AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het betalen van studiekosten en levensonderhoud voor kinderen als een schenking kan worden beschouwd. Voor kinderen tot 21 jaar geldt dat ouders verplicht zijn deze kosten te dekken zonder dat dit als gift wordt aangemerkt. Voor kinderen vanaf 21 jaar vervalt deze verplichting, en betalingen worden doorgaans niet als vrijgevigheid gezien.
Kennisgroepstandpunt
Giftbegrip. Is het betalen van studiekosten voor een kind, een gift door de ouder (KGSW 15.0002).
Vraag:
In hoeverre is het betalen van levensonderhoud en studiekosten voor een kind, een schenking.
Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag moet een onderscheid worden gemaakt tussen de betaling aan minderjarige, jong meerderjarige (tot 21 jaar) en meerderjarige kinderen (vanaf 21 jaar). Kort geleden is de vraag gesteld in hoeverre het betalen van levensonderhoud en studiekosten voor een kind, een schenking is. Voor het antwoord op deze vraag moet een onderscheid worden gemaakt tussen de betaling aan minderjarige, jong meerderjarige (tot 21 jaar) en meerderjarige kinderen (vanaf 21 jaar).
Kinderen tot 21 jaar:
Onderhoudsverplichtingen voor ouders, waaronder de verplichting tot het dragen van de kosten van een studie, zijn geregeld in titel 17 van boek I BW. Deze verplichting geldt ongeacht de behoeftigheid van het kind, zolang dit minderjarig is (art. 1: 392 BW). De verplichting loopt op grond van art. 1: 395a BW na de meerderjarigheid (18e verjaardag) door tot de 21e verjaardag. Als de ouder op grond van deze onderhoudsverplichting het levensonderhoud en de studiekosten van een kind betaalt, is er geen sprake van vrijgevigheid. Er is dan geen gift. NB De mogelijkheid van een lening (studiefinanciering) ontslaat de ouder niet van de onderhoudsplicht (zie HR 13 maart 1992, NJ 1992, 374).
Kinderen vanaf 21 jaar:
Na de 21e verjaardag van een kind, heeft de ouder niet langer de plicht tot het verschaffen van levensonderhoud / studiekosten aan het kind. In reguliere gevallen (geen bovenmatige studietoelage, behoeftigheid bij het kind, gegoedheid van de ouders en voldoende studievoortgang bij het kind*) is het voortzetten door de ouders van het betalen van levensonderhoud en studiekosten van een voor de 21e verjaardag aangevangen studie, doorgaans niet belast zijn. De ouder voldoet dan —in het algemeen gesproken- aan de morele verplichtingen verbonden aan het hebben en opvoeden van kinderen. Er is alsdan geen vrijgevigheid en dus geen gift.
*De feitelijke beoordeling van deze omstandigheden is voorbehouden aan de inspecteur.
Geef een reactie