AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de heffing van erfbelasting bij een legaat van een woning tegen inbreng van de waarde. De Hoge Raad bevestigt dat de WOZ-waarde moet worden gehanteerd, wat leidt tot een nihil waarde voor het legaat en een gelijke belastinggrondslag voor de erfgenaam.
Kennisgroepstandpunt
Waardering. WOZ-waarde bij legaat tegen inbreng (KGSW16.0009)
Vraag:
Hoe verloopt de heffing van erfbelasting ingeval een woning wordt gelegateerd tegen inbreng van de waarde, en de WOZ-waarde van die woning afwijkt van de waarde in het economische verkeer (WIEV)?
Casus:
Erflater legateert zijn huis, tegen inbreng van de waarde, aan A en benoemt B tot enig erfgenaam. De woning is het enige vermogensbestanddeel van de nalatenschap. De WOZ-waarde van het huis is 100, de WIEV is 80.
Antwoord:
Voor de Successiewet heeft het huis een waarde van 100, zodat de inbrengsom van de waarde ook 100 is. In de casus leidt dit ertoe dat A een woning krijgt met een successiewettelijke waarde van 100, waarop in mindering komt de inbrengverplichting van 100. Per saldo is de waarde van het legaat voor toepassing van de Successiewet dus nihil. De verkrijging van erfgenaam B wordt bepaald op de successiewettelijke inbrengsom, derhalve over 100. De last bij de legataris en de vordering bij de erfgenaam worden derhalve op hetzelfde bedrag gesteld! De Hoge Raad overweegt “de waarderingsmaatstaf ook moet worden toegepast voor zover de omvang van de legaten afhankelijk is van de waarde van de woning”. Dat betrof een casus waarin de legataris een vordering in geld verkreeg, ter grootte van 10% van de nalatenschap. De omvang van de nalatenschap werd gesteld op een bedrag waarin de woning was gesteld op de successiewettelijke waarde (WOZ-waarde). Anders gezegd: ook al verkrijgt iemand niet de woning, dan kan de verkrijging worden toch bepaald met toepassing van het waarderingsvoorschrift van de WOZ-waarde.
Toelichting:
De Successiewet hanteert voor een woning de WOZ-waarde. Bij een legaat van het huis tegen inbreng is de vraag: wie wordt belast voor het verschil tussen de WIEV en de hogere WOZ-waarde? De Hoge Raad hanteerde reeds bij het arrest BNB 1996/70 het uitgangspunt dat actief en passief op een gelijk bedrag moeten worden gesteld. Dat geldt aan de actiefkant bij een ouderlijke boedelverdeling of wettelijke verdeling voor zowel het huis (bij de langstlevende) als voor de onderbedelingsvordering (de kinderen). Aan de passiefkant geldt dat de overbedelingsschuld van de langstlevende aan de kinderen op hetzelfde bedrag wordt gesteld als de onderbedelingsvordering van de kinderen. Deze systematiek wordt ook toegepast bij de inbrengsom. De arresten zijn in de literatuur niet enthousiast ontvangen (zie noot van Van Vijfeijken bij BNB 1996/70 en 2016/54 en Vrenegoor in NTFR 2106/392). De Belastingdienst kan echter niet anders dan de Hoge Raad volgen. Wanneer er bezwaren komen tegen de aldus opgelegde aanslagen, graag bespreken met een lokaal kennisgroeplid.
Terzijde:
Het waarderen met toepassing van de WOZ-waarde voor een woning, geldt alleen voor de actuele nalatenschap. Wanneer tot die nalatenschap bijvoorbeeld een schuld hoort wegens het overlijden van de eerststervende partner, geldt voor die schuld niet het dwingende waarderingsvoorschrift van de WOZ-waarde.
Geef een reactie