1891188

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de verkrijging van juridische en economische eigendom van een NSW-landgoed in aanmerking komt voor de faciliteiten van de Natuurschoonwet. Het antwoord stelt dat alleen volledige eigenaarschap recht geeft op deze faciliteiten, en dat economische eigenaars niet kunnen rangschikken onder de NSW.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Postbus 18500
3501 CM Utrecht
Datum: 16 september 2016
Doorkiesnummer:
per email
Uw kenmerk:
Kenmerk: KGSW16.0021

Betreft: Natuurschoonwet. Verkrijging van juridische eigendom tegelijk met een participatie houdende de economische eigendom van een landgoed.

Geachte mevrouw/heer,

Recent heeft u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

**Vraag**
Kan de verkrijging van de juridische eigendom in een deel van een NSW-landgoed tegelijk met de verkrijging van een participatie in een —voor de IB transparant— besloten fonds voor gemene rekening (FGR) dat de economische eigendom van dat landgoed heeft, in aanmerking komen voor de faciliteiten van de NSW voor de schenk-, erf- en overdrachtsbelasting, en is de faciliteit van art. 5.7 NSW van toepassing?

**Antwoord**
De faciliteiten van de NSW zijn van toepassing indien een voor die wet gerangschikt landgoed wordt verkregen. Een landgoed wordt op verzoek van de eigenaar als zodanig gerangschikt. De NSW sluit voor het begrip eigenaar aan bij degene die de volle eigendom van het landgoed heeft, alsmede de vruchtgebruiker en onder voorwaarden de erfpachter. Een economische eigenaar kan zijn bezit niet rangschikken onder de NSW. Indien een volle eigenaar de economische eigendom van zijn landgoed binnen de instandhoudingstermijn vervreemdt, worden de faciliteiten van de NSW ingetrokken (art. 8a, tweede lid, NSW). Iemand dient derhalve volledig en goederenrechtelijk bij een landgoed betrokken te zijn om de faciliteiten deelachtig te kunnen worden. De Natuurschoonwet gaat over natuur, en een contract waardoor men een economisch belang bij natuur heeft, is zelf geen natuur (maar een juridische cultuur-uiting).

Indien iemand van een landgoed voor 100% de juridische eigendom heeft, en voor de helft daarvan ook de economische eigendom, dan is hij eigenaar van de volle eigendom van het halve landgoed (en kan voor dat deel rangschikking verkrijgen) en voor de andere helft juridisch eigenaar, waarvoor hij uitgesloten is van rangschikking. Iemand kan naar spraakgebruik niet zowel economisch als juridisch eigenaar zijn van hetzelfde (deel van een) goed. In een dergelijk geval wordt voor het samenvallende deel gesproken van volle eigendom (magneetwerking).

Een besloten fonds voor gemene rekening is een fiscale vinding, en geen lichaam naar civiel recht. Men spreekt civielrechtelijk van een onbenoemd contract met een afgescheiden vermogen. Voor gemene rekening houdt in dat de inleg van de deelgerechtigden niet individueel traceerbaar is. De vraag is of wanneer iemand voor 20% juridisch eigenaar is van een landgoed en voor 30% gerechtigd is in een FGR dat de economische eigendom van het landgoed heeft, er dan eveneens sprake is van de magneetwerking, zodat de betrokkene voor 20% vol eigenaar is. Omdat een FGR een afgescheiden vermogen heeft, is niet zeker dat er sprake is van deze ‘magneetwerking’. Daarom moet het er voor worden gehouden dat daar geen sprake van is.

Ergo, in dit geval staat niet vast dat de deelgerechtigde in de FGR, een ‘eigenaar’ in de zin van de NSW is. Voor zijn indirecte aandeel in de economische eigendom is dan geen rangschikking onder de NSW mogelijk.

**Terzijde**
De NSW is geen fiscale wet, maar probeert haar doelstelling (behoud van natuurschoon) te bereiken door de eigenaar met fiscale faciliteiten te verleiden tot het rangschikken van het landgoed onder de NSW. Wanneer men niet kwalificeert voor het eigenaarsbegrip van de NSW, blijven alle faciliteiten buiten toepassing. Zowel die direct uit de NSW zelf voortvloeien als die welke uit wetten die naar de NSW verwijzen.

Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,

§.1.2e
‘ Stel A is juridische eigenaar van landgoed X. B is de economische eigenaar. B overlijdt, en A is voor 1/3 erfgenaam van B. De nalatenschap is nog niet verdeeld. Een nalatenschap is een afgescheiden vermogen. Is A nu voor 1/3 vol eigenaar? Ik denk dat de reactie is: kom volgend jaar maar terug wanneer de verdeling is geweest.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *