1891407

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van een schenking door ouders aan hun kind wanneer zij het wettelijk vruchtgenot niet opeisen of niet verhalen. Het besluit stelt dat het niet opeisen van het vruchtgenot geen schenking is, terwijl het niet verhalen van inkomstenbelasting wel als een schenking wordt beschouwd.

Kennisgroepstandpunt

1891407
Giftbegrip. Afzien van wettelijk vruchtgenot (KGSW 18.0018)

Vraag:
Vragen: Is er sprake van een schenking door de ouders aan een kind indien:
1) Ouders het wettelijk vruchtgenot dat zij hebben, niet opeisen?
2) Ouders die het wettelijk vruchtgenot niet hebben, de door hen daarover toch verschuldigde inkomstenbelasting niet verhalen op het kind?

Antwoord:
Antwoorden
1) Nee, het wettelijk vruchtgenot is een persoonlijk recht van de ouders, dat – buiten de wil van de ouders om – volgt uit een civielrechtelijke bepaling. Op grond van Hoge Raad BNB 1961/38 leidt het niet opeisen van de vruchten door de ouders, niet tot een schenking aan het kind. Ook niet als dat welbewust (uit estate-plan oogmerk) gebeurt.
2) Ja, als ouders het wettelijk vruchtgenot juridisch niet hebben (bv. omdat opa dat heeft bepaald bij de gift aan het minderjarige kind), worden de inkomsten fiscaal toch aan hen toegerekend. De wet geeft hen dan een verhaalsrecht voor de bijbehorende inkomstenbelasting. Als de ouders geen gebruikmaken van dat verhaalsrecht, is dat wel een gift.

Beschouwing
Wettelijk kader wettelijk vruchtgenot
Indien ouders het wettelijk gezag hebben over hun minderjarig kind, bepaalt artikel 1:2531 BW dat de ouders het wettelijk vruchtgenot hebben van het vermogen van het minderjarig kind, tenzij bij testament of schenking is bepaald dat de ouders dat vruchtgenot niet over het verkregen vermogen hebben (art. 1: 253m BW). Ouders zijn op grond van artikel 2.15 Wet IB 2001 inkomstenbelasting verschuldigd over de inkomsten (en vermogensbestanddelen) van het minderjarig kind. Dit geldt ongeacht of de ouders het wettelijk vruchtgenot hebben en de vruchten daadwerkelijk genieten.

Giftbegrip
Een gift is iedere handeling die er toe strekt, dat een ander verrijkt ten koste van het eigen vermogen (artikel 7:186, tweede lid, BW). Als een ouder het wettelijk vruchtgenot niet uitoefent, lijkt aan deze vereisten voor een gift te zijn voldaan. De Hoge Raad heeft echter bij zijn arrest van 16 november 1960 (BNB 1961/38) reeds bepaald, dat afstand doen door de ouders van het wettelijk vruchtgenot geen (belastbare) schenking is. De Hoge Raad kwam mede tot dit oordeel, omdat bij schenking van een met wettelijk vruchtgenot bezwaard goed, het betreffende goed voor de SW op de onbezwaarde waarde wordt gewaardeerd.

Verhaalsrecht inkomstenbelasting
In artikel 2.16 Wet IB 2001 is een verhaalsrecht opgenomen voor de situatie, dat de ouders niet het wettelijk vruchtgenot hebben. Te denken valt aan de situatie dat een minderjarig kind vermogen heeft geërfd en de erflater heeft bepaald dat het ouderlijk vruchtgenot niet van toepassing is. Artikel 2.16 Wet IB komt deze ouders dan tegemoet: zij kunnen de belasting over de aan hen toerekende inkomsten van het kind, op dat kind verhalen. Als de ouders geen gebruikmaken van dat recht, is dat wel een schenking.

Dat dit verhaalsrecht hoogstpersoonlijk dus niet overdraagbaar is aan een derde, betekent niet dat de ouders daarom niet verarmen. Civielrechtelijk is het verhaalsrecht een vermogensrecht, waardoor het hiervan afzien leidt tot verarming bij de ouder en verrijking bij het kind. De ouder handelt weliswaar niet, maar blijft ‘stilzitten’ hetgeen als schenking kwalificeert (zie Rechtbank Den Haag 20 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8442, NIF 2016/461 en rechtbank Assen, 28 juni 1955, PW 16354). Of de ouder zich van de bevoordeling bewust is en deze heeft gewild, is ter beoordeling van de inspecteur. In de relatie ouder-kind wordt een bevoordelingsbedoeling al snel verondersteld.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *