-
1950575
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de activiteiten van een vaste inrichting meetellen voor de werkzaamheidentoets van de houdsterverliesregeling. De KGB heeft bevestigd dat de werknemers van een vaste inrichting wel degelijk meetellen, wat gevolgen heeft voor de toepassing van de wetgeving omtrent houdsterverliezen.
-
1950572
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat de kwijtscheldingswinst van een vennootschap in 2013 niet verrekenbaar is met houdsterverliezen uit eerdere jaren, aangezien er in dat jaar geen activiteiten zijn verricht. Dit besluit is gebaseerd op de voorwaarden van de vennootschapsbelasting en relevante jurisprudentie.
-
1865571
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de bezittingen van een belastingplichtige, die voornamelijk bestaan uit indirecte belangen in vastgoeddeelnemingen, als beleggingen kwalificeren onder artikel 20a lid 4 van de Wet VPB. De ruling concludeert dat deze bezittingen grotendeels als beleggingen worden aangemerkt, waardoor artikel 20a van toepassing is.
-
1865580
Dit document behandelt de vraag of een belastingplichtige onder artikel 20 lid 6 Vpb kan vallen zonder 25 werknemers in een vaste inrichting. De conclusie is dat de belastingplichtige ten minste 25 werknemers moet hebben om niet onder de houdsterverliesregeling te vallen.
-
1804506
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat verliezen uit de periode 2012 tot en met juli 2016 niet verrekenbaar zijn door een belangrijke aandeelhouderswijziging. De wetgeving rondom artikel 20a VPB biedt geen ruimte voor het behouden van deze verliezen, ondanks gevoelens van onrechtvaardigheid.
-
1804472
Deze belastinguitspraak behandelt de activiteitentoets voor buitenlandse belastingplichtigen met een Nederlandse vaste inrichting. Het besluit stelt dat alleen de werkzaamheden van de vaste inrichting in aanmerking worden genomen voor de activiteitentoets volgens artikel 20 lid 4 Wet Vpb.
-
1804354
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de beleggingstoets en inkrimpingstoets binnen fiscale eenheden. Het besluit stelt dat groepsvorderingen niet als beleggingen worden aangemerkt wanneer ze worden aangehouden in het kader van de bedrijfsactiviteiten van de groep.