1891196

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag wanneer er sprake is van 'een ander' bij de uitreiking van nieuwe gewone aandelen in het kader van de omzetting van oude aandelen in cum prefs. De ruling concludeert dat de schenker of erflater zelf niet als 'ander' wordt beschouwd, maar dat een door hem beheerste rechtspersoon dit wel kan zijn, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1891196**

Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Postbus 18500
3501 CM Utrecht
Datum: 14 februari 2017
Behandelaar: Uw kenmerk
Per email
Kenmerk: KGSW17.0003

**Betreft:** Successiewet.

Geachte mevrouw/heer,

Recent heeft u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

**Vraag**
Wanneer is sprake van ‘een ander’ bij het uitreiken van nieuwe gewone aandelen bij een omzetting van oude gewone aandelen in cum prefs?

**Casus**
Vader is al jaren enig aandeelhouder van V BV. V BV is al jaren enig aandeelhouder van Werk BV. Werk BV drijft al jaren een onderneming. In 2010 worden de gewone aandelen van V BV in Werk BV omgezet in cum prefs. Daarbij worden er 100 nieuwe aandelen uitgereikt, 25 aan V BV en 75 aan Z BV. De enig aandeelhouder van Z BV is een kind van vader. In 2016 schenkt vader ‘onderlangs’ alle cum prefs van V BV in Werk BV aan Z BV.

**Antwoord**
Omdat sprake is van een verkrijging ‘onderlangs’ bestaat de verkrijging uit de cum prefs in Werk BV. Op de verkrijging van deze cum prefs is art. 35c, vierde lid, SW van toepassing. Daar is onder meer vereist dat sprake is van omzetting van aandelen in cum prefs waarbij nieuwe aandelen worden toegekend aan een ‘ander’. Wanneer dat niet het geval is, is er immers geen sprake van een in gang gezette gefaseerde bedrijfsopvolging, die beoogd is te faciliteren.

Het antwoord hierop luidt dat in artikel 35c, vierde lid alleen de in de praktijk veelvuldig voorkomende grondvorm van gefaseerde bedrijfsopvolging is geregeld. Daarom is een ‘ander’ niet: de persoon van de schenker of erflater, maar naar het oordeel van de kennisgroep ook niet een door hem beheerste rechtspersoon. Hier zijn 75 aandelen uitgereikt aan Z BV. Dit is een ander, bovendien is meer dan 5% van het nieuwe gewone aandelenkapitaal aan een ander uitgereikt. Deze aandelen vormen het landingsplatform. Wanneer vader al zijn cum prefs schenkt aan Z BV, is op al die cum prefs de BOR van toepassing. Er zijn ook 25 aandelen uitgereikt aan V BV. Dit is de door vader beheerste BV, en dus geen ander. Deze aandelen vormen geen landingsplatform, en worden dat ook niet wanneer vader ze overdraagt aan een ander kind, D. Indien vader dan later de cum prefs ieder voor de helft schenkt aan Z BV en aan D, is alleen op de schenking aan Z BV de BOR van toepassing?

**Toelichting**
Het grondpatroon van de BOR-gefacilieerde verkrijging van cum prefs is de gefaseerde bedrijfsoverdracht. De cum prefs vormen een tussenfase in de bedrijfsopvolging. De BOR ziet alleen op de cum prefs die het gevolg zijn van omzetting van gewone aandelen, waarbij nieuwe gewone aandelen worden uitgereikt aan een ander, en die cum prefs terechtkomen bij de houder van de bij de omzetting toegekende nieuwe gewone aandelen. De nieuwe gewone aandelen vormen het ‘landingsplatform’. Deze aandelen vormen het entreebewijs voor toepassing van de BOR, niet van belang is wie de houder van het entreebewijs is.

De BOR kent een regeling voor directe cum prefs in art. 35c, vierde lid, en een regeling voor indirecte cum prefs in art. 8, derde lid URSE. De eisen gesteld aan indirect gehouden cum prefs zijn gegeven als een verbijzondering van de toerekenregel. In een ‘normaal’ geval van vererving, behoren tot de nalatenschap de aandelen in de holding (V BV). Om de BOR toch van toepassing te laten zijn, kent de wet een toerekenregel waarbij de activa en passiva van Werk BV aan V BV worden toegerekend. Deze toerekenregel kent voor (indirecte) cum prefs een aantal aanvullende voorwaarden in art. 8 URSE. Dat art. 8 herhaalt de voorwaarden zoals die gelden bij directe cum prefs. Kortom: de voorwaarden gesteld aan indirecte cum prefs staan in de sleutel van de toerekenregel.

Er is hier sprake van schenking ‘onderlangs’ van de cum prefs in Werk BV. De cum prefs zijn het object van schenking. Omdat sprake is van een verkrijging onderlangs, is de toerekenregel niet van toepassing, zodat niet wordt toegekomen aan art. 8 URSE. Meer wetssystematisch: omdat de verkrijging bestaat uit cum prefs, is art. 35c, vierde lid van toepassing, en blijft art. 35c, vijfde lid (de toerekenregel) op basis van volgorde uit de wet buiten toepassing.

Art. 35c, vierde lid, SW dient overigens gelezen te worden in het licht van de schenking onderlangs. Zo dient ‘eerder door de erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen’ te worden opgevat als ‘eerder door de PH van erflater of schenker gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen’.

Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,
5.1.2e

* Wanneer Z BV een aantal ‘platform’-aandelen verkoopt aan D, kan D vervolgens wel met toepassing van de BOR cum prefs van vader verkrijgen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *