1856360

AI-samenvatting

Deze uitspraak behandelt de verrekening van voorvoegingsverliezen van een moedermaatschappij na een fusie binnen een fiscale eenheid. Het besluit stelt dat deze verliezen niet verrekend kunnen worden met de vrijvalwinst van een dochtermaatschappij, conform artikel 15ag Wet Vpb.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1856360**

**Juridische fusie binnen FE met enkel achterblijvende moeder en verliesverrekening**

**Vraag**
Op 30 september 2015 verwerft de aandelen in D2. Per gelijke datum wordt D2 gevoegd in de bestaande fiscale eenheid bestaande uit D1. D1 en D2 fuseren vervolgens in 2015 binnen de fiscale eenheid. In de aangifte vennootschapsbelasting 2015 wordt verzocht om toepassing van artikel 18 van het Besluit fiscale eenheid 2003 (hierna BFE), op grond waarvan de fiscale eenheid in stand blijft. D2 had een HIR gevormd ter grootte van min [GEANONIMISEERD] die voor min vrijvalt in de FE-periode. Het restant is vrijgevallen vóór voeging. Het positieve resultaat van [GEANONIMISEERD] over 2015 wordt veroorzaakt door de vrijvalwinst ter zake van de HIR. Wil deze winst verrekenen met voorvoegingsverliezen van [GEANONIMISEERD]? Hoe moet worden omgegaan met verrekening van voorvoegingsverliezen van de moeder van een fiscale eenheid als zij na fusie de enig overgebleven maatschappij is?

**Antwoord**
Artikel 15ag Wet Vpb geeft een regeling voor de verrekening van voorvoegingsverliezen na beëindiging van de fiscale eenheid. Per december 2016 luidt de tekst van artikel 15ag lid 1 Wet Vpb: “beëindiging van de fiscale eenheid ten aanzien van de moedermaatschappij.” In geval van een fusie binnen fiscale eenheid waarbij na fusie alleen de moeder nog resteert, is sprake van een einde van de fiscale eenheid. De voorvoegingsverliezen van [GEANONIMISEERD] kunnen op grond van artikel 15ag Wet Vpb dus niet verrekend worden met de positieve resultaten als gevolg van de vrijval van de HIR afkomstig van D2.

De oude tekst van artikel 15ag van voor december 2016 spreekt over “ontvoegingstijdstip van de moeder.” Bij liquidatie van een dochter als gevolg van de fusie is er volgens artikel 15aa lid 1 onderdeel b Wet Vpb geen sprake van een ontvoegingstijdstip, zodat artikel 15ag oud, gelet op de letterlijke tekst, niet van toepassing lijkt te zijn. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat artikel 15ag Wet Vpb, gelet op de ratio van deze bepaling, wel van toepassing is (zie HR november 2015, ECLI NL HR 2015 3226, BNB 2016/30).

Registratienummer: K 11 032 0029, herzien maart 2020.
Het voorgaande antwoord is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, maar het kan voorkomen dat een antwoord onjuist of niet meer actueel is. Mocht daar volgens jou sprake van zijn, neem dan contact op met de secretaris van de kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheden.

**Publicatiedatum**
06-04-2020

**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheid

**Categorie**
Fiscale eenheid

**Rubriek**
De beëindiging en de gevolgen ervan

**Subrubriek**
Met van toepassing

**Gerelateerde wet- en regelgeving**
Niet van toepassing

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *