rul-20251216-atr-000001

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van artikel 13c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X houdt onder andere de aandelen in Y. Y houdt alle aandelen in Z. Y en Z zijn beide vennootschappen opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (EU). X, Y en Z zijn onderdeel van een internationaal opererend concern actief in de industriële sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [151 – 300] werknemers.

X had in het verleden een vaste inrichting in dezelfde EU-lidstaat als waar Y en Z zijn gevestigd. De resultaten van deze vaste inrichting zijn in het verleden ten laste van de winst van X gebracht. Als gevolg hiervan zijn inhaalverliezen ontstaan.

In de loop der jaren zijn de activiteiten van de vaste inrichting van X in omvang afgenomen. Op een gegeven moment zijn de laatst overgebleven werknemers in dienst getreden van Z.

Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf betreft de toepassing van artikel 13c (oud) van de Wet Vpb. Dit artikel kan op basis van artikel 33b van de Wet Vpb nog steeds van toepassing zijn.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.

2. Tijdens de behandeling van het verzoek is besloten om het vooroverleg te staken. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.

Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: