Aanleiding
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2019/2020 tot en met 2026/2027. Er is tevens verzocht om de overeen te komen fiscale behandeling ook van toepassing te laten zijn op de boekjaren 2017/2018 en 2018/2019. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2022/2023.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland en behoort tot de Z-groep. De Z-groep is actief in de informatietechnologie sector. Z is gevestigd buiten de Europese Unie (EU) en functioneert als het wereldwijde hoofdkantoor van de Z-groep. Z is als wereldwijde entrepreneur verantwoordelijk voor belangrijke ondernemingsbeslissingen in alle regio’s. Z is tevens eigenaar van een belangrijk deel van de R&D gerelateerde activa van de Z- groep.
Y is gevestigd in een lidstaat van de EU en opereert als het Europese hoofdkantoor van de Z-groep. Y is in dit kader verantwoordelijk voor de verkoop van producten en diensten van de Z-groep in Europa. Y is economisch eigenaar van het intellectueel eigendom dat verband houdt met de verkoop van de producten en diensten van de Z- groep aan klanten in Europa, het Midden-Oosten, Afrika en Azië-Pacific.
Y heeft een contract gesloten met X voor de in- en doorverkoop van producten aan klanten in een bepaald territoriaal gebied en voor het verrichten van marketing- en ondersteunende diensten aan Y. X is verantwoordelijk voor de verkoop en distributie van producten aan klanten in het door Y aangewezen territorium alsmede de levering van marketing- en ondersteunende diensten aan Y. X is geen eigenaar van waardevolle activa. X draagt slechts beperkt marktrisico en beperkt debiteurenrisico.
X levert tevens ondersteunende diensten op het gebied van IT aan Y. Op deze diensten loopt X slechts beperkte risico’s.
De gevraagde zekerheid vooraf ziet op de volgende transacties tussen X en Y:
– – Inkoop van producten bij Y en doorverkoop van producten door X aan derden (transactie 1);
– – Het verrichten van marketing- en ondersteunende diensten door X aan Y (transactie 2);
– – Het verrichten van ondersteunende diensten op het gebied van IT door X aan Y (transactie 3).
20260331 APA 000012 Paginanummer 1 van 3 Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO-commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO- richtlijnen) wordt het arm’s-lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 en/of het Verrekenprijsbesluit 2022, hierna (gezamenlijk) te noemen "verrekenprijsbesluit".
Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van X in vergelijking met die van Y als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm's-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor transactie 1, 2 en 3 een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van de kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst.
4. Ten aanzien van transactie 1 en 2 is de omzet van X, respectievelijk de omzet van Y die ziet op de verkoop van producten en diensten waarvoor X marketing- en ondersteunende diensten heeft verricht aan Y, gekozen als maatstaf omdat dit
de relevante indicatoren zijn voor de waarde van de uitgeoefende functies op het gebied van verkoop en marketing- en ondersteunende diensten, gebruikte activa en gedragen risico’s door X.
5. Ten aanzien van transactie 3 zijn de relevante operationele kosten van X gekozen als maatstaf omdat dit de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende functies op het gebied van IT gerelateerde ondersteunende diensten, gebruikte activa en gedragen risico’s door X.
6. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico's van X.
Conclusie
De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s- lengthbeloning voor de activiteiten van X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X.
Partijen hebben vastgesteld dat voor transactie 1 en 2 gezamenlijk een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet van X, respectievelijk een percentage van de omzet van Y die ziet op de verkoop van producten en diensten waarvoor X marketing- en ondersteunende diensten heeft verricht aan Y, at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 1,3% bedraagt en de upper quartile 4,6%. De bevoegde autoriteiten zijn een punt boven de mediaan overeengekomen (met een op basis van de feiten en omstandigheden passende beperkte afwijking van het werkelijke resultaat ten opzichte van het gebudgetteerde resultaat waarbij transactie 1 en 2 gezamenlijk worden getest).
Partijen hebben vastgesteld dat voor transactie 3 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante operationele kosten van X at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 5,4% bedraagt en de upper quartile 10,6%. De bevoegde autoriteiten zijn een punt nabij de mediaan overeengekomen (met een op basis van de feiten en omstandigheden passende beperkte afwijking van het werkelijke resultaat ten opzichte van het gebudgetteerde resultaat).
Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2027 en is van overeenkomstige toepassing voor de boekjaren 2017/2018 en 2018/2019. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2022/2023.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie