1856394

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het bezitsvereiste voor fiscale eenheid wordt voldaan wanneer aandelen in een dochtermaatschappij worden gehouden door een transparante of hybride entiteit. Het besluit stelt dat een fiscale eenheid kan worden gevormd met een transparant lichaam, maar niet met een hybride entiteit.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1856394**

**Zoekresultaten: Transparante of hybride entiteiten als tussenhoudster binnen fiscale eenheid**

**Vraag**
Wordt voldaan aan het bezitsvereiste van art. 15 Wet Vpb als de aandelen in een dochtermaatschappij worden gehouden door een transparante dan wel een hybride entiteit?

**Antwoord**
Vanaf december 2016 is in de wettekst opgenomen dat de moedermaatschappij de gehele juridische en economische eigendom van minimaal 95% van de aandelen moet bezitten. In geval van een hybride entiteit heeft die desbetreffende entiteit het civielrechtelijke en daarmee juridische eigendom en kan er geen fiscale eenheid gevormd worden. In geval van een transparant lichaam berust het juridische eigendom van de aandelen bij de aandeelhouders van het transparant lichaam en kan dus wel een fiscale eenheid gevormd worden.

**Toelichting**
Dat de aandelen in een dochtermaatschappij niet rechtstreeks door de moedermaatschappij worden gehouden, maar via een transparante entiteit, hoeft geen beletsel te zijn voor de fiscale eenheid. Door de fiscale transparantie wordt de economische eigendom toegerekend aan de moedermaatschappij. Te denken valt aan de vennootschap onder firma naar Nederlands recht. Wel moet de moedermaatschappij zelf de juridisch eigenaar zijn van de aandelen in de dochtermaatschappij; dit vereiste wordt namelijk civielrechtelijk geduid. Bij hybride entiteiten in dit verband, aan te duiden als rechtsvormen die vanuit Nederlands perspectief fiscaal transparant zijn, maar die civielrechtelijk zelf de eigendom hebben van de aandelen in de dochtermaatschappij, wordt hieraan niet voldaan en kan een fiscale eenheid niet tot stand komen of in stand blijven. Te denken valt daarbij aan de Spaanse Sociedad Colectiva, de VOF naar Belgisch recht en de Franse SNC. Het belang van deze discussie schuilt ten eerste in de gewenste duidelijkheid over de formele vereisten voor de fiscale eenheid en ten tweede in de omstandigheid dat het tussenschuiven van buitenlandse hybride entiteiten de mogelijkheid van het creëren van double dips in internationaal verband vergroot. Gelieve over casuïstiek waarbij hybride entiteiten worden gebruikt als tussenschakel in een fiscale eenheid contact op te nemen met de kennisgroep fusies en fiscale eenheden.

Bovenstaand standpunt met betrekking tot transparante of hybride entiteiten geldt eveneens in Papillon-achtige situaties.

**Registratienummer**: K11 032 003 herzien maart 2020
**Publicatiedatum**: 19-03-2020
**Geldigheidsperiode**:
**Kennisgroep**: Fusies en Fiscale Eenheid
**Categorie**: Fiscale eenheid
**Rubriek**: Internationale aspecten

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *