AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat het wijzigen van huwelijkse voorwaarden, waarbij de echtgenoten bij echtscheiding recht hebben op toedeling van vermogen, wordt beschouwd als een schenking onder opschortende voorwaarde. De voorwaarden voor een gift zijn hierbij van toepassing, waarbij de voorwaarde vervuld wordt op het moment van echtscheiding.
Kennisgroepstandpunt
Giftbegrip. Wijziging huwelijkse voorwaarden soms schenking onder opschortende voorwaarde (KGSW16.0002)
Vraag:
M en V zijn getrouwd in koude uitsluiting (maar met een periodiek verrekenbeding van inkomsten). Zij maken nieuwe huwelijkse voorwaarden inhoudende: 1) wettelijke gemeenschap van goederen, maar 2) bij echtscheiding heeft ieder echter recht op toedeling om niet van het vermogen dat van zijn of haar kant in de gemeenschap is gevallen (incl. vruchten en zaaksvervanging). Is het wijzigen van huwelijkse voorwaarden een schenking onder de opschortende voorwaarde van echtscheiding?
Antwoord:
Er is bij het maken van de nieuwe huwelijkse voorwaarden sprake van een schenking onder opschortende voorwaarde.
Toelichting:
Het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) stelt aan een gift de eisen van verarming, verrijking en een bevoordelingsbedoeling. Aan deze drie vereisten moet op één moment zijn voldaan, het moment van de rechtshandeling (zie HR 30 maart 2007, BNB 2007/181). Dat geldt civiel, en omdat voor de schenkbelasting bij het BW wordt aangesloten, ook fiscaal (zie art. 1, zevende lid, SW). Alleen voor het heffingsmoment geldt voor de schenkbelasting een bijzondere bepaling: namelijk dat bij een gift onder een opschortende voorwaarde deze voor toepassing van de SW wordt geacht tot stand te komen op het moment van het vervullen van de voorwaarde (art. 1, negende lid, SW).
Er zijn dus twee vragen van belang: 1) is er sprake van een gift onder opschortende voorwaarde, en zo ja 2) wanneer is de voorwaarde vervuld. Het staande huwelijk invoeren van het regime van wettelijke gemeenschap van goederen, is geen gift (zie HR 28 januari 1959, PW 17002). In dit geval sluiten de echtelieden de werking van het wettelijke regime uit voor het geval hun huwelijk eindigt door echtscheiding (dan heeft ieder recht op toedeling van het vermogen dat ten tijde van de wijziging van ieder van hen was). Wanneer de echtelieden een dergelijke bepaling opnemen in hun huwelijkse voorwaarden doet zich een gift voor. De ene echtgenoot geeft bij het aangaan van dergelijke huwelijkse voorwaarden immers voorwaardelijk zijn of haar rechten op de helft van de huwelijksgemeenschap op bij scheiding en verarmt derhalve. Op het moment van de rechtshandeling is derhalve sprake van een gift, ook al weet men dan nog niet welk van de toekomstscenario’s werkelijkheid wordt. Aangezien sprake is van een gift, is de vraag of deze onder een opschortende voorwaarde is gedaan. Dit is het geval, waarbij de voorwaarde vervuld wordt op het moment van echtscheiding.
Geef een reactie