20250506 ATR 000002
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
Feiten
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2022 tot en met 2026. X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land binnen de Europese Unie (EU), waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten (verdragsland A). Het concern is actief in de handelssector. X is onderworpen aan winstbelasting in verdragsland A. X heeft twee medewerkers (B en C), woonachtig in Nederland, in dienst die werkzaamheden voor X verrichten. B en C verrichten hun werkzaamheden voornamelijk in verdragsland A en verrichten tevens deels werkzaamheden ten behoeve van X vanuit hun woning in Nederland. De woningen van B en C staan niet ter beschikking aan X. De functies van B en C brengen niet met zich mee dat zij de bevoegdheid hebben om – formeel dan wel feitelijk – overeenkomsten te sluiten. Naast de activiteiten die B en C verrichten voor X, verricht X geen andere activiteiten in Nederland. X heeft niet meer gereageerd en om deze reden is het verzoek buiten behandeling gesteld.
Rechtskader
Het verzoek van X om zekerheid vooraf dat er geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland ziet op de toepassing van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Als sprake is van een vaste inrichting op basis van deze artikelen, dient op basis van de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A te worden bepaald of Nederland wel kan heffen. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
20250506 ATR 000002
1. In paragraaf 3, onderdeel a van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden aan situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. In dezelfde paragraaf 3, onderdeel a, laatste zin wordt hierop een uitzondering gemaakt, welke inhoudt dat de bepaling inzake de economische nexus naar haar aard niet van toepassing is indien zekerheid wordt gevraagd over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
3. De Belastingdienst heeft het verzoek inhoudelijk geanalyseerd, maar voordat tot een overeenstemming is gekomen is het verzoek buiten behandeling gesteld. X heeft namelijk niet meer gereageerd op verzoeken vanuit de zijde van de Belastingdienst. in Nederland.
Conclusie
Er is geen zekerheid vooraf verstrekt. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.