1804472

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de activiteitentoets voor buitenlandse belastingplichtigen met een Nederlandse vaste inrichting. Het besluit stelt dat alleen de werkzaamheden van de vaste inrichting in aanmerking worden genomen voor de activiteitentoets volgens artikel 20 lid 4 Wet Vpb.

Kennisgroepstandpunt

Kennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpb
2019 08 houdsterverlies enresultaat vi
Aan
Van
Betreft
DatumGO Internationaal
Kennisgroep Bijzondere Winstbepaiing VPB
Houdsterverliesregeiing en Nederiandse vaste inrichting
8aprii 2019512e
1VRAAG
Weike werkzaamheden worden voor deactiviteitentoets van artikel 20 lid4meegenomen in
hetgevaivan een buitenlands beiastingplichtige met een vaste inrichtinginNederiand Meer
specifiek duidt determ beiastingpiichtige indezin van artikei 20 iid4Wet Vpb indatgevai
siechts opdewerkzaamheden van devaste inrichting
2ANTWOORD
Ja voor deactiviteitentoets van artikei 20 iid4WetVpb worden inhetgevai van een
buiteniands beiastingpiichtige met een vaste inrichtinginNederland siechts de
werkzaamheden van devaste inrichting meegenomen
3TOELICHTING
aFEITEN
67Awr
Beiastingpiichtige neemt in
met haar buitenlandse moedermaatschappij haar resultaat zou moeten worden
aangemerkt als houdsterresultaat Indatgevai kan zijdeomvangrijke
houdsterwerkzaamheden van haar buitenlandse moeder meenemen voor de
activiteitentoets van artikei 20 lid4Ditstandpunt wordt met meerdere argumenten
bestreden maar voor wat betreft devergelijkbaarheidsvraag iseen vraag opgekomen die
isvoorgelegd aan dekennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpbhetstandpunt indat als zijhad kunnen voegen67Awr
Voor devergelijkbaarheidsvraag wordt aangesloten bijdesituatie van een buitenlands
beiastingpiichtige met een vaste inrichting inNederland Devraag die indat kader
opkomtisweike activiteiten indatgevai worden meegenomen voorde activiteiten toets
van artikei 20 lid4WetVpb Wordenbijdeactiviteitentoets alleen dewerkzaamheden
van devaste inrichting meegenomen ofworden ook dewerkzaamheden van het
buitenlandse hoofdhuis bijdeze toets meegenomen Het betreft een situatie dienog
valt onder detekst zoals deze goldtot enmet 31december 2018
bBESCHQUWING
Dewettekst van artikei 20 lid4Wet Vpb tekst totenmet 31december 2018 luidt als
voIgt
Indien defeitelijke werkzaamheid van een beiastingpiichtige gedurende hetgehele ofnagenoeg
gehele boekjaar uitsluitend bestaat uithethouden van een deelneming ofhet direct ofindirect
financieren van met hem verbonden lichamen isinafwijkingvan hettweede lidhet verlies van dat
jaar siechts verrekenbaar met debelastbare winsten onderscheidenlijk deNederiandse inkomens
van jaren waarin
adefeitelijke werkzaamheid van beiastingpiichtige eveneens gedurende hetgehele ofnagenoeg
hetgehele jaar uitsluitend ofnagenoeg uitsluitend bestaat uithethouden vandeelnemingen ofhet
direct ofindirect financieren van met hem verbonden lichamen en
b
1
1804472 00080
Kennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpb
2019 08 houdsterverlies enresultaat vi
Detekst van artikel 20 lid4verwijst naar determ belastingplichtigeInhetgeval van een
buitenlands belastingplichtige rijst devraag ofvoorde activiteitentoets van artikel 20 lid
4Wet Vpb gekeken meet worden naar alle werkzaamheden van debuitenlands
belastingplichtige dewerkzaamheden van hethoofdhuis endevaste inrichting ofalleen
naar dewerkzaamheden waarvoor debuitenlands belastingplichtigeinNederland
belastingplichtig isincasu deactiviteiten van devaste inrichting
Het buitenlands lichaam wordt opgrond van artikel 3lid 1letter aWet Vpb
belastingplichtiginNederland als zijNederlands inkomen geniet Op basis van artikel 17
lid3letter aWetVpb vormt dewinst van devaste Inrichting Nederlands Inkomen Het
buitenlandse lichaam dat inNederland eenonderneming drijft met behulp van een vaste
inrichting wordt aldus buitenlands belastingplichtigendewinst uitdevaste inrichting kan
inNederland indeheffing worden betrokken Voor het vaststellen van hetNederlands
belastbaar bedrag hetbedrag waaroverde belasting wordt berekend mag rekening
worden gehouden metopenstaande verliezen uitNederlands inkomen Via artikel 17 lid
2Wet Vpb isregeling van artikel 20 lid4Wet Vpb aldus eveneens van toepassing opde
winst die een buitenlands belastingplichtige haalt uiteen inNederland gedreven vaste
inrichting
Voor deactiviteitentoets sluit detekst van artikel 20 lid4aan bijdeterm
“belastingplichtige” Devraag iswat eristeverstaan onder determ belastingplichtige in
een situatie met een buitenlands hoofdhuis met een Nederlandse vaste inrichting
Ineen eerdere casus heeft dekennisgroep zich uitgelaten over deomgekeerde situatie
een binnenlands belastingplichtige dreef eenonderneming met behulpvan een
buitenlandse vaste inrichtingIndatgeval was deconclusie dat ook dewerkzaamheden
van de buitenlandse vaste inrichting mee moeten tellen voor dewerkzaamhedentoets
Deresultaten van devaste inrichting behoren immers totde Nederlandse wereld winst
Dat opdatgedeelte van dewinst vervolgens voorkoming van dubbele belasting dan wel
objectvrijstelling van toepassing isdoet nietter zake Dat komt onder meervoort uitde
oude wijze vanvoorkoming van dubbele belastingheffing voorafgaande aan deinvoering
van deobjectvrijstelling Verliesverrekening gaat voor opvrijstelling Artikel 20 lid4
Wet Vpb behoort totdeverliesverrekeningsbepalingen
Vanuit ditprincipe redenerend ishetlogisch om indesituatie van een buitenlands
hoofdhuis met een Nederlandse vaste inrichting puur tekijken naar werkzaamheden van
devaste inrichting zelf Het zijn dewinsten van delaatstgenoemde diebehoren totde
Nederlandse grondslag Weliswaar ishet buitenlandse hoofdhuis inditgeval de
belastingplichtige maar opgrond van artikel 17Wet Vpb wordt dithoofdhuis alleen
belastingplichtig voor deNederlandse inkomensbestanddelen genoemd inartikel 17en
17aWet Vpb Ook voor deactiviteitentoets van artikel 20 lid4kijken wedan naar de
werkzaamheden dieonderdeel uitmaken van deNederlandse grondslag zijnde de
werkzaamheden van devaste inrichting
Inhet kader van artikel lOd WetVpb oud vond een vergelijkbare discussie plaats
Tijdens deparlementaire behandeling gafdewetgever aan dat debalans van devaste
inrichting demaatstaf vormt voor artikel lOdWetVpb oud
“Naar aanleiding van een vraag van deze leden over detoepassing van dethincap regeling bij
buitenlandse belastingplichtigenenhoe detoepassingvan dethincap regelingindiegevallen
zich verhoudt totafgesloten belastingverdragen merken wijopdatdethincap regeling ook
wordt toegepast opbuitenlandse belastingplichtigenalsgevolgvan dewerkingvan artikel 18
eerste lid van deWetVpb Bijdetoepassing van dethincap regeling vormt debalans van de
2
1804472 00080
Kennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpb
2019 08 houdsterverlies enresultaat vi
vasts inrichting hetuitgangspunt Opbasis van diebalans zalmoeten worden beoordeeld ofer
eventueel rente van aftrek wordt uitgesloten Het door deleden van defractie van hetCDA
geschetste voorbeeld dat errente van aftrek zou kunnen worden uitgeslotenindien de
vermogensverhoudingvan devaste inrichting binnen de ratio sblijftmaar de
vermogensverhoudingvan het lichaam inzijngeheeliehoofdhuis plusvasteinrichtinger
buiten komt doetzich derhalve niet voor Als devermogensverhouding van devaste inrichting
zich binnen deratio’s bevindt zal ergeenrente inaftrek worden beperktMetis wel mogelijk
dat errente inaftrek wordt beperkt indien devermogensverhouding van devaste inrichting
buiten deratio’s komt maar devermogensverhouding van het lichaam inzijn geheel erbinnen
blijftDit ishetgevolgvan dezelfstandige toepassingvan dethincap regeling opde
buitenlandse belastingplichtige
Belastingverdragen beperken niet detoepassing van dethincap regeling opbuitenlandse
belastingplichtigenEen vantoepassing zijnd belastingverdrag wijstaan destaat waar devaste
inrichtingisgevestigd hetheffingsrecht toe over dewinsten dietoerekenbaar zijnaan dievaste
inrichting Destaat van devaste inrichting kanvervolgens zijneigen winstbepalingsregels
toepasseninclusief een eventuele thincap regeling Hetbelastingverdrag verbiedt ditniet
NV Kamerstukken I2003 2004 29210 Cp21
Bijartikel 20a Wet Vpb speelt deze kwestie uiteraard ook Daar isuiteindelijk een keuze
gemaakt waarbij dewetgever ook koos voor beperking totheffingsbestanddelen die aan
Nederland zijntoegewezen
Opbasis van hetvoorgaande isdeconclusie datdebelastingplichtige indezin van 20
lid4WetVpb indebovengenoemde situatie deNederlandse vaste inrichting isVoor de
activiteitentoets van artikel 20 lid4Wet Vpb oud worden inhetgeval van een
buitenlands belastingplichtige met een Nederlandse vaste inrichting dan ook alleen de
werkzaamheden van devaste inrichting inaanmerking genomen
3
1804472 00080

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: