rul-20221206-rulov-000007

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor zekerheid vooraf of een terugbetaling van kapitaal resulteert in opbrengst voor de Wet op Dividendbelasting 1965 (“Wet DB”).

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar Nederlands recht. X is de tophoudster van een internationaal opererend concern actief in de industriële sector. Y is de tophoudster van een internationaal opererend concern dat actief is in dezelfde sector. Y is opgericht naar het recht van land B en is aldaar ook gevestigd. Y wordt in land B aangemerkt als inwoner en is in die hoedanigheid ook onderworpen aan winstbelasting in land B. Y fuseert grensoverschrijdend weg met X als verkrijgende vennootschap. Bij statutenwijziging wordt het nominaal kapitaal van X verhoogd ten laste van bestaand agioreserve. De algemene vergadering van aandeelhouders heeft ook besloten kapitaal terug te betalen. Bij statutenwijziging wordt het nominale aandelenkapitaal van X met hetzelfde bedrag verlaagd. X en haar Nederlandse groepsvennootschappen beschikken over personeel en kantoor in Nederland.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van de verhoging van het nominaal aandelenkapitaal van X en opeenvolgende terugbetaling van dit kapitaal. Specifiek ziet het verzoek van X op artikel 3, eerste lid, onderdeel c en onderdeel d, Wet DB. Relevant is ook artikel 3a, vijfde lid, Wet DB. Relevant is hierbij het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Voorts is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. Het concern waartoe X behoort oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van deze vennootschap binnen het concern.
2. De gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in Staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden
3. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
4. Eerst dient het gestorte kapitaal voor dividendbelastingdoeleinden van X direct na de fusie bepaald te worden. Dat is in ieder geval het gestorte kapitaal van X voor dividendbelastingdoeleinden voorafgaand aan de grensoverschrijdende fusie. Als X een succesvol beroep kan doen op artikel 3a, vijfde lid, Wet DB ten aanzien van de fusie van Y in X, wordt dit gestorte kapitaal verhoogd met de waarde economisch verkeer van het vermogen van Y direct voorafgaande aan de grensoverschrijdende fusie.
5. X kan op grond van artikel 1, derde lid, Wet DB in beginsel een beroep doen op artikel 3a, vijfde lid, Wet DB.
6. Artikel 3a, vijfde lid, Wet DB stelt een tweetal voorwaarden om de waarde in het economische verkeer te mogen hanteren als gestort kapitaal van de verdwijnende vennootschap. Y bezat geen aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap waardoor aan de eerste voorwaarde wordt voldaan. Ook heeft X aangetoond dat de grensoverschrijdende fusie niet in overwegende mate gericht was op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. In dit specifieke geval resulteert het korte tijdsverloop tussen de fusie en terugbetaling van kapitaal er niet in dat de fusie onzakelijk geacht wordt. De waarde economische verkeer van het vermogen van Y kan gerekend worden tot het gestorte kapitaal voor dividendbelastingdoeleinden van X direct na de fusie.
7. X heeft daarmee aangetoond dat de verhoging van het nominaal kapitaal van X ten laste van bestaand agioreserve geresulteerd heeft in gestort kapitaal voor dividend- belastingdoeleinden en er geen sprake is van opbrengst in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel c Wet DB.
8. De daarop volgende teruggaaf van kapitaal resulteert ook niet in een opbrengst in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, Wet DB. Een terugbetaling van gestort kapitaal is geen opbrengst voor de Wet DB indien de algemene vergadering van aandeelhouders daartoe besloten heeft en de nominale waarde van desbetreffende aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag verminderd wordt. Dat is hier het geval.

Conclusie

De verhoging van het nominaal kapitaal en de daaropvolgende terugbetaling van kapitaal resulteren niet in opbrengst voor de Wet DB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.