rul-20251118-atr-000005

20251118 ATR 000005

Samenvatting

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028.

Feiten

X is een coöperatie opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X behoort tot een Nederlands concern met een hoofdkantoor in Nederland, dat actief is in de handelssector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [151 – 300] werknemers. X houdt een belang van 25% in Y, een buitenlands samenwerkingsverband opgericht naar het recht van een staat buiten de Europese Unie (staat A). X is de beherend vennoot van het buitenlandse samenwerkingsverband. Z houdt een belang van 75% in Y. Z is een vennootschap opgericht naar het recht van en gevestigd in staat A. Y houdt 100% van de aandelen in C, een vennootschap opgericht naar het recht van en gevestigd in staat A. C functioneert als een houdstervennootschap en houdt aandelen in verschillende in staat A gevestigde groepsvennootschappen die activiteiten verrichten die in het verlengde liggen van de activiteiten van het concern. De rechtsvormen van Y, Z en C zijn opgenomen op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 als vergelijkbaar met een Nederlandse commanditaire vennootschap (Y) en respectievelijk een Nederlandse kapitaalvennootschap (Z en C). Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Van een wezenlijke wijziging van het buitenlandse recht is geen sprake. Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek van Z om zekerheid vooraf dat geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland ziet op de toepassing van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Als sprake is van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger op basis van deze artikelen in combinatie met het geldende belastingverdrag, dient op basis van de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A te worden bepaald of Nederland wel kan heffen. 20251118 ATR 000005 Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Om het verzoek om zekerheid vooraf te kunnen behandelen en te beoordelen, is door de Belastingdienst additionele informatie gevraagd. X heeft vervolgens een inschatting gemaakt van de additionele administratieve lasten en heeft besloten om het vooroverleg te staken. Het verzoek om zekerheid vooraf is derhalve ingetrokken voordat kon worden toegekomen aan een inhoudelijke analyse.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.