AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de bezittingen van belastingplichtige grotendeels uit beleggingen bestaan volgens artikel 20a lid 4 Wet VPB. De ruling concludeert dat dit het geval is, afhankelijk van de functie van de deelnemingen binnen de onderneming.
Kennisgroepstandpunt
20a lid4beleggingsbegrip bijhoudstervennootschappen
13nov 2016ITags 2016 02072016 1122Tags toevoeqen ofverwiideren
Dezevraagisbeantwoord
Vraag van|5l2e [kantoor Rotterdam
Vraag wordt behandeld door 5i2e en 5i2e115i2e|schri|ft concept antwoord
1VRAAG
Bestaan debezittingenvan belastingplichtige gtctendeelsuitbeleggingen zoals genoemdinartikel 20a lid4aanhef WetVPB indien de
bezittingen louter beslaan uil indirecte belangen invastgoeddeelnemingen envorderingen opdiedeelnemingen
2ANTWOORD
Ofeendeelnemingterbelegging wordt getiouden liaiigl afvan defuiictie diededeelnemingvoor debelastirgplichtige heett Indien de
deelneming wordt aangehoudeninverband met derelatie tussen deeigen bedrijfsuitoefeningendebedrijfsactiviteitvan dedochtermaatschappij
isgeen sprake van een belegging Indien dedeelneming niet zonfunclie binnen deonderneming van deactieve houdstermaatschappij vervult is
sprakevan een belegging Nudeze relatie onfbreekt isdekennisgroepvanmening datdebelastingplichtige devastgoed deelnemingenlouter
terbelegging houdt
Voor eenvordering geldt hetzelfde Ook indilverband ishet vanbelang omdefunotie van debezittinginogenschouwtenemen
Kortom debezittingenvan belastingpliGhtige bestaan grotendeelsuitbeleggingenArtikel 20a vindt loepassing
1950692 00042
Geef een reactie