AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale verwerking van een Belgische landbouwvennootschap in Nederland. De ruling concludeert dat de Nederlandse vennootschapsbelasting verrekend kan worden met de Belgische inkomstenbelasting, zonder de Belgische kwalificatie te volgen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Vraag over verdrag Nederland-België: de verwerking van het resultaat van een Belgische Landbouwvennootschap**
Van: [GEANONIMISEERD]
Aan: [GEANONIMISEERD]
Datum: 24-12-2015 08:53
Onderwerp: De verwerking van het resultaat van een Belgische Landbouwvennootschap
Het gaat om de fiscale verwerking van een Belgische Landbouwvennootschap (LV) welke landbouwgrond in Nederland heeft en waarvan het resultaat in Nederland in de heffing moet worden betrokken.
**Wat is het geval**
De Kennisgroep Belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft deze LV gekwalificeerd als zijnde een niet-transparante rechtsvorm, dus zelfstandige Vpb-belastingplichtige. Wij zijn van mening dat wij de Belgische kwalificatie niet hoeven te volgen en dat je uit het Protocol moet lezen dat dit een Belgisch probleem is en dat België in dit geval voorkoming moet verlenen in de Belgische personenbelasting van de in Nederland geheven vennootschapsbelasting. Naar onze mening was de tekst dermate duidelijk dat we geen vraag richting een kennisgroep meenden te moeten stellen.
Met betrekking tot artikel [GEANONIMISEERD], paragraaf [GEANONIMISEERD], subparagraaf [GEANONIMISEERD]:
Ingeval een vennootschap in de ene verdragsluitende Staat als zodanig aan belasting is onderworpen, doch het inkomen dan wel het vermogen van die vennootschap in de andere verdragsluitende Staat als inkomen onderscheidenlijk vermogen van de gerechtigden tot die vennootschap wordt belast, kunnen de bepalingen van het Verdrag niet tot gevolg hebben dat dubbele belasting of een totale of gedeeltelijke vrijstelling van het inkomen of het vermogen blijft bestaan. Om een dergelijk gevolg te vermijden, wordt de belasting op het inkomen en het vermogen van de vennootschap geacht belasting op het inkomen en vermogen van de gerechtigden tot die vennootschap te zijn naar rato van hun gerechtigdheid in het vermogen van de vennootschap. Voor zover nodig kan daarbij worden bepaald dat de gerechtigden tot de vennootschap de ten laste van de vennootschap geheven belasting over dat inkomen en vermogen, inclusief eventueel daarop drukkende bronbelasting van derde Staten, ieder voor zijn aandeel mogen verrekenen met de belasting die zij over hetzelfde inkomen onderscheidenlijk vermogen verschuldigd zijn, en dat de Staat van vestiging van de vennootschap afziet van eventuele belastingheffing van de gerechtigden tot die vennootschap die inwoner zijn van de andere verdragsluitende Staat over uitdeling van winst door die vennootschap aan die gerechtigden.
Met vriendelijke groet,
Belastingdienst Kantoor Buitenland
—
**Antwoord**
Tot slot de vraag over de toepassing van het verdrag met België inzake de landbouwvennootschap. Ik kan hier kort over zijn. Artikel II van het Protocol in het verdrag met België is duidelijk: bij een situatie waar naar Nederlandse maatstaven er sprake is van een niet-transparante entiteit en naar Belgische maatstaven van een transparante entiteit, is het aan België als woonstaat om dubbele belasting te voorkomen. In artikel II staat met zoveel woorden dat de Nederlandse Vpb dan moet worden verrekend met de IB bij de participanten.
De relatie tussen artikel [GEANONIMISEERD] en het Protocol in het verdrag met België kan niet worden gelezen dat Nederland de Belgische kwalificatie van een landbouwvennootschap moet volgen. Het betreft een verrekeningsvraagstuk van Nederlandse VPB met Belgische IB indien Nederland een entiteit als niet-transparant beschouwt en België als transparant. Artikel [GEANONIMISEERD] van het Protocol bepaalt nader dat op verzoek van een belastingplichtige het verdrag zo wordt toegepast alsof het de achterliggende participanten zelf zijn die rechtstreeks investeren.
Dit is niet anders dan bij de Belgische landbouwvennootschap. Echter, de facto zijn er geen grotere verdragsvoordelen waarop deze vennootschap zich kan beroepen. Immers, zowel de vennootschap zelf als de achterliggende participanten bij een rechtstreekse uitoefening van een landbouwbedrijf zouden in de Nederlandse heffing worden betrokken. Het verschil is IB versus Vpb. De bepaling is dan ook niet bedoeld om de kwalificatie van een hybride entiteit te wijzigen, maar om ervoor te zorgen dat er geen minder gunstige gerechtigdheid tot verdragsvoordelen bestaat bij een indirecte belegging via een hybride entiteit.
Geef een reactie