1926040

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een juridische fusie zonder uitreiking van aandelen fiscaal gefaciliteerd kan worden. Het besluit concludeert dat er binnen de Wet Vpb geen eis is voor het uitreiken van aandelen, waardoor een dergelijke fusie in aanmerking komt voor de geruisloze fusiefaciliteit.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
**Beantwoording vraag kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheid**
**Nummer vraag:** 20320011
**Datum:** juni 2020

**Verkorte omschrijving vraag**
Kan een juridische fusie zonder uitreiking van aandelen een zusterfusie op grond van de Wet Vpb fiscaal gefaciliteerd worden?

**Antwoord**
Binnen de Wet Vpb is er geen noodzaak tot het uitreiken van aandelen en komt een juridische fusie zonder uitreiking van aandelen ook in aanmerking voor de fiscaal geruisloze fusiefaciliteit.

**Onderbouwing**
De kennisgroep AB heeft de vraag voorgelegd gekregen of een juridische fusie zonder uitreiking van aandelen fiscaal gefacilieerd kan worden en zoekt hierbij afstemming met onze kennisgroep. De kennisgroep AB is van mening dat een dergelijke fusie niet onder het bereik van artikel 16, eerste lid, onderdeel Wet IB valt. Dit artikel luidt als volgt:
Onder vervreemding van aandelen of winstbewijzen wordt mede verstaan het van rechtswege aandeelhouder worden in een andere vennootschap indien vermogens van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft onder algemene titel overgaat op een andere vennootschap.

In geval van een vereenvoudigde zusterfusie is het bovenstaande artikel niet van toepassing. Immers, de verkrijgende rechtspersoon kent in zo geval geen nieuwe aandelen toe aan haar aandeelhouder. Dit betekent overigens niet dat er voor IB-doeleinden geen sprake is van een vervreemding; art. 16 lid onderdeel Wet IB voorziet hier namelijk in. De vraag die dan rijst is of een geruisloze zusterfusie mogelijk is. Op grond van de doorschuifregeling van art. 41, derde lid, Wet IB is dit alleen mogelijk als er een vervreemdingsvoordeel is op grond van art. 16, lid, onderdeel Wet IB. In het geval van een zusterfusie is de doorschuifregeling derhalve niet van toepassing. In feite dwingen de IB-regels ertoe dat in geval van een zusterfusie aandelen dienen te worden toegekend. Bovenstaande lijkt haaks te staan op de civielrechtelijke mogelijkheden gezien de civielrechtelijke mogelijkheid om geen aandelen toe te kennen. Zie daarover ook Van der Burgt, Juridische zusterfusie en aanmerkelijk belang, aanpassing nodig, WFR 2018, 20.

Op grond van artikel 311, tweede lid, BW worden bij een juridische fusie de aandeelhouders van de verdwijnende rechtspersoon aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon. In datzelfde lid wordt de uitzondering genoemd voor de zusterfusie (art. 333, tweede lid, BW). In art. 333, tweede lid, BW is het volgende bepaald:
Indien iemand of een ander voor zijn rekening alle aandelen houdt in het kapitaal van de te fuseren vennootschappen en de verkrijgende vennootschap geen aandelen toekent ingevolge de akte van fusie, zijn de artikelen 326-328 niet van toepassing.
Dit betekent dat het civielrechtelijk mogelijk is dat een zusterfusie plaatsvindt zonder dat er nieuwe aandelen worden uitgereikt. De fiscaal geruisloze fusiefaciliteit in de Vpb kent in tegenstelling tot de IB niet de voorwaarde dat er aandelen worden toegekend. Anders dan bij de IB volgt de fusiefaciliteit in de Vpb het civiele recht. In onderdeel van het besluit van 27 januari 2015, nr. BLKB2015 34M, is opgemerkt dat in het algemeen als tegenprestatie bij een fusie aandelen worden uitgereikt aan degene die het vermogen heeft ingebracht. Het uitreiken van aandelen is dus geen harde eis. Aangezien de fiscaal geruisloze fusiefaciliteit in de Vpb niet de voorwaarde kent dat er aandelen dienen te worden toegekend, heeft een eventuele goedkeuring in de AB-sfeer geen uitstralingseffect naar de Vpb.

In de vraagstelling van de KG AB wordt verwezen naar het eerder gepubliceerde antwoord van onze kennisgroep. Hierbij ging het om de vraag of bij een fusie tussen twee kleindochters (nichtjes) zonder uitreiking van aandelen sprake is van een juridische fusie. Uit het antwoord blijkt dat de kennisgroep het standpunt van de notaris volgt; er is sprake van een juridische fusie. In het gepubliceerde antwoord wordt niet ingegaan op de vraag of een dergelijke fusie gefaciliteerd wordt. In het gepubliceerde antwoord wordt in de afsluitende zin aangegeven dat de begeleidende inspecteur aanvullende voorwaarden kan stellen. Hiermee wordt bedoeld dat indien niet wordt voldaan aan art. 14b, tweede lid, Wet Vpb, de fusiefaciliteit kan worden toegepast op grond van art. 14b, derde lid, Wet Vpb. Toepassing van art. 14b, derde lid, Wet Vpb vindt plaats onder het stellen van nadere voorwaarden. Zie hiervoor het besluit van 27 januari 2015, nr. BLKB2015 34M.

Volledigheidshalve merkt de kennisgroep nog op dat bovenstaand probleem niet alleen speelt bij de toepassing van art. 16 Wet IB, maar ook bij art. 57 Wet IB. In art. 57, lid, Wet IB wordt gesproken over verworven aandelen en wordt er dus van uitgegaan dat er bij de juridische fusie aandelen worden uitgegeven. Dit lijkt dus voornamelijk een probleem dat zich afspeelt in de IB. Voor de vennootschapsbelasting speelt echter dezelfde problematiek in art. 13k Wet Vpb, waarin voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling bij een juridische fusie van de deelneming wordt aangesloten bij art. 57 Wet IB en er tevens van uitgegaan wordt dat er aandelen worden uitgereikt. De kennisgroep Fusies en Fiscale eenheden vraagt derhalve ook aandacht hiervoor, mocht er besloten worden om begunstigend beleid te ontwikkelen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *