1951214

AI-samenvatting

Dit memo behandelt de civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen van de emigratie en omzetting van een BV naar een buitenlandse rechtsvorm. De conclusie is dat Nederland vertrekkende vennootschappen niet slechter behandelt dan binnenlandse vennootschappen, en dat de relevante wetgeving niet in strijd is met EU-vrijheden.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep IBR Vpb winst
Belastingdienst Kantoor Buitenland
Datum: 28 november 2016

**Memo**

**Inleiding**
Via de Kennisgroep belastingplicht kwalificatie rechtsvormen is aan de kennisgroep Internationaal belastingrecht vennootschapsbelasting winst de vraag voorgelegd hoe om te gaan met de aangifteplicht van geëmigreerde en geconverteerde vennootschappen. Aangezien niet alle aspecten van dit vraagstuk tot het werkterrein van de kennisgroep behoren, verdient het aanbeveling dat in ieder geval ook de kennisgroep belastingplicht kwalificatie rechtsvormen en DGBel worden aangesloten. Voorts verdient het aanbeveling om de civielrechtelijke aspecten nog eens met het Ministerie van Veiligheid en Justitie af te stemmen.

**Rechtsvraag**
Wat zijn de civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen van een emigratie en gelijktijdige omzetting van een BV in een buitenlandse rechtsvorm? En wat zijn de EU-aspecten daarvan?

**Beschouwing**
In dit memo wordt slechts aandacht besteed aan de positie van naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen. Andere rechtsvormen zijn uitdrukkelijk uitgesloten. Hierna wordt allereerst ingegaan op de civielrechtelijke aspecten en daarna op de fiscaalrechtelijke aspecten. Bij beide onderdelen wordt het EU-recht meteen meegenomen. Verder wordt bij beide onderdelen onderscheid gemaakt tussen enerzijds de conversie en anderzijds de emigratie van de vennootschap.

**Civielrechtelijk**
Civielrechtelijk moet bij omzettingen onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de rechtstreekse omzetting van een Nederlandse rechtspersoon in een buitenlandse rechtspersoon en anderzijds de vorming van Societas Europaea.

**Rechtstreekse omzetting**
Een alternatief voor de rechtstreekse omzetting van een Nederlandse rechtspersoon in een buitenlandse rechtsvorm is gebruik te maken van de SE-route. In dat geval wordt een Nederlandse rechtspersoon omgezet in een Societas Europaea (SE) bijvoorbeeld via een fusie. Een SE kan haar feitelijke zetel verplaatsen en als gevolg daarvan wijzigt dan ook haar statutaire zetel. Vervolgens kan de SE ter plaatse weer in een buitenlandse rechtsvorm worden omgezet.

Conclusie: verplaatsing van een Nederlandse rechtspersoon en omzetting daarvan in een buitenlandse rechtspersoon via de SE-route is civielrechtelijk mogelijk.

**EU-recht**
Pas nadat de voorgaande stappen zijn doorlopen, komt een vraag op die ligt op het terrein van de kennisgroep Internationaal belastingrecht winst vpb, namelijk of het voorgaande strijdig is met de vrijheid van vestiging of niet. Het antwoord lijkt vrij eenvoudig: Nederland behandelt vertrekkende en geconverteerde vennootschappen niet slechter dan vennootschappen die niet vertrekken of die binnen de landsgrenzen verplaatsen. Sterker nog, Nederland behandelt de vennootschappen juist exact hetzelfde. Van een belemmering is dan ook geen sprake. Bevestiging hiervoor kan worden gevonden in het arrest Van Hilten/Vander Heijden waarin het HvJ voor het successierecht heeft aangegeven dat een vertrekker na vertrek best in de vertrekstaat in de heffing betrokken mag worden. Hof Den Bosch heeft zich voor de vennootschapsbelasting reeds in die zin uitgelaten.

Tot slot stelt belanghebbende dat artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet Vpb en de daarmee samenhangende administratieve last waaronder een aangifteplicht een ongeoorloofde vertrekbelemmering vormt en aldus strijdt met de verdragsvrijheden. Het moge zo zijn dat vennootschappen die naar vreemd recht zijn opgericht na vertrek uit Nederland die last en die plicht in het algemeen niet hebben en dan gunstiger worden behandeld dan naar Nederlands recht opgerichte vennootschappen die vertrekken. Uit HvJ EG 23 februari 2006, zaak 513/03 Van Hilten van der Heijden, overweging 45 en 46 BNB 2006/194 leidt het Hof echter af dat deze vorm van discriminatie is toegestaan onder voorwaarde dat de Nederlandse vennootschap na vertrek nationale behandeling houdt. Anders gezegd, van een verboden vertrekbelemmering is alleen sprake wanneer de grensoverschrijdende onderdaan slechter wordt behandeld dan de niet-vertrekkende onderdaan. Die situatie doet zich hier niet voor. Belanghebbende wordt na vertrek niet slechter behandeld dan wanneer ze niet vertrokken zou zijn. Naar het oordeel van het Hof vormt artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet Vpb en de daaruit voortvloeiende administratieve last daarom een geoorloofde maatregel. Artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet Vpb leidt daarom niet tot een verboden vertrekbelemmering.

Op grond van het voorgaande concludeert de kennisgroep dat artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 niet in strijd is met de vrijheid van vestiging.

**Gevolgen van de conversie voor de aangifteplicht**
Wat de gevolgen van het toepassen van artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zijn, ligt niet op het terrein van de kennisgroep. De kennisgroep wijst wel op het Besluit Staatssecretaris van Financiën maart 2001. Indien de werkelijke leiding van de vennootschap is verplaatst, dienen ook na vertrek aangiftebiljetten te worden verzonden en volledig, dat wil zeggen inclusief jaarstukken en dergelijke, te worden ingevuld en teruggezonden.

Conclusie: toepassen van artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 leidt ertoe dat een volledig aangifte dient te worden ingediend. Het verdient aanbeveling dit standpunt af te stemmen met DGBel.

**Gevolgen van de emigratie van de vennootschap**
In het voorgaande werd ingegaan op de fiscaalrechtelijke gevolgen van de conversie. Dat gedeelte kan worden samengevat als: wat er ook allemaal gebeurt, fiscaalrechtelijk heeft het geen gevolgen. In ogenschouw dient echter wel genomen te worden dat de conversie doorgaans gepaard gaat met emigratie van de vennootschap. Indien sprake is van een emigratie naar een verdragsland, dan kan die emigratie wel de nodige fiscale gevolgen hebben.

Allereerst zal in dat geval een eindafrekening moeten plaatsvinden. Bovendien mag Nederland na de emigratie dan nog slechts heffen over bronnen die ter heffing aan Nederland zijn toegewezen. Inkomsten uit alle overige bronnen worden in het aangiftebiljet ingevuld onder overige vrijgestelde winstbestanddelen en dus niet als aftrek elders belast en maken derhalve geen onderdeel uit van de belastbare winst.

**Dual residency**
Het kan voorkomen dat een belastingplichtige op grond van regelingen van internationaal belastingrecht een dubbele vestigingsplaats (dual residency) heeft. In dat geval mag de Nederlandse Belastingdienst alleen die bestanddelen van de belastbare winst in de belastingheffing betrekken die in het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting aan Nederland zijn toegewezen.

**Gevolgen van niet voldoen aan aangifteplicht door dual residents**
Ten aanzien van het niet voldoen aan de aangifteplicht door dual resident vennootschappen kan worden gewezen op HR 26 augustus 1998, nr. 33 687, BNB 1998/350, waaruit volgt dat voor dual resident vennootschappen dezelfde gevolgen gelden voor het niet doen van aangifte als voor ingezeten vennootschappen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: