20250826 ATR 000006
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029.
Feiten
X is een commanditaire vennootschap opgericht naar het recht van Nederland. Het doel van X is om investeerders samen te brengen (poolen) om zodoende kapitaal te investeren. De investeerders zijn gevestigd dan wel woonachtig binnen en buiten Nederland. De beheerder van X is een besloten vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en ook feitelijk in Nederland gevestigd. De groep is actief in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. X oefent geen activiteiten uit in Nederland die het beleggingscriterium ontstijgen. X kan niet aangemerkt worden als fonds voor gemene rekening. Er is in 2024 een intentieverklaring ten aanzien van X getekend om de voorwaarden van de commanditaire vennootschap aan te passen, zodat de voorwaarden op termijn voldoen aan die van een inkoopfonds. Voor doeleinden van dit verzoek wordt er vanuit gegaan dat X transparant is naar Nederlandse fiscale maatstaven.
Rechtskader
Het verzoek van X om zekerheid vooraf dat geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland ziet op de toepassing van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. In paragraaf 3, onderdeel a van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden aan situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. In dezelfde paragraaf 3, onderdeel a, laatste zin wordt hierop een uitzondering gemaakt, welke inhoudt dat de bepaling inzake de economische nexus naar haar aard niet van toepassing is indien zekerheid wordt gevraagd over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. 20250826 ATR 000006
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Op grond van artikel 3, vierde lid, vijfde en achtste lid van de Wet Vpb wordt voor de toepassing van de Wet Vpb voor de invulling van het begrip ‘vaste inrichting’ verstaan het begrip ‘vaste inrichting’ zoals dat (i) geldt voor de relevante bepalingen van het (eventueel) toepasselijke belastingverdrag of (ii) de wettelijke invulling van artikel 3, vierde lid, onderdeel b van de Wet Vpb (indien geen belastingverdrag of regeling van toepassing is).
4. Op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel b in combinatie met artikel 3, vijfde lid van de Wet Vpb of van het toepasselijke belastingverdrag is sprake van een vaste inrichting als X een vaste bedrijfsinrichting heeft waarin de activiteiten van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend. Als de activiteiten echter uitsluitend van ondersteunende aard zijn, zal geen sprake zijn van een vaste inrichting.
5. X oefent geen activiteiten uit in Nederland die het beleggingscriterium ontstijgen.
6. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat de in het buitenland gevestigde deelnemende rechtspersonen in X, op basis van het belang in X, geen vaste inrichting hebben in Nederland.
Conclusie
De in het buitenland gevestigde deelnemende rechtspersonen in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.