AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de gevolgen van de verlegging van de inhoudingsplicht voor premies werknemersverzekeringen. Het besluit stelt dat bij verlegging naar een in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige, de premies slechts eenmaal hoeven te worden afgedragen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Begeleidend formulier helpdesk en rechtsvragen**
Nummer:
Datum vraagstelling: 20 oktober 2016
Uiterste datum: 20 november 2016
Afdoening:
Datum afdoening: november 2016
Inhoudsindicatie: Invloed verlegging inhoudingsplicht op af te dragen premies werknemersverzekeringen
In behandeling bij: 2e
Wetsingang: Art. lid Wet LB 1964
Is de vraag al eerder gesteld:
Te raadplegen overige Kennisgroepen of Externen:
Inlichten van landelijke vaco contactpersonen:
Herziening Standpunt:
Voortschr Inzicht of Nieuwe Jur of Beleidsbesluit:
Op Vakportaal:
**Vraag Feitencomplex**
Een inwoner van Nederland heeft twee dienstbetrekkingen: een bij een Nederlandse inhoudingsplichtige en een bij een in het buitenland gevestigde inhoudingsplichtige. Hij/zij is verzekerd in Nederland. Als de in het buitenland gevestigde inhoudingsplicht verlegt naar de inhoudingsplichtige in Nederland op grond van art. lid Wet LB 1964, is het gevolg dan dat maar een keer premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn.
**Antwoord Kennisgroep**
Ja. Waar beide inhoudingsplichtigen zonder de verlegging apart premies zouden moeten afdragen, treedt bij verlegging de in Nederland gelegen inhoudingsplichtige in de plaats van de in het buitenland gelegen inhoudingsplichtige. De premies kunnen dan over een keer het premiemaximum berekend worden.
**Beschouwing**
Het standpunt sluit aan bij het door de KG IBR IB niet winst LB ingenomen standpunt op oktober 2016. Dat is hieronder opgenomen.
**Vraag mbt verleggingsregeling inhoudingsplicht**
**Casus**
Een Nederlandse vennootschap verricht werkzaamheden in Nederland. Werknemers van een in Engeland gevestigde groepsmaatschappij worden naar Nederland uitgezonden om alhier onder leiding en toezicht van de Nederlandse vennootschap mee te werken aan de werkzaamheden. Verzocht wordt om de inhoudingsplicht van de in Engeland gevestigde groepsmaatschappij te verleggen naar de in Nederland gevestigde vennootschap. Tevens wil men afdrachtvermindering claimen voor door de uit Engeland afkomstige werknemers verrichte werkzaamheden. De vennootschappen vormen geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.
Gevraagd wordt wie als gevolg van de verlegging van de inhoudingsplicht de beschikking voor de door de Engelse werknemers verrichte werkzaamheden moet aanvragen: de Engelse of de Nederlandse vennootschap?
Voor het beantwoorden van deze vraag is het van belang om te weten welke status de verlegging van de inhoudingsplicht heeft. Is in geval van verlegging de buitenlandse vennootschap formeel gezien nog wel als inhoudingsplichtige aan te merken en worden enkel de verplichtingen tot afdracht van de loonheffingen etc. overgenomen door de Nederlandse vennootschap? Of treedt de Nederlandse vennootschap in de plaats van de Engelse vennootschap en is de Engelse vennootschap formeel gezien niet meer inhoudingsplichtig?
Gezien de bedoeling van de verlegging (vermindering administratieve lasten) is de vergadering van mening dat als de inhoudingsplicht is verlegd naar een in Nederland gevestigde concernvennootschap, deze concernvennootschap in de plaats treedt van de oorspronkelijke inhoudingsplichtige. In de voorgelegde casus betekent dat dat de Nederlandse vennootschap de beschikking dient aan te vragen.
Het kan in deze situatie zo zijn dat tussen inhoudingsplichtige en werknemer twee inkomstenverhoudingen bestaan: een voor de ‘Nederlandse arbeidsverhouding’ en een voor de ‘buitenlandse arbeidsverhouding’. Een inkomstenverhouding is niet hetzelfde als een dienstbetrekking, maar loopt er overigens meestal wel mee gelijk. Als sprake is van twee inkomstenverhoudingen, dan zegt dat niks over de inhouding van premies en loonbelasting omdat ‘inkomstenverhouding’ geen wettelijk begrip is.
**Achtergrond**
In de aangifte loonheffingen wordt niet gevraagd naar de gegevens van de dienstbetrekking, maar naar de gegevens van de inkomstenverhouding. Dat is omdat UWV de gegevens van werknemers per inkomstenverhouding administreert in de polisadministratie.
Geef een reactie