AI-samenvatting
Deze notitie behandelt de juridische fusie tussen twee zustervennootschappen en de toepassing van de innovatiebox. De kennisgroep fusies en fiscale eenheden bevestigt dat de standaardvoorwaarden van artikel 14b niet afgegeven hoeven te worden en dat de voortbrengingskosten overgaan op de verkrijgende rechtspersoon.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Ministerie van Financiën**
**Belastingdienst Directie**
**Vaktechniek Belastingen**
**Inlichtingen**
**Aan**
dossier 2e
notitie
**Datum**
9 juni 2017
**Juridische fusie en innovatiebox**
**Notitienummer**
2017 00001067S9
**Auteur**
**Vraag**
In de mail van maart 2017 (inclusief bijlagen) krijg ik via collega [GEANONIMISEERD] van het team brieven en beleidsbesluiten vragen voorgelegd over de juridische fusiefaciliteit van artikel 14b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna Wet Vpb) en de toepassing van de innovatiebox. In feite komt het neer op de volgende vragen:
1. Meet de behandelend inspecteur standaardvoorwaarden van artikel 14b derde lid van de Wet Vpb afgeven?
2. Gaan de nog in te lopen voortbrengingskosten van de innovatiebox in het kader van de juridische fusie over op de verkrijgende rechtspersoon?
Collega [GEANONIMISEERD] en ik zijn van mening dat dit vragen zijn die thuis horen bij de kennisgroep fusies en fiscale eenheden. Om een voorzet te geven zouden volgens ons beide vragen met “ja” beantwoord moeten worden. De kennisgroep is het eens met onze zienswijze.
Hierna volgt de casusbeschrijving, onderdeel de voorzet voor de beschouwing, onderdeel en het oordeel van de kennisgroep fusies en fiscale eenheden, onderdeel.
**Casusbeschrijving**
De casus is als volgt:
Twee zustervennootschappen willen met terugwerkende kracht tot januari 2017 juridische fuseren. De verdwijnende vennootschap heeft in 2016 een immaterieel actief voortgebracht onder de WBSO. Voor 2016 wil deze vennootschap nog geen gebruik maken van de innovatiebox. Ze is voornemens om in 2017 wel gebruik te maken van de innovatiebox.
De adviseur is van mening dat hij gebruik kan maken van de juridische fusiefaciliteit van artikel 14b tweede lid van de Wet Vpb. Dit is zonder afgifte van de standaardvoorwaarden van artikel 14b derde lid van de Wet Vpb. Als motivering wordt aangegeven dat de adviseur van mening is dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in artikel 12b van de Wet Vpb. Ik kan dit niet plaatsen. Mogelijk speelt daarbij een rol dat bij de verdwijnende vennootschap op januari 2017 nog geen gebruik wordt gemaakt van de innovatiebox.
**Voorzet beschouwing**
Om een voorzet te geven kijken wij er in het kort als volgt tegenaan:
Antwoord vraag 1a: op grond van artikel 14b tweede lid van de Wet Vpb (aangepaste wettekst vanaf januari 2017 uit Belastingplan 2017) mag bij geen van de rechtspersonen, noch verdwijnende rechtspersoon, noch verkrijgende rechtspersoon, aanspraak bestaan op toepassing van de innovatiebox. Het maakt niet uit dat de verdwijnende rechtspersoon vóór de juridische fusie geen gebruik maakt van de innovatiebox. Het gaat om de aanspraak op toepassing van de innovatiebox bij de verdwijnende rechtspersoon. En deze aanspraak bestaat wel al. Er is dan niet voldaan aan bovengenoemde voorwaarde, zodat de standaardvoorwaarden van artikel 14b derde lid van de Wet Vpb afgegeven moeten worden.
Antwoord vraag 1a: waarschijnlijk gaan de voortbrengingskosten ook zonder standaardvoorwaarden al over op de verkrijgende rechtspersoon op grond van de algemene indeplaatsstellingsregel in artikel 14b tweede lid van de Wet Vpb. Nu sprake is van de situatie van artikel 14b derde lid van de Wet Vpb worden voorwaarden gesteld voor de innovatiebox (beleidsbesluit van 27 januari 2015 met nummer BLKB2015 34M bijlage voorwaarde 2a). Voorwaarde 2a lid ziet op de overdracht van de in te lopen voortbrengingskosten aanwezige saldo.
De verwijzing in voorwaarde 2a naar artikel 12b zesde lid van de Wet Vpb klopt echter niet meer. Dit betreft de vaststelling bij voor bezwaar vatbare beschikking van het saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten. Deze bepaling staat vanaf januari 2017 (Belastingplan 2017) in artikel 12bc tweede lid van de Wet Vpb. De vraag is of deze verwijzing in voorwaarde 2a aangepast moet worden. In casu maakt de verdwijnende rechtspersoon op januari 2017 nog geen gebruik van de innovatiebox. Er is dan nog geen saldo van de nog in te lopen voortbrengingskosten bij de verdwijnende rechtspersoon dat door de inspecteur op grond van artikel 12b zesde lid 12bc tweede lid van de Wet Vpb is vastgesteld. Deze foute verwijzing lijkt dus geen probleem.
De van belang zijnde vraag is of bij de verkrijgende rechtspersoon, als hij de innovatiebox gaat toepassen, voor de berekening van de voortbrengingskosten in de zin van artikel 12b zesde lid 12bc tweede lid van de Wet Vpb rekening moet worden gehouden met door de verdwijnende rechtspersoon al gemaakte kosten. Het antwoord is ja. Hij kan alleen maar de innovatieboxfaciliteit krijgen als hij geldt als de voortbrenger van het activum. Dus voor de toegang van artikel 12b eerste lid 12b van de Wet Vpb moet hij de status van voortbrenger van de verdwijnende rechtspersoon overnemen. Dat doet hij via plaatsvervanging. En als via plaatsvervanging de eerdere voortbrenging door de verdwijnende rechtspersoon wordt aangemerkt als voortbrenging door de verkrijgende rechtspersoon, dan geldt dit natuurlijk ook voor de voortbrengingskosten die de verdwijnende rechtspersoon heeft gemaakt.
Tot slot merk ik op dat binnen het team brieven en beleidsbesluiten wordt gewerkt aan aanpassing van de beleidsbesluiten fusies en splitsingen aan de wijzigingen van de innovatiebox (Belastingplan 2017). In het juridische fusiebesluit wordt voorwaarde 2a waarschijnlijk vervangen. Dit naar analogie van de wijziging van artikel 7a Besluit fiscale eenheid 2003 in verband met de wijzigingen van de innovatiebox. Artikel 7a Toepassing innovatiebox na voeging luidt: In geval van voeging van een maatschappij treedt de fiscale eenheid voor de toepassing van afdeling van de wet in de plaats van die maatschappij.
**Oordeel kennisgroep fusies fiscale eenheden**
Deze notitie is besproken tijdens de vergadering van de kennisgroep fusies en fiscale eenheden. Zij is het eens met bovenstaande zienswijze. Beide vragen kunnen bevestigend beantwoord worden.
Geef een reactie