AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de situatie waarin belastingplichtigen zowel op een Nederlands als een buitenlands woonadres staan ingeschreven. Het besluit verduidelijkt dat indien aan de inschrijvingseisen wordt voldaan, belastingplichtigen recht kunnen hebben op de alleenstaande ouderkorting, ongeacht hun buitenlandse inschrijving.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
Haani dienstonderdeel
Kennisgroep IB niet winst
algemeen
VERTROUWELIJK
**memo Alleenstaande ouderkorting en dubbele inschrijving**
Datum: 23 november 2015
Versienummer: [GEANONIMISEERD]
Casus: [GEANONIMISEERD]
Referentienummer: 15 202 0021
Volgens artikel 15 Wet IB 2001 tot januari 2015 heeft een belastingplichtige recht op alleenstaande ouderkorting indien hij meer dan zes maanden geen partner heeft, een huishouding voert met een kind dat in belangrijke mate door hem wordt onderhouden en op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en deze huishouding voert met geen ander dan kinderen waarvan de jongste bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt.
In de praktijk blijkt dat er belastingplichtigen zijn die tegelijk zowel op een Nederlands als een buitenlands woonadres staan ingeschreven. Indien belastingplichtige binnenlands belastingplichtig is of hiervoor heeft gekozen en op het buitenlandse adres een kind jonger dan 18 staat ingeschreven, kan die belastingplichtige stellen dat hij recht heeft op alleenstaande ouderkorting, ondanks dat hij het gehele jaar in Nederland werkt.
**Vragen**
1. Wat zijn de gevolgen als een belastingplichtige tegelijk op zowel een Nederlands als een buitenlands woonadres staat ingeschreven voor de toepassing van de alleenstaande ouderkorting?
2. Kan een belastingplichtige die in Nederland werkt en op een Nederlands woonadres staat ingeschreven maar ook op een buitenlands woonadres staat ingeschreven met een kind jonger dan achttien jaar voldoen aan de voorwaarde dat een huishouding is gevoerd met dat kind?
**Antwoord**
Indien de buitenlandse registratie naar aard en strekking overeenkomt met de basisregistratie personen, dient de inschrijving in het buitenland hetzelfde te worden behandeld als een inschrijving op een woonadres in Nederland. Dit betekent dat de alleenstaande ouderkorting kan worden toegepast indien op een adres, of dat nu het Nederlandse of het buitenlandse adres is, aan de inschrijvingseis wordt voldaan en daarnaast ook aan de andere voorwaarden is voldaan.
Volgens artikel 15 lid Wet IB 2001 wordt een kind jonger dan 16 geacht tot het huishouden van de belastingplichtige te behoren, ongeacht de feitelijke omstandigheden. Als het kind ouder is dan 15, is het van de feiten en omstandigheden afhankelijk of er een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd. Dit betekent dat ondanks het feit dat de wetgever heeft gekozen aan te sluiten bij een administratief begrip, namelijk de inschrijving, toch moet worden onderzocht waar de feitelijke huishouding wordt gevoerd.
**Beschouwing**
In artikel [GEANONIMISEERD] Wet IB 2001 staat: "Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt met de basisregistratie personen gelijkgesteld een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland." Voor zes januari 2014 werd verwezen naar de basisadministratie persoonsgegevens.
Gelijkstelling van een Nederlandse met een buitenlandse bevolkingsadministratie in de context van fiscaal partnerschap vindt voor het eerst plaats in 1996. Voor buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de 90%-regeling, keurt de Staatssecretaris bij besluit goed dat deze buitenlandse belastingplichtigen geacht worden aan de inschrijvingseis te voldoen wanneer zij aantonen op een gezamenlijk woonadres te zijn ingeschreven in de bevolkingsadministratie in hun woonland. Hierdoor kunnen belastingplichtigen die in het buitenland wonen toch voldoen aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap.
Bij de behandeling van de Wet IB 2001 is deze regel in de wet opgenomen. Aanvankelijk is de gelijkstelling slechts van toepassing bij fiscaal partnerschap. De toelichting bij het voorgestelde wetsartikel is als volgt: "Het vijfde lid is opgenomen in verband met de keuzemogelijkheid voor buitenlanders om fiscaal als inwoner te worden behandeld." Hiermee komen alle kostwinnersfaciliteiten die aan het zijn van binnenlandse belastingplichtigen zijn verbonden binnen het bereik van buitenlanders.
Omdat meerdere regelingen in de wet IB 2001 gezamenlijke inschrijving op een woonadres als voorwaarde hebben, is in een later stadium besloten de gelijkstelling in een afzonderlijk artikel op te nemen.
**Dubbele inschrijving**
Op grond van de Wet Basisregistratie Personen is het in Nederland slechts mogelijk om op één woonadres te staan ingeschreven. De wet kent enkele waarborgen tegen dubbele inschrijving. Bijvoorbeeld artikel [GEANONIMISEERD] dat de verhouding met een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen regelt. Ten aanzien van andere landen ontbreken deze waarborgen. Indien iemand zich op een Nederlands woonadres wil inschrijven, wordt derhalve niet gecontroleerd of de persoon op een buitenlands woonadres staat ingeschreven. Hierdoor is het niet onmogelijk dat iemand op een Nederlands woonadres staat ingeschreven terwijl hij tevens op een woonadres in een daarmee naar aard en strekking overeenkomende registratie buiten Nederland staat ingeschreven.
Een onjuiste inschrijving is geen reden de inschrijving buiten beschouwing te laten. De wetgever heeft bewust gekozen voor een objectief criterium zodat er geen feitenonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. De inschrijving is derhalve leidend, ongeacht of deze inschrijving juist is.
Volgens artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet Basisregistratie Personen wordt diegene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, ingeschreven in de basisregistratie. Indien een buitenlandse registratie naar aard en strekking gelijk is maar andere criteria hanteert bij het bepalen van het woonadres, is een terechte dubbele inschrijving mogelijk.
**Huishouding**
In tegenstelling tot de inschrijvingseis behoeft de vaststelling van een huishouden in beginsel wel een feitenonderzoek. In beginsel omdat met ingang van 2011 in artikel 15 lid Wet IB 2001 staat dat een kind jonger dan 16 sowieso geacht wordt tot het huishouden van de belastingplichtige te behoren. Slechts ten aanzien van 16- en 17-jarigen dient derhalve te worden onderzocht of het kind tot het huishouden van belastingplichtige behoort.
Het begrip huishouding is niet nader gedefinieerd in de fiscale wetgeving. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter wel dat gezamenlijke bewoning van een woonruimte van doorslaggevend belang is bij de vraag of een belastingplichtige voor zich alleen dan wel gezamenlijk met een ander een huishouding voert.
Er moet derhalve een feitenonderzoek plaatsvinden naar het voeren van een huishouding met een kind dat jonger is dan 18 jaar. De woonplaats in Nederland of het hebben van een partner die op het Nederlandse adres is ingeschreven, kan helpen bij de onderbouwing dat er geen huishouden wordt gevoerd in het andere land op het adres waar het kind ingeschreven staat. Dit betreft echter een feitenonderzoek waarvan de uitkomst voorbehouden is aan de behandelend inspecteur.
Geef een reactie