1971008

AI-samenvatting

Deze notitie behandelt de kwalificatie van de Franse 3 heffing in het kader van de Nederlandse dividendbelasting. Het besluit concludeert dat deze heffing niet als bronbelasting kan worden aangemerkt, waardoor de afdrachtvermindering niet van toepassing is.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Ministerie van Financiën**
Aan
Kennisgroep Dividendbelasting
notitie
Directie Internationale Zaken en Verbruiksbelastingen

**Aanleiding**
Op 17 augustus 2012 is met het tweede amendement van het Belastingplan voor het jaar 2012 in Frankrijk de contribution additionnelle impot sur les sociétés ingevoerd. Dit is een additionele heffing op dividenden alsmede deemed dividends uitgekeerd door vennootschappen onderworpen aan de Franse vennootschapsbelasting, hierna Franse heffing [GEANONIMISEERD].

In overeenstemming met [GEANONIMISEERD] doet een verzoek om de afdrachtvermindering ex art 11a Wet Div belasting 1965 en van belang is of de Franse heffing kwalificeert als vennootschapsbelasting of bronbelasting. Deze kwalificatie van de Franse heffing speelt daarnaast ook een rol bij de casus.

**Inlichtingen**
Datum: 14 juli 2015
Auteur: [GEANONIMISEERD]

**Vraag**
In de casus van [GEANONIMISEERD] kan de Franse heffing voor de toepassing van art 11a lid Wet Div belasting 1965 als een buitenlandse bronheffing worden aangemerkt en daarmee in mindering kan komen op de af te dragen Nederlandse dividendbelasting. De KG Dividendbelasting heeft deze vraag voorgelegd aan IZV.

**Kern**
Voor de toepassing van art 11a lid Wet Div belasting 1965 kan met verwijzing naar jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (hierna HvJ) worden gesteld dat voor het aanmerken van een buitenlandse belasting als een buitenlandse bronheffing de volgende drie criteria van belang zijn:
1. Het belastbare feit wordt gevormd door de uitkering van dividenden of elke andere opbrengst van waardepapieren.
2. De belastinggrondslag is de opbrengst van de waardepapieren.
3. De belastingplichtige is de houder van de waardepapieren.

Omdat in casu de Franse heffing wordt ingehouden van de uitkerende vennootschap en niet van de aandeelhouder en niet wordt voldaan aan het derde criterium, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een buitenlandse bronheffing. Dit heeft tot gevolg dat de afdrachtvermindering van art 11a lid Wet Div belasting 1965 niet van toepassing is en de Franse heffing niet in mindering kan komen op de Nederlandse dividendbelasting.

**Toelichting**
**Inhoudsopgave**
1. Feiten en omstandigheden
2. De Afdrachtvermindering art 11a Wet Div belasting 1965
– Algemeen
– Ten laste van criterium art 11a Wet Div belasting 1965
– Het begrip buitenlandse bronheffing art 11a Wet Div belasting 1965
3. Nationaal niveau Surtax en art 11 Wet Div belasting 1965
4. EU niveau Jurisprudentie HvJ
5. Internationaal niveau OESO Modelverdrag
6. Conclusie
7. Gevolgen

**Feiten en omstandigheden**
De structuur van [GEANONIMISEERD] kan vereenvoudigd als volgt worden weergegeven:
[GEANONIMISEERD] is een in Nederland gevestigde vastgoed FBI die dividenden ontvangt van een in Frankrijk gevestigde vennootschap beleggingsinstelling. Op deze dividenden is de Franse heffing ingehouden. Kenmerken van deze Franse heffing zijn:
– Franse en buitenlandse lichamen die onderworpen zijn aan de Franse Vpb zijn ook onderworpen aan de heffing; de heffing vormt in de Franse visie een verhoging van de Vpb.
– De heffing wordt toegepast op uitgekeerde dividenden; dit is de grondslag voor de heffing ongeacht of de dividenden worden uitgekeerd aan inwoners van Frankrijk of aan niet-inwoners.
– Naast deze heffing is inhouding van Franse dividendbelasting ten laste van de ontvanger van het dividend gewoon mogelijk.

**Betaling van de heffing** dient te geschieden tegelijk met de eerste vooruitbetaling van de Vpb in de maand die volgt op de uitkering van het dividend. Als niet tijdig wordt betaald gelden dezelfde sancties als voor de Vpb: rente en boete. De heffing is niet aftrekbaar van de Vpb-winst.

**Doel van de heffing is tweeledig**:
1. Compenseren van verlies van opbrengst voor de Staat als gevolg van afschaffing van de inhouding op opbrengst uitgedeeld aan buitenlandse beleggingsvehikels.
2. Een verschillende heffing introduceren voor Vpb-lichamen al naargelang zij hun winst herinvesteren of uitkeren.

**De Afdrachtvermindering art 11a Wet Div belasting 1965**
**Algemeen**
Een specifiek element in de dividendbelasting voor de FBI is de zogenoemde afdrachtvermindering. De voorlopervan deze bepaling is de teruggaafregeling van art 10 lid Wet DB oud die tot 2008 de voorkoming van de economische dubbele belastingheffing ten aanzien van de dividendbelasting voor FBI regelde.

Per januari 2008 is de teruggaafregeling afgeschaft en vervangen door de afdrachtvermindering. De reden van deze wijziging ligt in de angst voor verlies van de Nederlandse belastingclaim op Nederlandse bronnen.

**Ten laste van criterium art 11a Wet Div belasting 1965**
De afdrachtvermindering van art 11a Wet Div belasting 1965 kan worden verleend voor een buitenlandse bronheffing die ten laste van de FBI is ingehouden. Dit impliceert naar onze mening dat de FBI als aandeelhouder de belastingplichtige voor de bronbelasting moet zijn. Aangezien bij de Franse heffing de uitkerende vennootschap de belastingplichtige is, kan naar ons inziens geen beroep worden gedaan op de afdrachtvermindering van art 11a Wet Div belasting 1965.

**Het begrip buitenlandse bronheffing art 11a Wet Div belasting 1965**
Daarnaast is het voor de afdrachtvermindering van art 11a Wet Div belasting 1965 van belang dat er sprake is van een buitenlandse bronbelasting. Wat moet worden verstaan onder buitenlandse bronheffing wordt in de Wet Div belasting 1965 niet nader gedefinieerd. Voor de uitleg van dit begrip wordt daarom in de volgende paragrafen gekeken naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, de jurisprudentie van het HvJ en het OESO Modelverdrag.

**Nationale niveau Surtax en art 11 Wet Div belasting 1965**
De surtax hield in dat tijdens de periode januari 2001 tot en met 31 december 2005 20% additionele belasting werd geheven over het totaalbedrag van de in een kalenderjaar verrichte winstuitdelingen voorzover dit totaalbedrag een bepaalde grens overschreed. Deze heffing was bedoeld om excessieve dividenduitkeringen na invoering van de Wet IB 2001 te voorkomen.

In de parlementaire geschiedenis van de surtax is opgemerkt dat de surtax geen bronbelasting is. Hierbij is van belang dat de surtax wordt geheven ten laste van de uitdelende vennootschap en niet ten laste van de aandeelhouders.

**Conclusie**
De Franse heffing komt niet ten laste van de FBI en moet niet worden beschouwd als een bronbelasting, maar als een aanvullende vennootschapsbelasting. Dit heeft tot gevolg dat geconcludeerd kan worden dat de afdrachtvermindering ex art 11a Wet Div belasting 1965 niet kan worden toegepast. De Franse heffing kan daarom niet in mindering worden gebracht op de Nederlandse dividendbelasting.

**Gevolgen**
De invoering van de Franse heffing zorgt ervoor dat investeringen in Frankrijk zwaarder worden belast. Dit heeft tot gevolg dat het uit te keren rendement vanuit de Franse beleggingsinstelling daalt.

**Volledigheidshalve** wordt kort ingegaan op de casus [GEANONIMISEERD]. In deze casus gaat het om een open CV die in Nederland gevestigd is en dividenden ontvangt van [GEANONIMISEERD]. Over deze dividenden is de Franse heffing ingehouden.

In 2013 is aan de KG IBR de vraag voorgelegd of voor de verdragstoepassing de Franse heffing een bronbelasting ten laste van de NL moeder vennootschap vormt. De KG IBR heeft deze vraag voorgelegd aan IZV.

Uitgaande van de veronderstelling dat de Franse heffing de enige heffing op dividend betaald door [GEANONIMISEERD] niet door artikel 10 dividend van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk wordt belemmerd, is geconcludeerd dat deze [GEANONIMISEERD] is vrijgesteld. Zodoende wordt het dividend niet in de Nederlandse grondslag begrepen en is toepassing van artikel 24 (bepaling tot vermindering van dubbele belasting van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk) en de vraag of de Franse heffing verrekend of vrijgesteld moet worden niet aan de orde geweest.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *