1951436

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat de Nederlandse vestiging voldoet aan de voorwaarden voor een vaste inrichting volgens artikel 5 van het belastingverdrag. De uitzonderingen van artikel 5, lid 4 zijn niet van toepassing, waardoor de vestiging onderhevig is aan de Nederlandse belastingheffing.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1951436**

**Vraag**
Voorgelegd is de vraag of de Nederlandse vestiging van een onderneming in 67 Awr kwalificeert als vaste inrichting. Op basis van de vastgestelde feiten zal ik hieronder een antwoord formuleren.

**Feiten**
De Awr vennootschap heeft 67 Awr. De staat en particuliere bedrijven zijn bekend of dit kantoorpand in eigendom is of gehuurd. Het kantoor in 67 Awr leeft blijkbaar met een BV. Aandeelhouders zijn de kantoor tot haar beschikking. Mij is niet bekend of deze website op een Nederlandse server draait en indien dat zo is waar deze server zich bevindt. Via de website kunnen ook boekingen gedaan worden.

**Beoordeling**
Nederland kwalificeert onder letter Wet VPB en beschikt in Nederland over een vaste inrichting. Wil sprake zijn van een vaste inrichting, dan moet er een ondernemingsactiviteit zijn welke met voldoende duurzaamheid op een vaste plaats wordt uitgeoefend. Op basis van de feiten lijkt hieraan voldaan te worden. Gezien hetgeen te lezen valt op de website en bij de doelstellingen van de vennootschap lijkt zonder meer sprake van een ondernemingsactiviteit. Er wordt al jaren kantoor gehouden in 67 Awr, zodat ook aan de overige eisen voldaan wordt.

67 Awr in de heffing betreft deze vennootschap voldoet aan de eis van artikel 17. Nu Nederland op basis van haar nationale recht concludeert dat sprake is van een vaste inrichting, moet nog beoordeeld worden of het Belastingverdrag Nederland 67 Awr het Nederlandse heffingsrecht verbiedt of beperkt. Artikel van het verdrag Nederland 67 Awr is conform artikel van het OESO modelverdrag. Op basis van artikel lid zal derhalve evenzeer sprake zijn van een vaste inrichting.

De vraag kan gesteld worden of de vaste inrichting valt onder de uitzonderingsbepaling van artikel lid de hulp en ondersteunende werkzaamheden. In een dergelijke situatie is wel sprake van een vaste inrichting, maar krijgt het bronland toch geen heffingsrechten omdat de activiteiten economisch gezien van een te geringe omvang zijn. De uitzonderingen van artikel lid letter zijn niet van toepassing. In die situaties gaat het respectievelijk om een vaste inrichting waar goederen worden aangehouden die aan de onderneming toebehoren of om een vaste inrichting die wordt aangehouden om voor de onderneming goederen in te kopen of lichtingen te winnen.

In artikel lid letter wordt een algemene uitzondering geformuleerd voor hulpwerkzaamheden. Par 26 van het OESO commentaar luidt: "In any case, fixed place of business whose general purpose is one which is identical to the general purpose of the whole enterprise does not exercise preparatory or auxiliary activity." Waar bijvoorbeeld de servicing van patenten en knowhow het doel van een onderneming is, kan een vaste inrichting van een dergelijke onderneming die een dergelijke activiteit uitoefent niet profiteren van subparagraaf.

In casu lijkt mij de activiteit van de vaste inrichting geheel overeen te stemmen met het algemene doel van de vennootschap. Bovendien treedt de vaste inrichting naar buiten toe op en dus niet uitsluitend ten behoeve van de onderneming zelf. Deze uitzondering is derhalve ook niet van toepassing.

**Conclusie**
De 67 Awr heeft in Nederland een vaste inrichting. De uitzonderingsbepalingen van artikel lid zijn niet van toepassing.

**Overige overwegingen**
Ik ben op dit moment niet verder ingegaan op de website en de daarbij behorende server. Staat deze server op het kantoor in 67 Awr of op een andere locatie? Voor de winstbepaling kan dit van belang zijn. Theoretisch zou de server, indien deze op een andere locatie staat, ook nog een tweede vaste inrichting kunnen opleveren. Indien het pand in 67 Awr op basis van artikel 17a letter in combinatie met artikel van het verdrag Nederland 67 Awr. Op de samenloop van artikel en artikel ga ik op dit moment niet in.

Aangezien niet aan de 67 Awr vereist maar derde partijen aandeelhouder van de 67 Awr, is geen sprake van een overheidslichaam en ben ik ook niet ingegaan op dat aspect.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: