AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de verrekening van verliezen van een stand alone vennootschap met de winst van een fiscale eenheid. Het besluit bevestigt dat verliezen verrekend mogen worden met de toekomstige winst van de fiscale eenheid, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van de Wet Vpb.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
**Beantwoording vraag kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheid en kennisgroep Bijzondere Winstbepaling**
**Nummer vraag:** 203200013
**Datum:** 10 juni 2020
**Verkorte omschrijving vraag:**
Als een stand alone vennootschap voldoet aan art 20a lid Wet Vpb, het verlies blijft dus verrekenbaar, mag dit verlies verrekend worden met toekomstige winst van de FE of alleen van de stand alone vennootschap? Bij wie wordt art 20a lid Wet Vpb toegepast, de FE of de stand alone vennootschap?
**Antwoord:**
Dit verlies mag verrekend worden met de toekomstige winst van de FE. Art 20a lid Wet Vpb is een jaarlijkse toets die op het niveau van de stand alone vennootschap moet worden toegepast.
—
**Onderbouwing**
**Vraag:**
Verliesverrekening bij een FE vloeit voort uit art 15 eerste lid jo art 20 tweede lid Wet Vpb. Art 20 tweede lid Wet Vpb is niet in de spoedreparatie meegenomen. Art 15 lid 16 en 17 Wet Vpb denken de FE weg voor toepassing van art 20a Wet Vpb. Dan dien je de verliezen per stand alone vennootschap vast te stellen. Vervolgens pas je art 20a Wet Vpb toe indien er sprake is van een belangenwijziging in belangrijke mate. In casu wordt op het moment van de belangenwijziging voldaan aan art 20a lid Wet Vpb, dus voldaan aan inkrimpingstoets en beleggingstoets. Art 20a lid Wet Vpb zorgt er dan voor dat art 20a lid Wet Vpb hoofdregel geen verliesverrekening in geval van belangenwijziging in belangrijke mate buiten toepassing blijft. Het verlies blijft dus verrekenbaar. Daarmee heb je de spoedreparatie toegepast en wordt gestopt met het wegdenken van de FE. De winst in een jaar wordt vastgesteld op FE-niveau en wordt verrekend met verliezen op naam van de moeder van de FE. Zie de MvT.
Voor de toepassing van de in het voorgestelde zestiende lid van artikel 15 Wet Vpb 1969 genoemde bepalingen wordt de fiscale eenheid in eerste instantie weggedacht. Dat heeft tot gevolg dat voor die bepalingen de winst moet worden bepaald als waren de maatschappijen van de fiscale eenheid zelfstandige entiteiten, in die zin dat de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappijen voor de toepassing van die bepalingen geen deel uitmaken van de werkzaamheden en het vermogen van de moedermaatschappij. De gevolgen hiervan worden vervolgens bij het bepalen van de winst van de fiscale eenheid in aanmerking genomen.
Hieruit valt af te leiden dat art 20a Wet Vpb stand alone wordt toegepast en de gevolgen bij de FE in aanmerking worden genomen. Indien uit art 20a Wet Vpb volgt dat verlies verrekenbaar blijft, wordt dit gevolg, het verlies blijft verrekenbaar bij de FE, in aanmerking genomen, oftewel het blijft FE-verlies dat op FE-niveau verrekend mag worden. Indien de wetgever het anders bedoeld heeft, dan had dit expliciet geregeld moeten worden. Het zou immers een verstrekkend gevolg van de spoedreparatie zijn indien toepassing van art 20a Wet Vpb ertoe zou leiden dat verlies niet langer op FE-niveau verrekend kan worden, ook al wordt voldaan aan art 20a lid Wet Vpb.
In de parlementaire geschiedenis is alleen ingegaan op de situatie dat art 20a Wet Vpb wel van toepassing is en het verlies niet langer verrekenbaar is. Er is alleen ingegaan op de situatie dat 20a wel van toepassing is en verlies dus niet langer verrekenbaar is. Zie MvT.
Voor de toepassing van het voorgestelde zestiende lid van artikel 15 Wet Vpb 1969 met betrekking tot artikel 20a Wet Vpb 1969, derhalve als ware er geen fiscale eenheid, kunnen de in dat artikel bedoelde verliezen die toerekenbaar zijn aan een maatschappij geleden voor het tijdstip waarop de in dat artikel bedoelde wijziging heeft plaatsgevonden, niet voorwaarts worden verrekend met de belastbare winst van de belastingplichtige waarin het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd als bedoeld in artikel 20a Wet Vpb 1969.
**Voorbeeld:**
Vennootschap bezit alle aandelen in vennootschap die op haar beurt alle aandelen in vennootschap bezit. Tussen en bestaat een fiscale eenheid. Zowel als verkeert in een verliespositie. Ingeval vervolgens de aandelen in en daarmee tevens indirect de aandelen van verkoopt en de fiscale eenheid in stand blijft, waarbij afzonderlijk beoordeeld niet is ingekrompen en afzonderlijk beoordeeld geldt het volgende.
De verliezen van zijn voorwaarts verrekenbaar, terwijl de verliezen toerekenbaar aan ten gevolge van de belangenwijziging bedoeld in artikel 20a Wet Vpb 1969 in samenhang met het voorgestelde artikel 15 zestiende lid Wet Vpb 1969 niet meer voorwaarts verrekenbaar zijn met de belastbare winst van.
In art 15 lid 17 Wet Vpb wordt gesproken over de belastingplichtige. De vraag kan opkomen wie daar bedoeld wordt, de stand alone vennootschap of de FE. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de stand alone vennootschap bedoeld wordt. Zie NnavV.
Op de vraag onder kan worden geantwoord dat in de eerste zin van het voorgestelde zeventiende lid van artikel 15 Wet Vpb 1969 met "de verliezen bedoeld in artikel 20a" wordt gedoeld op de verliezen van de fiscale eenheid toerekenbaar aan een belastingplichtige maatschappij als ware er geen fiscale eenheid.
De leden van de fractie van 50PLUS vragen naar een verduidelijking ten aanzien van wie in het kader van artikel 15 zeventiende lid Wet Vpb 1969 als belastingplichtige moet worden aangemerkt. Het gaat hierbij om een belastingplichtige maatschappij als ware er geen fiscale eenheid. Anders dan deze leden lijken te suggereren, is bijvoorbeeld ook een dochtermaatschappij binnen een fiscale eenheid een belastingplichtige.
De adviseur gaat er in zijn brief van uit dat in de 2e volzin met belastingplichtige bedoeld wordt de FE, onder verwijzing naar een artikel van Van Horzen. De KG kan die niet volgen, gelet op de parlementaire geschiedenis.
In het volgende voorbeeld in de NnavV is opgenomen dat indien een verlies onder 20a valt en niet langer verrekenbaar is, dit ook niet verrekend kan worden met winsten van andere FE-maatschappijen. Dat lijkt de KG logisch; in een situatie zonder FE kun je ook niet je 20a-verlies met winsten van een andere maatschappij verrekenen.
Onder wordt gevraagd naar een cijfervoorbeeld ter verduidelijking van de betekenis van de in de tweede zin van het voorgestelde zeventiende lid van artikel 15 Wet Vpb 1969 opgenomen formulering dat toegerekende verliezen niet voorwaarts worden verrekend met de belastbare winst "van de belastingplichtige waarin het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd". Tevens wordt gevraagd of voorwaartse verrekening mogelijk is met de belastbare winst van de fiscale eenheid die aan andere gevoegde maatschappijen is toe te rekenen, alsmede of kan worden ingegaan op het voorbeeld in paragraaf van eerdergenoemd artikel.
In de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel is in voorbeeld reeds ingegaan op de betekenis van de in de tweede zin van genoemd zeventiende lid opgenomen formulering dat toegerekende verliezen niet voorwaarts worden verrekend met de belastbare winst van de belastingplichtige waarin het uiteindelijke belang in belangrijke mate is gewijzigd. In het voorbeeld hierna wordt dit toegelicht.
**Voorbeeld:**
Vennootschap bezit alle aandelen in vennootschap die op haar beurt alle aandelen in vennootschap bezit. Tussen en bestaat een fiscale eenheid. Zowel als verkeert in een verliespositie. Ingeval vervolgens de aandelen in en daarmee tevens indirect de aandelen van verkoopt en de fiscale eenheid in stand blijft, waarbij afzonderlijk beoordeeld niet is ingekrompen en afzonderlijk beoordeeld geldt het volgende.
De verliezen toerekenbaar aan zijn voorwaarts verrekenbaar, terwijl de verliezen toerekenbaar aan ten gevolge van de belangenwijziging bedoeld in artikel 20a Wet Vpb 1969 in samenhang met het voorgestelde artikel 15 zestiende lid Wet Vpb 1969 niet meer voorwaarts verrekenbaar zijn met de aan toerekenbare belastbare winst van de fiscale eenheid.
Dat betekent vanzelfsprekend ook dat de verliezen toerekenbaar aan van voor de belangenwijziging na de betreffende belangenwijziging ook niet verrekenbaar zijn met winsten toerekenbaar aan na de belangenwijziging.
In genoemd voorbeeld in paragraaf van eerdergenoemd artikel wordt gesteld dat en in een navolgend jaar beide winst zouden maken en de fiscale eenheid als geheel dus ook. Het verlies toerekenbaar aan van vóór de belangenwijziging is geheel van verrekening uitgesloten, dus zowel met de winst toerekenbaar aan als met de winst toerekenbaar aan.
Dit antwoord op de eerste vraag past naar de mening van de KG ook in de ratio van de spoedreparatiewetgeving. Het doel is om per element risico weg te nemen. Verliesverrekening binnen FE an sich is niet iets waar je een beroep op de per element benadering kunt doen. Zie Holding; een buitenlandse dochter kan bijvoorbeeld niet zeggen: ja maar als ik een FE had kunnen vormen, had ik mijn buitenlands verlies kunnen verrekenen met de binnenlandse winst. Wat wel een per element risico is, is toepassing 20a en dus ook de toets van 20a lid 4 op FE-niveau. Zo kun je buitenlandse goede activiteiten bijmengen om wel te voldoen aan 20a lid. Dit is gerepareerd door in binnenlandse situatie art 20a Wet Vpb stand alone toe te passen.
—
**Vraag 2:**
Art 20a lid Wet Vpb is een jaarlijkse toets. Indien belastingplichtige een jaar niet door de toets komt omdat deze teveel beleggingen heeft, dan mag belastingplichtige dat jaar het verlies van voor de belangenwijziging waarop art 20a lid Wet Vpb van toepassing is niet verrekenen. Indien een volgend jaar wel voldaan wordt aan art 20a lid Wet Vpb, kan verlies van voor de belangenwijziging wel verrekend worden met winsten uit dat jaar, uiteraard gelet op de verliesverrekeningstermijnen. Zie ook.
Met de aanpassing van artikel 20a wordt in de eerste plaats verduidelijkt hoe artikel 20a werkt indien er na een aandeelhouderswisseling winst wordt behaald in een jaar waarin de bezittingen grotendeels uit beleggingen bestaan. In die situatie kunnen de verliezen in beginsel nog worden verrekend met een later winstjaar waarin de bezittingen niet grotendeels uit beleggingen bestaan. Tweede Kamer vergaderjaar 2001-2002, 28 034 nr 34.
Als gevolg van de spoedreparatie moet art 20a Wet Vpb stand alone toegepast worden. De term belastingplichtige in art 20a Wet Vpb is dan ook de stand alone vennootschap. Dit past ook in de ratio van de spoedreparatie. Indien art 20a lid Wet Vpb op FE-niveau zou worden toegepast, kan dit een EU-rechtelijk per element risico oproepen. Het is dan immers mogelijk om bezittingen van andere maatschappijen bij te mengen om zo te voldoen aan art 20a Wet Vpb. De spoedreparatie beoogt dat juist te voorkomen door art 20a Wet Vpb stand alone toe te passen. In de parlementaire geschiedenis bij de spoedreparatie is verder geen aandacht besteed aan art 20a Wet Vpb.
Dit antwoord leidt in dit voorbeeld tot de volgende uitwerking: FE bestaat uit moeder en de FE heeft een verlies van 100 dat volledig toerekenbaar is aan. De aandelen in worden verkocht. Op het moment van de belangenwijziging voldoet aan 20a lid. Het verlies van 100 blijft verrekenbaar met toekomstige FE-winst conform antwoord op vraag. Stel in het 2e jaar na de belangenwijziging bestaan de bezittingen van grotendeels uit beleggingen en voldoet daardoor niet aan art 20a lid Wet Vpb. In dat jaar kan het verlies van 100 niet verrekend worden met de FE-winst, aangezien in dat jaar niet voldoet aan art 20a lid Wet Vpb. Indien de bezittingen van in jaar weer goed zijn, kan het verlies van 100 wel verrekend worden met de winst van de FE.
Geef een reactie