-
1891152
Deze uitspraak behandelt de toepassing van de BOR bij de splitsing van een vennootschap na overlijden. Het besluit verduidelijkt dat de erfbelasting wordt geheven op basis van de situatie op het moment van overlijden, en dat de splitsing geen invloed heeft op de hoogte van de erfbelasting.
-
1891153
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of een pensioenverplichting volledig of pro rata aan de liquide middelen van een onderneming moet worden toegedeeld. De ruling concludeert dat een bedrag van € 500.000 niet als duurzaam overtollig kan worden beschouwd, omdat het noodzakelijk is voor toekomstige pensioenuitkeringen.
-
1891154
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of artikel 15 SW 1956 van toepassing is op vorderingen die ontstaan uit een niet uitgevoerd Amsterdams Verrekenbeding. Het besluit concludeert dat deze vorderingen niet onder de definitie van geldlening vallen zoals bedoeld in artikel 15 SW 1956.
-
1891155
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat de aandelen van Werkmaatschappij niet tot de nalatenschap van X behoren, waardoor de BOR niet van toepassing is. Dit heeft gevolgen voor de erfgenamen A, B en C, die geen recht hebben op de belastingvoordelen bij de overdracht van de aandelen.
-
1891156
Deze belastinguitspraak behandelt de verjaringstermijn voor het opleggen van een aanslag erfbelasting in het kader van de legitieme portie. De ruling concludeert dat deze termijn drie jaar bedraagt na het inroepen van de legitieme portie.
-
1891159
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het betalen van studiekosten en levensonderhoud voor kinderen als een schenking kan worden beschouwd. Voor kinderen tot 21 jaar geldt dat ouders verplicht zijn deze kosten te dekken zonder dat dit als gift wordt aangemerkt. Voor kinderen vanaf 21 jaar vervalt deze verplichting, en betalingen worden doorgaans niet als vrijgevigheid gezien.
-
1891160
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de inspecteur gebonden is aan een waardedrukkende factor van 25% voor het recht van gebruik en bewoning. Het besluit concludeert dat dit percentage niet wettelijk is voorgeschreven, maar voortkomt uit een eerdere rechterlijke uitspraak, wat de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid bevordert.
-
1891161
Deze belastinguitspraak behandelt de mogelijkheid om een overnamevordering als informeel kapitaal te storten en de implicaties daarvan voor de bezitseis en de bedrijfsopvolgingsregeling. Het document concludeert dat het opgeven van vorderingsrechten kan leiden tot een fiscale herkwalificatie van beleggingsvermogen naar ondernemingsvermogen.
-
1891162
Deze belastinguitspraak behandelt de eisen voor het ‘landingsplatform’ van gewone aandelen in het kader van gefaseerde bedrijfsopvolging. Het landingsplatform moet bestaan uit gewone aandelen die zijn uitgegeven bij de omzetting naar preferente aandelen en moet ten minste 5% van het totale gewone aandelenkapitaal vertegenwoordigen.
-
1891163
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de voortzettingseis en bezitseis van de BOR bij de verlettering van aandelen in dochtervennootschappen. De ruling concludeert dat de kinderen na de schenking gezamenlijk aandeelhouder zijn en dat de bezittingen en schulden van de deelneming aan Holding X worden toegerekend.
-
1891164
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van het arrest van de Hoge Raad over de leegwaarderatio in de inkomstenbelasting op de Successiewet. Belanghebbenden moeten de afwijking van de werkelijke waarde aannemelijk maken met taxatierapporten.
-
1891166
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het onttrekken van vermogen onder een statutaire vermogensklem kan worden aangemerkt als een schenking. De conclusie is dat, hoewel het afschudden van de vermogensklem niet eenvoudig is, er mogelijk sprake is van een schenking indien de transactie als vrijgevig kan worden aangemerkt.
-
1891168
In deze belastinguitspraak wordt behandeld of het niet bedingen van het voordeel van art. 13 WBR door een verkoper in de familiesfeer kan worden aangemerkt als een gift. De conclusie is dat dit niet het geval is, omdat er geen verarming bij de verkoper en geen verrijking bij de koper plaatsvindt.
-
1891169
In deze belastinguitspraak wordt onderzocht of een lening van A aan B, die feitelijk als een gift kan worden gekwalificeerd, leidt tot een belastbare gift voor de schenkbelasting. Het oordeel is dat wanneer A zich bewust is van de kans dat de lening niet terugbetaald zal worden, dit als een gift kan worden aangemerkt.
-
1891171
Deze uitspraak behandelt de vraag of het prijsgeven van een vordering kort voor een schenking invloed heeft op de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Het besluit concludeert dat dit niet wenselijk is, omdat het strijdt met de bezitseis van de BOR.
-
1891173
Deze belastinguitspraak betreft de vraag of verkrijgers van een uitkering uit een collectieve overlijdensrisicoverzekering kunnen stellen dat er niets aan het vermogen van de erflater is onttrokken. Het antwoord bevestigt dat de arbeidsrelatie en het sluiten van de verzekering invloed hebben op de onttrekking aan het vermogen.
-
1891174
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van het niet bedingen van een vergoedingsrecht bij de verkoop van grond onder voorbehoud van het recht van opstal. Het niet wegnemen van de opstallen door de ouders wordt gekwalificeerd als een schenking, wat invloed heeft op de schenk- en erfbelasting.
-
1891175
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat het wijzigen van huwelijkse voorwaarden, waarbij de echtgenoten bij echtscheiding recht hebben op toedeling van vermogen, wordt beschouwd als een schenking onder opschortende voorwaarde. De voorwaarden voor een gift zijn hierbij van toepassing, waarbij de voorwaarde vervuld wordt op het moment van echtscheiding.
-
1891176
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of de verkoop van een woning onder voorbehoud van een huurrecht aan een kind leidt tot een gift. De conclusie is dat er sprake is van een gift onder een last, waarbij de heffing plaatsvindt over het saldo van de waarde in verhuurde staat en de koopsom.
-
1891177
Deze belastinguitspraak behandelt de situatie waarin een schenking wordt herroepen en een nieuwe schenking wordt gedaan. Het besluit stelt dat de herroepen schenking voor fiscale doeleinden moet worden weggedacht, waardoor een beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling mogelijk is bij de tweede schenking.
-
1891178
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de aanspraak van A op toekomstige winsten na een aandelenemissie beperkt is, wat strijdig zou zijn met het voortzettingsvereiste van de bedrijfsopvolgingsregeling. De ruling concludeert dat de procentuele afname van A's aandeel leidt tot strijd met dit vereiste.
-
1891179
In deze uitspraak wordt behandeld of er sprake is van een schenking onder een last of voorwaarde. De ruling concludeert dat er een onvoorwaardelijke schenking van de aandelen is, waarbij de last pas in werking treedt bij vervreemding van de aandelen.
-
1891180
Deze belastinguitspraak behandelt de heffing van erfbelasting bij een legaat van een woning tegen inbreng van de waarde. De Hoge Raad bevestigt dat de WOZ-waarde moet worden gehanteerd, wat leidt tot een nihil waarde voor het legaat en een gelijke belastinggrondslag voor de erfgenaam.
-
1891181
Deze belastinguitspraak behandelt de toetsing van het bezitsvereiste bij de aankoop van deelnemingen of activa en passiva. Het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2016 wordt besproken, waarbij de toepassing van de BOR-faciliteiten wordt verduidelijkt. De uitspraak benadrukt dat de etikettering van activa niet automatisch leidt tot het voldoen aan het bezitsvereiste.
-
1891182
Deze belastinguitspraak behandelt de toetsing van het bezitsvereiste bij de uitbreiding van een onderneming door de aankoop van activa en passiva van een andere onderneming. Het besluit benadrukt dat het aangekochte gedeelte zelfstandig moet worden beoordeeld, ongeacht de aansluiting bij de bestaande onderneming.
-
1891183
Deze uitspraak behandelt de vraag of een schuldigerkenning bij leven van de schenker als een schenking ter zake des doods kan worden beschouwd. De rechter concludeert dat, vanwege het ontbreken van een notariële akte, er geen rechtens afdwingbare schuld is en dus schenkbelasting terecht is geheven.
-
1891184
Deze belastinguitspraak behandelt de berekening van de fictieve verkrijging bij het overlijden van de eerststervende van een echtpaar. Het besluit verduidelijkt dat de pensioenverplichting verandert van twee levens naar één leven, wat invloed heeft op de waardestijging van aandelen en de belastingheffing.
-
1891185
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de bezits- en voortzettingseis bij splitsingen onder een topholding. Het besluit verduidelijkt dat situaties van 'doorschuiven naar jezelf' niet leiden tot breuken in de vereisten, terwijl kruislings doorschuiven naar een ander dat wel doet.
-
1891187
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de BOR in het kader van de verdeling van ondernemingsvermogen na overlijden. De ruling verduidelijkt dat de faciliteit van art. 35f SW enkel van toepassing is bij wijziging in de gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen door een verdeling binnen twee jaar na overlijden.
-
1891189
In deze belastinguitspraak wordt de waardering van de overbedelingsschuld van de langstlevende bij het tweede overlijden behandeld. De ruling bevestigt dat deze waarde moet worden bepaald op basis van de civielrechtelijke waarde, los van de WOZ-waarde.
-
1891191
Deze belastinguitspraak behandelt de verrekening van opgeofferde bedragen en belastingbedragen. De ruling verduidelijkt de stappen die moeten worden gevolgd bij het berekenen van de verschuldigde belasting, inclusief de behandeling van rente over belastingbedragen uit het verleden.
-
1891192
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat een pand moet worden meegenomen bij de bepaling van de waarde van de objectieve onderneming voor de BOR, zelfs als het pand na splitsing niet wordt overgedragen. Dit is alleen van toepassing als het pand kwalificeert als ondernemingsvermogen volgens de relevante belastingregels.
-
1891193
Deze belastinguitspraak behandelt de berekening van de aftrekbare belastinglatentie in de BOR-rekenmodule bij een overnamesom. De ruling concludeert dat de overnamesom geen deel mag uitmaken van de omslagberekening voor de aftrekbare latentie.
-
1891197
Deze uitspraak behandelt de noodzaak van toestemming van de partner bij de omzetting van een pensioen in een oudedagsverplichting door de DGA. Het ontbreken van deze toestemming kan leiden tot schenkingsperikelen en een schending van de rechten van de partner volgens de WVPS.
-
1891198
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de wijziging in de Wet IB invloed heeft op de toepassing van het arrest van de Hoge Raad uit 1992 met betrekking tot nalatenschapschulden. De Hoge Raad concludeert dat er onder de huidige wetgeving geen leemte meer is en dat afrekenen de hoofdregel is.
-
1891200
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van een schenking onder opschortende voorwaarde voor de eigen woning. De ruling concludeert dat de vrijstelling voor 2017 niet van toepassing is vanwege de onvoorwaardelijkheidseis, maar dat een redelijke wetsuitleg kan leiden tot toepassing van de vrijstelling, mits aan andere voorwaarden wordt voldaan.
-
1891202
Deze belastinguitspraak behandelt de bezitseis voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in het geval van een tweetrapsmaking. Het besluit verduidelijkt dat de beoordeling van het bezitsvereiste moet plaatsvinden op het moment van overlijden van de insteller.
-
1891205
Deze uitspraak behandelt de civielrechtelijke uitleg van het begrip 'krachtens erfrecht' in het kader van een turboverdeling. De ruling stelt dat verkrijgingen uit de nalatenschap bij een turboverdeling civielrechtelijk als 'krachtens erfrecht' worden beschouwd.
-
1891205_1
Deze belastinguitspraak behandelt de civielrechtelijke uitleg van het begrip 'krachtens erfrecht' in het kader van een turboverdeling. Het besluit verduidelijkt dat verkrijgingen uit de nalatenschap via een turboverdeling civielrechtelijk als 'krachtens erfrecht' worden beschouwd.
-
1891207
Deze belastinguitspraak behandelt de verrekening van overdrachtsbelasting met schenkbelasting bij schenkingen vrij-van-recht. De ruling concludeert dat de berekening van het vrij-van-recht voordeel rekening moet houden met de verrekening van overdrachtsbelasting, wat leidt tot een lagere schenkbelasting.
-
1891209
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de consolidatieregel in combinatie met de bezitseis binnen de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet 1956. Het document concludeert dat de consolidatiemethode een ruimere toepassing van de regeling mogelijk maakt, mits de bezitseis wordt gerespecteerd.
-
1891210
Dit document behandelt de vereisten voor vastleggingen in het kader van het premiesplitsingsbesluit in het digitale tijdperk. Het benadrukt dat een fysiek ondertekend formulier noodzakelijk blijft, maar dat uploaden van een ondertekend document ook voldoet aan de eisen.
-
1891212
In deze uitspraak wordt behandeld of er sprake is van een schenking wanneer de schadeplichtige niet verarmt. De conclusie is dat er geen schenking is, omdat de vereisten van verarming en vrijgevigheid ontbreken.
-
1891397
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of gewone aandelen die korter dan de bezitseis worden gehouden, kwalificeren voor de BOR bij omzetting van preferente aandelen. Het antwoord is negatief, hoewel er versoepelingen in de bezitseis bestaan volgens de Uitvoeringsregeling Schenk- en erfbelasting.
-
1891398
Deze belastinguitspraak behandelt de heffing van schenkbelasting wanneer de verarming van de schenker niet gelijk is aan de verrijking van de begiftigde. Het benadrukt dat een schenking alleen bestaat als aan drie cumulatieve vereisten is voldaan: verarming, verrijking en vrijgevigheid.
-
1891401
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van vrijgevigheid wanneer een kind zijn ouder ondersteunt. Het antwoord is afhankelijk van de specifieke omstandigheden, waarbij zowel de behoefte van de ouder als de mogelijkheden van het kind in overweging moeten worden genomen.
-
1891402
Deze uitspraak behandelt de vraag of een maandelijkse schenking van een ouder aan een kind als een periodieke gift kan worden aangemerkt. Het antwoord bevestigt dat dit het geval is en legt uit hoe de leeftijdsgrens voor de vrijstelling wordt toegepast.
-
1891403
Deze belastinguitspraak behandelt de kwalificatie van ‘foute’ cum prefs voor de BOR in het licht van de wetswijziging van 1 juli 2016. Het besluit concludeert dat, ondanks de wijziging, eerdere verkrijgingen van dergelijke aandelen onder bepaalde voorwaarden nog steeds voor de BOR in aanmerking kunnen komen.
-
1891404
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een schuldigerkenning uit vrijgevigheid kan worden beschouwd als een schenking ter zake des doods, vooral wanneer de begiftigde het bedrag kan opeisen bij opname in een verzorgingshuis. De ruling concludeert dat er twijfel bestaat over deze classificatie, afhankelijk van de omstandigheden van de schenking.
-
1891406
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 30 SW in het geval van verwerping van een erfdeel door een kind, dat vervolgens door een kleinkind wordt verkregen. De ruling concludeert dat de erfbelasting niet vermindert door verwerping en dat het meest gunstige scenario voor de betrokken partijen moet worden gevolgd.