-
rul-20260811-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
1790606
Dit kennisdocument biedt voorbeeldvragen voor het toepassen van de liquidatieverliesregeling in de vennootschapsbelasting, met aandacht voor recente wetswijzigingen en specifieke casusafstemming.
-
1790607
De handreiking biedt voorbeeldvragen voor het vaststellen van liquidatieverliezen volgens de liquidatieverliesregeling in de Wet Vpb 1969, ter ondersteuning van belastingplichtigen en adviseurs.
-
1790608
De handreiking behandelt de fiscale behandeling van aan- en verkoopkosten van deelnemingen, inclusief jurisprudentie en allocatievraagstukken, en is bedoeld voor intern gebruik binnen de kennisgroep deelnemingsvrijstelling.
-
1790609
De syllabus behandelt de compartimenteringsreserve in de deelnemingsvrijstelling, inclusief wetgeving, jurisprudentie en praktische toepassingen voor belastingplichtigen.
-
rul-20260804-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. 2. B is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan B geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. B is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan B op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260804-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid, in combinatie met artikel 4, negende lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260728-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X1 in A1 t/m A12 en van X2 in A13. Z is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor haar belang in X1 en X4. Y2 en Y3 zijn niet buitenlands belastingplichtig voor hun belangen in X1 respectievelijk X3 als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde haar belangen in X1 en X4 en Y2 en Y3 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belangen in X1 respectievelijk X3 op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 aan Z, van X4 aan Z, van X1 aan Y2 en van X3 aan Y3 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1, X3 en X4 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van E in F, het belang van A in D, de belangen van C in J 1 t/m 27 en het belang van U in F. Y en V zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor hun belang in X respectievelijk Z. Y en V zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belang in X respectievelijk Z op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en van Z aan V geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X en Z dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Y en Y1 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en Y1 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y en Y1 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in Y. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260714-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit de deelnemingen A op basis van de oogmerktoets van artikel 13, negende lid en tiende lid van de Wet Vpb, en op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit deelnemingen B op basis van de bezittingentoets dan wel onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260714-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing ten aanzien van de belangen van: 1. X1 in A; 2. X3 en X4 in B; 3. X5 in C. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 13 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 24 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260707-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op renten, royalty’s en dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten en dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 mei 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260630-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X2 in de relevante deelnemingen. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 en X2 aan respectievelijk Y1 en Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 of X2 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 17 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig voor de voordelen in de vorm van dividenden die zij ontvangt van X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling van de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000016
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260623-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X in Y en Z. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 31 oktober 2025 tot en met 31 december 2029.
-
Kennisdocument-aan-en-verkoopkosten-deelneming
Het document behandelt de fiscale behandeling van aan- en verkoopkosten van deelnemingen, inclusief recente jurisprudentie en richtlijnen voor allocatie binnen de vennootschapsbelasting.
-
rul-20260616-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 29 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X en Y ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260602-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens vraagt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 en 2027. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260602-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang van X in de relevante deelnemingen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling in de nationale situatie. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het aandelenbelang van: 1. X1 in A en B; 2. X2 in C en D; en 3. X3 in E en F. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 – X5 aan Y1 en van winstuitkeringen van X6 aan Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 – X6 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y1 en Y2 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260512-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260512-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260512-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A en B1 (dan wel aan B2, na opheffing van B1 en C1) geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260505-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, gedeeltelijk in aansluiting op reeds eerder verstrekte zekerheid vooraf. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van: • A in Y 1 t/m 26, Y 50 en Z 1 t/m 10; • B in Y 27 en Z 11; • C in Y 28 t/m 31 en Z 12; • D in Y 32; • E in Y 33 t/m 38; • F in Y 39 en Y 40; • H in Y 41 t/m 43; en • G in Y 44 t/m 50. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260428-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260421-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X in A en B. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 26 mei 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260414-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse commanditaire vennoten zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als medegerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beide in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260414-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 3 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260414-atr-000006
X heeft een dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouder Y waarop dividendbelasting is ingehouden. Vervolgens is bezwaar gemaakt tegen de ingehouden dividendbelasting met een beroep op de toepassing van de inhoudingsvrijstelling. X en de Belastingdienst zijn in overleg getreden en wensen nu een afspraak te maken voor het verleden en voor de gevolgen voor de dividendbelasting van de vereffening en liquidatie van X. De zekerheid vooraf betreft de jaren 2025 en 2026. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y, conform de gemaakte afspraak, voor een deel Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Ten aanzien van het dividend dat zal worden uitgekeerd als gevolg van de vereffening en de liquidatie van X zal een aangifte dividendbelasting worden ingediend binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld aan Y. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 oktober 2026. Voorgaande is van overeenkomstige toepassing op het ingediende bezwaarschrift over het eerder uitgekeerde dividend.
-
rul-20260407-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A, B en C geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-atr-000022
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting, de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. 1. Y is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet-transparant. 2. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door de betreffende Nederlandse vennootschap dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 3. De aandeelhouders zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 4. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van de Nederlandse vennootschappen in de deelnemingen. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260324-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in Y. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260324-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260311-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X, Y en Z in de relevante deelnemingen. 2. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan A op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260317-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260317-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260317-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van in de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 23 mei 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260303-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlands samenwerkingsverband naar Nederlandse fiscale maatstaven. Verder is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting van toepassing is. Dit in navolging van een eerdere overeenkomst die, als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving met betrekking tot de kwalificatie van het buitenlandse samenwerkingsverband, is komen te vervallen. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Y kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260303-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.