AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het onttrekken van vermogen onder een statutaire vermogensklem kan worden aangemerkt als een schenking. De conclusie is dat, hoewel het afschudden van de vermogensklem niet eenvoudig is, er mogelijk sprake is van een schenking indien de transactie als vrijgevig kan worden aangemerkt.
Kennisgroepstandpunt
Kantoor Utrecht
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer
Postbus 18500
3501 CM Utrecht
Datum
Buiten verzoek
Behandelaar
5.1.2e
Uw kenmerk
5.1.2e
Per email.
Kenmerk
KGSW 15.0011
Betreft
Successiewet. Giftbegrip. Geld onttrekken aan een statutaire vermogensklem ex art. 2:18 BW.
Geachte mevrouw/heer,
Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.
**Vraag**
Vormt het onttrekken van vermogen dat is onderworpen aan een statutaire vermogensklem van art. 2:18 BW, voor andere doeleinden dan waarvoor die klem geldt, een schenking en zo ja van wie aan wie.
**Casus**
Stichting X vormt zich in 2006 om tot BV Y. Daarbij ligt op een deel van het vermogen van de BV een vermogensklem als bedoeld in art. 2:18 BW. A en B zijn middellijk aandeelhouders van BV Y.
Een 100% dochter van BV Y splitst € 6 mio in contanten af naar Geldzak BV. BV Y verkoopt de aandelen Geldzak BV tegen schuldig blijven van de koopsom (6 mio), aan de persoonlijke houdsters van A en B. Deze persoonlijke houdsters verkopen hun aandelen BV Y aan Stichting G, tegen schuldig blijven van de koopsom (ook 6 mio). Stichting G fuseert (als verkrijgende rechtspersoon) met BV Y.
Voor de casus, zie bijgaande beschrijving van de vraagsteller.
**Antwoord**
Er is geen sprake van het afschudden van de vermogensklem. Wanneer het afschudden van de vermogensklem wel zou lukken is het de vraag of dat geschiedt uit vrijgevigheid en van welke, verarmende partij, dan. In de veelheid van rechtshandelingen lijkt het er wel op dat stichting G tegen een prijs boven de waarde de aandelen in BV Y koopt. Dat kan, gezien het samenstel en de samenhang van rechtshandelingen, een schenking vormen.
**Toelichting**
*Afschudden vermogensklem*
Het is lastig het afschudden van de vermogensklem onder de schenkbelasting te vangen.
Dat het liften van de vermogensklem nog niet zo eenvoudig is, mag blijken uit het volgende.
De vermogensklem rust in aanvang op BV Y. BV Y is enig aandeelhouder van Geldzak BV. Op grond van art. 2:18, zesde lid BW bevatten de statuten van BV Y een bepaling hierover. Op de balans van BV Y staat:
Activa | Statutaire reserve art. 2:18 BW | Eigen vermogen
BV Y verkoopt de aandelen Geldzak BV aan de persoonlijke houdsters van A en B, tegen schuldigerkenning. BV Y boekt:
Vordering op PH’s A en B
Aan Aandelenbezit in Geldzak BV
De persoonlijke houdsters van A en B verkopen hun aandelen BV Y aan Stichting G tegen schuldigerkenning. Stichting G boekt:
Aandelenbezit in BV Y
Aan schuld aan PH’s A en B
Dan fuseert Stichting G met BV Y. Stichting G is de verkrijgende rechtspersoon. Op de fusiebalans van stichting G staat:
Vordering PH’s A en B (vanuit BV Y) 6 | Schuld aan P.H.’s A en B (van zichzelf) 6 | Statutaire reserve 2:18 BW (van BV Y)
Door vermenging vallen de vordering op— en schuld aan— de PH’s A en B tegen elkaar weg. Dat raakt echter in boekhoudkundige zin niet de statutaire reserve (de vermogensklem). Daarnaast bepaalt de tweede volzin van art. 2:18, zesde lid BW dat de statutaire reserve overgaat bij fusie of splitsing. De vermogensklem blijft, in ieder geval juridisch en nominaal, in stand.
**Overige schenkingsaspecten**
De houdsters van A en B kopen Geldzak BV tegen een schuld aan BV Y van 6 mio. Zij verkopen hun aandelen in BV Y aan Stichting G tegen een vordering, ook 6 mio. De houdsters A en B strepen vordering en schuld tegen elkaar weg. Door de fusie van BV Y en stichting G met elkaar, vallen bij de gefuseerde rechtspersoon deze vordering en schuld tegen elkaar weg.
De houdsters hebben nu de aandelen Geldzak BV, met daarin 6 mio in contanten. Zij hebben dat betaald met de verkoop van hun aandelen in BV Y, ook voor 6 mio. Die koopsom heeft geen relatie met de waarde van de verkochte aandelen. Daardoor verarmt de ene en verrijkt de andere partij. Uit verder onderzoek ten aanzien van de verwevenheid van rechtshandelingen en betrokken (rechts)personen zou kunnen blijken dat ook is voldaan aan het vereiste van vrijgevigheid. Alsdan is sprake van een schenking.
Hoogachtend,
Namens de Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet,
Geef een reactie