1769576

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de belastingheffing over een Duitse rente en een privé lijfrente voor een inwoner van Nederland. Nederland heeft het heffingsrecht over de Duitse rente, terwijl de privé lijfrente niet meetelt voor de 15000 euro grens, omdat Duitsland geen fiscale faciliteiten heeft verleend.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Publicatiedatum**
14 04 2016

**Geldigheidsperiode**
**Kennisgroep**
IBR IB niet winst LB

**Categorie**
Verdragen

**Rubriek**
pensioen lijfrente

**Sub rubriek**
Niet van toepassing

**Verdrag met Duitsland art 17 lid**

**Vraag**
In art 17 Verdrag met Duitsland 2012 is geregeld dat een pensioen of andere soortgelijke beloning alsmede een lijfrente of socialezekerheidspensioen ook mag worden belast in de verdragsluitende staat waaruit het afkomstig is indien het totale bruto bedrag ervan in enig kalenderjaar de som van 15.000 te boven gaat. Wanneer is een pensioen afkomstig uit een van die beiden landen? In art 17 lid staat dat een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een verdragsluitende staat voor zover de met het pensioen of een andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen dan wel de aanspraken op dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente in die staat in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale faciliering.

De casus is als volgt: Een inwoner van Nederland ontvangt uit Duitsland een Duitse Rente van 13.000 Euro. Daarnaast ontvangt hij een privé lijfrente van de Allianz Versicherung privé Rentenversicherung polis afgesloten na 31 12 2004 van 5.000 Euro. Deze premies voor de Allianz zijn in Duitsland fiscaal niet aftrekbaar.

**Antwoord**
Nederland belast de Duitse rente ad 13.000 euro in box op basis van het eerste lid van art 17 Verdrag met Duitsland 2012. Nederland heeft ook het heffingsrecht over de Duitse privé lijfrente op basis van het eerste lid van art 17. Deze Duitse privé lijfrente is belast in box omdat in de opbouwfase geen fiscale faciliteiten zijn genoten. Op basis van art 17 lid komt het heffingsrecht toe aan Nederland (woonland). Lid stelt dat Duitsland (bronland) ook mag heffen als de uitkeringen incl. lijfrenten in de zin van art 17 lid groter zijn dan 15.000. Voor de toepassing van het tweede lid mag het bronland alleen uitkeringen in aanmerking nemen als de uitkeringen uit het bronland afkomstig zijn. Een uitkering is alleen afkomstig uit het bronland als het bronland fiscale faciliteiten heeft gegeven (art 17 lid).

In de casus leidt dat tot het volgende: De Duitse privé lijfrente valt onder art 17 omdat op basis van lid sprake is van een lijfrente naar Duitse begrippen. Nederland als woonstaat mag de Duitse rente en de privé lijfrente belasten op basis van art 17 lid. Duitsland als bronland mag alleen heffen als het totaal van de uitkeringen hoger is dan 15.000. De uitkeringen moeten dan wel uit Duitsland afkomstig zijn. Voor de Duitse Rente staat dat niet ter discussie; die is afkomstig uit Duitsland. De privé lijfrente echter is niet uit Duitsland afkomstig omdat Duitsland geen fiscale faciliteiten heeft verleend. De privé lijfrente telt dan niet mee om te beoordelen of aan de 15.000 euro grens is voldaan. De conclusie is dan dat Nederland mag heffen over de Duitse rente omdat het bedrag aan pensioenen en soortgelijke beloningen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen die uit Duitsland afkomstig zijn, niet de 15.000 euro grens overschrijden. De in Duitsland niet gefaciliteerde privé lijfrente telt dus niet mee bij de beoordeling of aan de 15.000 euro grens is voldaan.

**NB buiten verzoek**
buiten verzoek

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *