-
rul-20260811-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 15 juni 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260811-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260811-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de aanwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260811-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over het voldoende doen blijken dat het niet voldoen aan de temporele voorwaarde van de liquidatieverliesregeling niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld.
-
rul-20260804-atr-000004
X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet bronbelasting 2021 (Wet BB) niet op haar van toepassing is na de omzetting van haar rechtsvorm naar buitenlands recht in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. De omzetting van de buitenlandse rechtsvorm van X in een rechtsvorm naar Nederlands recht en vervolgens in een andere rechtsvorm naar Nederlands recht leidt er niet toe dat de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 van de Wet BB van toepassing wordt ten aanzien van X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260804-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in A. 2. B is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan B geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. B is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan B op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260804-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in Y drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in Y. Op grond van het voorgaande kwalificeren X1 en X2 niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is ten aanzien van de investeerders van zowel X1 als van X2 geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260804-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting en over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid, in combinatie met artikel 4, negende lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260804-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260804-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 16 maart 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260728-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X1 in A1 t/m A12 en van X2 in A13. Z is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor haar belang in X1 en X4. Y2 en Y3 zijn niet buitenlands belastingplichtig voor hun belangen in X1 respectievelijk X3 als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde haar belangen in X1 en X4 en Y2 en Y3 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belangen in X1 respectievelijk X3 op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 aan Z, van X4 aan Z, van X1 aan Y2 en van X3 aan Y3 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1, X3 en X4 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. 20260721 ATR 000006 Paginanummer 2 van 2
-
rul-20260721-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van E in F, het belang van A in D, de belangen van C in J 1 t/m 27 en het belang van U in F. Y en V zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb voor hun belang in X respectievelijk Z. Y en V zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden uit hoofde hun belang in X respectievelijk Z op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en van Z aan V geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X en Z dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 22 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Y en Y1 zijn niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17 en artikel 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y en Y1 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y en Y1 zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. De leden van X zijn naar aanleiding van hun belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 26 maart 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000007
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens verzoekt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid alsmede de afwezigheid van de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260721-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in Y. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260714-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. X kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260714-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Z, als participant in X (via Y), heeft geen vaste inrichting in Nederland op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260714-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit de deelnemingen A op basis van de oogmerktoets van artikel 13, negende lid en tiende lid van de Wet Vpb, en op de voordelen die X1 en X2 verkrijgen vanuit deelnemingen B op basis van de bezittingentoets dan wel onderworpenheidstoets van artikel 13, elfde lid van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260714-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 9 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260714-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing ten aanzien van de belangen van: 1. X1 in A; 2. X3 en X4 in B; 3. X5 in C. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 13 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 7 mei 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260707-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 24 april 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260707-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000015
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten in X drijven geen onderneming in Nederland door middel van een vaste inrichting met betrekking tot hun belang in X. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 26 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260707-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale vestigingsplaats van een vennootschap en toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260630-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Ook is zekerheid vooraf gevraagd over de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op renten, royalty’s en dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. Y is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17 of 17a van de Wet Vpb. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van renten en dividenden betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 8 mei 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260630-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting en de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X2 in de relevante deelnemingen. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X1 en X2 aan respectievelijk Y1 en Y2 geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X1 of X2 dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 17 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000012
Er is verzocht om zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is niet belastingplichtig voor de voordelen in de vorm van dividenden die zij ontvangt van X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van twee buitenlandse rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.
-
rul-20260630-atr-000006
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen voor de vennootschapsbelasting en de belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op royalty’s. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2026. Artikel 12aa, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Artikel 12ad, eerste lid, van de Wet Vpb is niet van toepassing op de royalty betalingen van X aan Z. Z is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van royalty’s betaald door X op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260630-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling van de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000016
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting en toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Y geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Y is naar aanleiding van haar belang in X niet onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 19 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260630-atr-000014
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens verzoekt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260623-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land 1, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb niet uit met behulp van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260623-atr-000001
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X in Y en Z. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 31 oktober 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260623-atr-000011
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260623-atr-000009
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260616-atr-000005
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de jaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. De buitenlandse investeerders worden als medegerechtigden in X geacht een onderneming te drijven middels een vaste inrichting in Nederland. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 29 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X en Y ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260609-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 december 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260609-atr-000004
Er is initieel verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2026. Gelet op artikel 3, vierde lid van de Wet Vpb en de relevante bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en land A, oefent X haar onderneming voor de toepassing van de Wet Vpb uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.
-
rul-20260609-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. Tevens verzoekt men zekerheid vooraf over de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting op dividenden. Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. Op grond van het voorgaande kwalificeert X niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. Er is geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260609-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, of sprake is van een omgekeerd hybride lichaam en de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. X kwalificeert niet als omgekeerd hybride lichaam. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 6 februari 2026 tot en met 31 december 2030.