1891169

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt onderzocht of een lening van A aan B, die feitelijk als een gift kan worden gekwalificeerd, leidt tot een belastbare gift voor de schenkbelasting. Het oordeel is dat wanneer A zich bewust is van de kans dat de lening niet terugbetaald zal worden, dit als een gift kan worden aangemerkt.

Kennisgroepstandpunt

Giftbegrip. Lening aan een ‘bodemloze put’ (KGSW15.0018)

Vraag:
[67 Awr | A en | 67 Awr | B zijn partners (s.o.k., geen verrekenbeding, geen gemeenschappelijk vermogen). A heeft een succesvolle onderneming, B heeft een zwaar verlieslijdend winkeltje | 67 Awr |.
Om de verliezen van de onderneming te dekken leent A telkenjare bedragen uit aan B. Op de bankafschriften ter zake staat steeds vermeld: ‘lening’. Er is geen aflossingsschema en geen rente overeengekomen. Is sprake van een belastbare gift voor de schenkbelasting?

Antwoord:
Er is sprake van een belastbaar feit voor de schenkbelasting, indien er een gift als bedoeld in art. 7:186, tweede lid, BW aan de orde is. Dat komt neer op verarming, verrijking en vrijgevigheid (waarvan men zich bewust is).

Wanneer A zich er bewust van is dat hij geld uitleent aan een bodemloze put, boekt hij de verstrekte lening direct af tot op nihil. Als dat aan de orde is, vormt de omschrijving ‘lening’ een schijnhandeling. Er is feitelijk sprake van een andersoortige rechtshandeling waarbij op zoek gegaan moet worden of dit gekwalificeerd kan worden als een gift.

In een dergelijk geval verarmt A, verrijkt B en is sprake van vrijgevigheid. Immers: als A weet dat de lening schijn is, wil A dat B verrijkt omdat hij accepteert dat hij het betaalde bedrag kwijt is. Dat vindt plaats op één en hetzelfde moment. Omdat geen sprake is van een lening, hoeft er ook geen waardering van de vordering van A op B plaats te vinden. A verarmt met het betaalde bedrag; en B verrijkt met een gelijk bedrag.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *