-
rul-20260714-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Z, als participant in X (via Y), heeft geen vaste inrichting in Nederland op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-apa-000013
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. Er is geen zekerheid vooraf gegeven. De transactie zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260707-apa-000011
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoopactiviteiten verricht door de vaste inrichting van X ten behoeve van het hoofdhuis van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,95% bedraagt en de upper quartile 8,37%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul- 20260707-rulov-000007
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat zij kwalificeert als verdragsinwoner van een andere staat op grond van het relevante belastingverdrag tussen Nederland en die andere staat. Daarnaast heeft X verzocht om zekerheid vooraf over de gevolgen voor de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB) ter zake van toekomstige dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is inwoner van verdragsland A op grond van artikel 4 van het van toepassing zijnde belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A. X blijft inhoudingsplichtig voor de Wet DB. Een benaderingsmethodiek van de aandelen van het aandeelhoudersbestand dat is toe te rekenen aan inwoners van Nederland is overeengekomen. Een vaststellingsovereenkomst is overeengekomen met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260630-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op renten, royalty’s en dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten en dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 mei 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260630-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig voor de voordelen in de vorm van dividenden die zij ontvangt van X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen voor de vennootschapsbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op royalty’s. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2026. Artikel 12aa, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Artikel 12ad, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van royalty’s betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260630-apa-000007
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoopactiviteiten van de vaste inrichting een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,85% bedraagt en de upper quartile 7,24%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260623-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land 1, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260623-apa-000012
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025/2026 tot en met 2029/2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024/2025. Partijen hebben vastgesteld dat voor de ondersteunende activiteiten verricht door de vaste inrichting ten behoeve van het hoofdhuis van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,07% bedraagt en de upper quartile 9,95%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2030.
-
rul-20260623-apa-000014
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2026, aansluitend op een eerdere unilaterale afspraak tot en met 2019. De aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren tot en met 2023 zijn reeds ingediend. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over een zakelijke winstallocatie van de resultaten van de Nederlandse markt tussen X en de vaste inrichting. Deze bilaterale overeenstemming is uitgewerkt en vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat voor de vaststelling van de verrekenprijzen voor dealings tussen X en de vaste inrichting de toepassing van de transactional profit split methode at arm's-length is en zijn overeengekomen dat de resultaten van de Nederlandse markt verdeeld worden aan de hand van de percentages [30% - 40%]:[60% - 70%], respectievelijk toekomend aan X en aan de vaste inrichting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2026. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting voor de jaren tot en met 2023 reeds zijn ingediend.
-
rul-20260616-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 29 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X en Y ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260609-atr-000004
Er is initieel verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2026. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260609-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2024 tot en met 2028. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 augustus 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260602-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens vraagt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 en 2027. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260526-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde van haar belang in X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 10 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260526-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde van haar belang in X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 12 december 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260526-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde van haar belang in X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 10 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260526-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 21 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260526-atr-000017
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde van haar belang in X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 12 december 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260519-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260519-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting in het buitenland, de toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten en de toepassing van artikel 8bc van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland B oefent X1 haar onderneming uit met behulp van een vaste inrichting in verdragsland B voor de toepassing van de Wet Vpb. 2. De winst die toerekenbaar is aan de buitenlandse onderneming in verdragsland B valt onder de objectvrijstelling van artikel 15e van de Wet Vpb. 3. Artikel 8bc van de Wet Vpb blijft buiten toepassing ter zake van de overdracht waarbij X1 de principaal business verkrijgt van Y. 4. Z kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260512-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260512-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf dat geen sprake is van buitenlandse belastingplicht ter zake van winsten die worden behaald op Bonaire, Sint Eustatius of Saba (BES eilanden) middels een vaste inrichting van een Curaçaose vennootschap. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 tot en met 2027. Er is geen sprake van buitenlandse belastingplicht in Nederland ter zake van de door X op de BES eilanden gedreven onderneming. Het voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 mei 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260512-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260421-atr-000013
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land 1, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260414-atr-000002
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en of er sprake is van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting op het niveau van de commanditaire vennoten. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse commanditaire vennoten zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als medegerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beide in de nationale situatie. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 15 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260414-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag over de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 3 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260414-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260414-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De gevraagde zekerheid vooraf is beperkt in de tijd, aangezien de rechtsvorm van X nog niet gekwalificeerd is voor het jaar 2025 en verder. X heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland op basis van de relevante bepalingen van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20260331-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260331-atr-000022
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting, de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. 1. Y is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet-transparant. 2. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door de betreffende Nederlandse vennootschap dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 3. De aandeelhouders zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 4. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van de Nederlandse vennootschappen in de deelnemingen. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260324-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260311-apa-000011
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de hoogte van de beloning voor de door A, B, C en de vaste inrichting van X uitgeoefende activiteiten. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de verkoopactiviteiten van A een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet van A at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 1,8% bedraagt en de upper quartile 4,7%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de ondersteunende administratieve en managementdiensten van B aan X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten van B at arm’s-length is. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de exportdiensten van C ten behoeve van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm's- length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 0,96% bedraagt en de upper quartile 5,72%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat op basis van de karakterisering als diensten met beperkte toegevoegde waarde voor de administratieve activiteiten van de vaste inrichting van X een transactional net margin van 5% van de operationele kosten die daaraan zijn toe te rekenen, at arm’s-length is. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X, Y en Z in de relevante deelnemingen. 2. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan A op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260317-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260317-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
1950575
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de activiteiten van een vaste inrichting meetellen voor de werkzaamheidentoets van de houdsterverliesregeling. De KGB heeft bevestigd dat de werknemers van een vaste inrichting wel degelijk meetellen, wat gevolgen heeft voor de toepassing van de wetgeving omtrent houdsterverliezen.
-
1865580
Dit document behandelt de vraag of een belastingplichtige onder artikel 20 lid 6 Vpb kan vallen zonder 25 werknemers in een vaste inrichting. De conclusie is dat de belastingplichtige ten minste 25 werknemers moet hebben om niet onder de houdsterverliesregeling te vallen.
-
1804472
Deze belastinguitspraak behandelt de activiteitentoets voor buitenlandse belastingplichtigen met een Nederlandse vaste inrichting. Het besluit stelt dat alleen de werkzaamheden van de vaste inrichting in aanmerking worden genomen voor de activiteitentoets volgens artikel 20 lid 4 Wet Vpb.
-
rul-20260217-rulov-000012
De groep waartoe X behoort overweegt een herstructurering gericht op de verkoop van onderdelen van de groep aan een derde partij. X wenst zekerheid vooraf te krijgen over toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (‘Wmb 2024’) ten aanzien van deze herstructurering. De gevraagde zekerheid over toepassing van de Wmb 2024 met betrekking tot de herstructurering kan worden gegeven. Een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 is overeengekomen. 20260217 RULOV 000012 Paginanummer 3 van 3
-
rul-20260217-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en om die reden is er geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 juli 2025 tot en met 31 december 2029.