie (EU), waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). X maakt deel uit van een internationaal opererend concern met een hoofdkantoor buiten de EU en is actief in de industriële sector. X is onderworpen aan een winstbelasting in verdragsland A. B, een natuurlijk persoon, is werkzaam bij X. B woont in Nederland. Buiten de werkzaamheden van B (namens X) verricht X geen activiteiten in Nederland. B verricht zijn werkzaamheden deels vanuit zijn woning in Nederland. X zal – direct of indirect – geen vergoeding betalen ten behoeve van deze thuiswerkplek. B reist, vanwege zijn functie binnen X, met enige regelmaat naar andere landen waar het concern actief is. Mogelijk brengt de functie van B met zich mee dat hij – formeel dan wel feitelijk – de bevoegdheid heeft om namens X overeenkomsten te sluiten in Nederland. Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek van X om zekerheid vooraf dat geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland ziet op de toepassing van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Als sprake is van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op basis van deze artikelen in combinatie met het geldende belastingverdrag, dient op basis van de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A te worden bepaald of Nederland wel kan heffen. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
20250909 ATR
0000011. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen. Dit is niet verder feitelijk beoordeeld, omdat het verzoek vervolgens is ingetrokken.
2. X is gewezen op de additionele informatie die moet worden verstrekt voor het in behandeling nemen van het verzoek onder het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. X heeft vervolgens een inschatting gemaakt van de additionele administratieve lasten en heeft besloten om het vooroverleg te staken.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.