1891168

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt behandeld of het niet bedingen van het voordeel van art. 13 WBR door een verkoper in de familiesfeer kan worden aangemerkt als een gift. De conclusie is dat dit niet het geval is, omdat er geen verarming bij de verkoper en geen verrijking bij de koper plaatsvindt.

Kennisgroepstandpunt

Kantoor Utrecht
Kennisgroep Successiewet
Postbus 18500
3501 CM Utrecht

Datum: [GEANONIMISEERD]
Doorkiesnummer: [GEANONIMISEERD]
Uw kenmerk: KGSW 15.0015

Betreft: Successiewet. Niet bedingen voordeel art. 13 WBR in familiesfeer, gift?

Geachte mevrouw/heer,

Recent heeft u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

**Vraag**
Is het niet bedingen van het voordeel van art. 13 WBR door verkoper in de familiesfeer een gift?

**Casus**
X verkoopt zijn huis aan A. A verkoopt dit binnen 36 maanden (van 1 september 2012 tot 1 januari 2015 gold deze termijn) door aan zijn kind, B. Door A wordt echter niet bedingen, hetgeen doorgaans wel gebruikelijk is, dat het voordeel van art. 13 WBR door B aan A wordt vergoed.

**Antwoord**
Het niet bedingen van het voordeel van art. 13 WBR door verkoper in de familiesfeer is geen gift omdat er geen sprake is van verarming bij de verkoper en geen verrijking bij de koper.

**Toelichting**
In art. 7:186 lid 2 BW is met betrekking tot een gift het volgende bepaald:
Als gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. Zolang degene tot wiens verrijking de handeling strekt, de prestatie niet heeft ontvangen, noch daarop aanspraak kan maken, worden handelingen als bedoeld in de eerste volzin niet beschouwd als gift.
Er dient derhalve sprake te zijn van verarming, verrijking en van een bevoordelingsbedoeling.

**Verarming**
Art. 13 lid 1 WBR bepaalt het volgende:
In geval van verkrijging binnen zes maanden na een vorige verkrijging van dezelfde goederen door een ander wordt de waarde verminderd met het bedrag waarover ter zake van de vorige verkrijging was verschuldigd hetzij overdrachtsbelasting welke niet in mindering heeft gestrekt van schenk- of erfbelasting, hetzij omzetbelasting welke in het geheel niet op grond van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kon worden gebracht.
Op grond van dit artikel kan de koper vermindering van overdrachtsbelasting vragen.
Over het algemeen is het gangbaar dat koper en verkoper afspreken dat de koper het voordeel van art. 13 WBR, wat hij anders had moeten betalen, aan verkoper vergoedt. Dit was met name in het verleden de standaardpraktijk. Gezien de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt de afgelopen jaren is dit minder vanzelfsprekend geworden.
In dit geval bedingt de koper dit voordeel zelf en wordt dit niet, zoals gangbaar was, door verkoper bij de koopovereenkomst bedongen. De vraag met betrekking tot verarming is nu of een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt is. Om van verarming bij de verkoper te kunnen spreken zou de koper verrijkt moeten zijn ten koste van het eigen vermogen van de verkoper. Dat is in casu niet het geval. Algemeen gezien kan verkoper het voordeel wellicht bedingen maar dit houdt niet zonder meer in dat dit voordeel dan ook tot zijn eigen vermogen zou behoren. Verkoper verarmt derhalve niet want je kan immers niet verarmen met iets dat nooit tot je vermogen behoort heeft!

**Verrijking**
Wanneer een koper een huis koopt, moet hij overdrachtsbelasting betalen. Volgens art. 13 WBR hoeft de koper geen overdrachtsbelasting te betalen wanneer een huis binnen 36 maanden (door)verkocht wordt. De koper hoeft volgens de wet derhalve geen overdrachtsbelasting te betalen hetgeen in casu ook het geval is. Er is geen sprake van verrijking. Dat dit belastingvoordeel in het algemeen meestal naar de verkoper gaat, doet daar niets aan af.
NB Sinds 1 januari 2015 bedraagt de termijn weer zes maanden in plaats van 36 maanden. De overdrachtstijd wordt daardoor korter.
Wanneer sprake is van fraus legis (bijvoorbeeld wanneer duidelijk is dat sprake is van een constructie die enkel en alleen dient ter bevoordeling van de begiftigde en ter besparing van overdrachtsbelasting) dan komt men in de schenkingssfeer.

Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,

[GEANONIMISEERD]
1 Hoge Raad 26 februari 1986, BNB 1986/162.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *