2070195

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de principle purpose test (PPT) in het kader van de Wet Bronbelasting 2021 en het belastingverdrag met Zwitserland. De ruling concludeert dat de PPT kan worden toegepast om te bepalen of belastingvoordelen terecht zijn verkregen, afhankelijk van de intentie achter de transactie.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 2070195**

**Memo Wet bronbelasting 2021 en PPT Verdrag Zwitserland**

**Datum:** 16 augustus 2021

**Feiten**

1. Belanghebbende is een in Nederland gevestigde houdstervennootschap van in Nederland en in het buitenland gevestigde deelnemingen. Zij maakt deel uit van een omvangrijk concern.

2. In 2007 heeft het concern een overname gedaan. Een deel daarvan is aan belanghebbende gealloceerd. Daarbij werd zij in eerste instantie gefinancierd met groepsleningen van een Amerikaanse LLC. De erop verschuldigde rente is niet in aftrek gebracht als gevolg van de werking van art. 10a Wet Vpb.

3. Een groot deel van de operationele activiteiten van het concern bevindt zich in [GEANONIMISEERD]. Het concern heeft sinds 2010 een vaste inrichting.

4. In [GEANONIMISEERD] heeft belanghebbende haar 10a leningen geherfinancierd bij de [GEANONIMISEERD] vaste inrichting. Op 14 juni 2019 zijn de leningen bij deze partij nogmaals geherfinancierd. Ultimo 2020 beloopt de lening circa USD [GEANONIMISEERD] miljard.

5. Voor de winst van de vaste inrichting waaronder de rente verleent [GEANONIMISEERD] en vrijstelling. Verliezen van de vaste inrichting zijn aftrekbaar van de generale winst, maar hiervoor geldt gedurende een periode van zeven jaar een inhaalverplichting indien de verliezen ook in de staat van de vaste inrichting verrekenbaar zijn.

6. Per januari 2021 is de Wet Bronbelasting 2021 ingevoerd. Daardoor is de rente die belanghebbende aan de [GEANONIMISEERD] verschuldigd is met ingang van deze datum belast bij de vennootschap tegen een tarief van 25%.

7. Onder het belastingverdrag Nederland [GEANONIMISEERD] (hierna: Verdrag) heeft belanghebbende voor de rente recht op een vrijstelling aan de bron en is het Nederland niet toegestaan om de Wet bronbelasting 2021 toe te passen. Dit is slechts anders als belanghebbende niet slaagt voor de principle purpose test (art. 57 Awr Verdrag).

8. In het Verdrag ontbreekt de MLI antimisbruikbepaling inzake in derde staten gevestigde laagbelaste passieve vaste inrichtingen (art. 29 lid 12 OECD MC).

**Rechtsvraag**

Kan de PPT onder het Verdrag voorzien in de MLI antimisbruikbepaling voor in derde staten gevestigde laagbelaste passieve vaste inrichtingen? Zo ja, wordt voldaan aan de vereisten van de PPT in die zin dat het verkrijgen van het verdragsvoordeel de voornaamste reden was van de constructie of transactie?

De inspecteur heeft eind juni 2021 bij belanghebbende om een toelichting op de valutaresultaten gevraagd.

**Rechtskader**

**Nationale recht**

In art. 2a onderdeel Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden is [GEANONIMISEERD] aangewezen als een laagbelastende jurisdictie in de zin van art. [GEANONIMISEERD] Wet Bronbelasting.

Ex art. [GEANONIMISEERD] Wet Bronbelasting is de vennootschap belastingplichtig voor de rente op de door haar [GEANONIMISEERD] vaste inrichting aan belanghebbende verstrekte lening.

Belastingplichtig voor de belasting is een lichaam dat gerechtigd is tot voordelen als bedoeld in artikel [GEANONIMISEERD] en dat niet in een laagbelastende jurisdictie is gevestigd, waarbij die voordelen worden toegerekend aan een vaste inrichting in een laagbelastende jurisdictie.

Blijkens de memorie van toelichting bij de Wet bronbelasting 2021 kan geen bronbelasting worden ingehouden als een belastingverdrag dat verhindert, tenzij het verdrag een anti-misbruikbepaling bevat. Nederland streeft dan ook naar opname in de verdragen van een bepaling inzake een laagbelaste vaste inrichting (PE test en een principle purpose test (PPT)).

**Conclusie**

De PPT onder het Verdrag kan ook worden toegepast als niet is voorzien in de MLI-antimisbruikbepalingen voor in derde staten gevestigde laagbelaste passieve vaste inrichtingen (PE test). Indien bij het aangaan van rechtshandelingen daaraan geen op toekomstige verdragsvoordelen gerichte motieven ten grondslag liggen, dan ondergaan zij bij overigens gelijkblijvende feiten en omstandigheden geen verandering door latere regelgeving waarvoor wel aanspraak op verdragsvoordelen kan worden gemaakt.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *