AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een liquidatieverlies na de voltooiing van de vereffening kan worden genomen. De ruling concludeert dat dit niet mogelijk is en dat het verlies alleen in het jaar van vereffening in aanmerking kan worden genomen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
**2e MKB Eindhoven Kennisgroep**
**Deelnemingsvrijstelling**
**Telefoonnummer**
**per mail**
**mailadres**
**Datum**: 25 September 2020
**Ons kenmerk**: 20 023 0014
**Bijlagen**
**Betreft**: Vraag aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling
Beste,
Je hebt een vraag gesteld aan de Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling. In de bijlage tref je het antwoord en de beschouwing aan op deze vraag. Binnen de Kennisgroep heeft [GEANONIMISEERD] de vraag behandeld.
Als je over het antwoord of de beschouwing nog vragen hebt, aarzel dan niet om contact op te nemen. Mijn contactgegevens staan bovenaan deze brief.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
—
**20 023 0014**
**Eerst op het tijdstip en uiterlijke moment aftrek liquidatieverlies (13d lid 11)**
**Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling**
**Datum**: 25 September 2020
**Behandelaar**: [GEANONIMISEERD]
**Vraag**
Kan een liquidatieverlies in een jaar worden genomen na het jaar waarin de vereffening is voltooid?
**Antwoord**
Nee. Een liquidatieverlies kan slechts in een jaar in aanmerking worden genomen, namelijk het jaar waarin de vereffening is voltooid.
**Casus**
De casus laat zich in essentie eenvoudig samenvatten. Een belastingplichtige hield de aandelen in een buitenlandse deelneming waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing was. De betreffende deelneming is in [GEANONIMISEERD] geliquideerd. In dat jaar was de vereffening voltooid en had de belastingplichtige een liquidatieverlies mogen nemen. Echter, tot [GEANONIMISEERD] bleef de liquidatie onopgemerkt. In dat jaar wenst de belastingplichtige het verlies alsnog in aanmerking te nemen met een beroep op de foutenleer.
**Beschouwing**
De regeling met betrekking tot het nemen van een verlies uit hoofde van de liquidatie van een deelneming is geregeld in artikel 13d Wet Vpb 1969. Voor deze vraag is volgens de Kennisgroep van belang dat het jaar waarin het liquidatieverlies in aanmerking moet worden genomen in de wet is geregeld. Het huidige artikel 13d lid 11 Wet Vpb 1969 knoopt namelijk aan bij het feit waarop de vereffening is voltooid.
De Kennisgroep is van mening dat hiermee zowel het eerste als het laatste moment is bepaald waarop een liquidatieverlies in aanmerking kan worden genomen. Een naderend liquidatieverlies zou op basis van de voorzichtigheid als een van de elementen van goed koopmansgebruik mogelijk ook al in een eerder jaar in aanmerking kunnen worden genomen, maar dat heeft de wetgever niet gewild. In het jaar waarin de vereffening is voltooid staat zowel de liquidatie als de liquidatie-uitkering vast en dat is het jaar waarin het verlies in aanmerking moet worden genomen.
Het woord "eerst" in artikel 13d lid 11 onderdeel Wet Vpb 1969 heeft niet de betekenis van dat jaar of enig ander later jaar. Dit kan ook worden afgeleid uit het feit dat de tekst dwingend voorschrijft dat op het moment van vereffening het verlies moet worden genomen. Zou dit niet het geval zijn, dan zou dit tot onlogische consequenties leiden. Allereerst is er in enig later jaar namelijk geen deelneming meer en dus ook geen enkel aanknopingspunt om een verlies aan op te hangen. Ten tweede zou deze interpretatie de mogelijkheid openen om het verlies in aanmerking te nemen in enig jaar dat het belastingplichtige zou uitkomen. Dat kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest.
—
**20 023 0019 Afwaardering vendor loan (13)**
**Behandelaars**: [GEANONIMISEERD]
**14 oktober 2020**
**Vraag**
Is de vendor loan te kwalificeren als een earn-outregeling op grond van artikel 13 lid Wet Vpb 1969? Wat is voor het bepalen van de opbrengst van de deelneming de waarde van deze vendor loan?
**Antwoord**
De vendor loan valt in casu niet onder artikel 13 lid Wet Vpb 1969. Er is in casu namelijk geen sprake van een verbintenisrechtelijke onzekerheid. De vendor loan moet worden gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer op het moment dat de deelneming wordt overgedragen. Dat deel behoort tot de vrijgestelde opbrengst van de deelneming. Wel gaat de rente pas in na [GEANONIMISEERD]. Dat geeft aanleiding de nominale waarde te verminderen met de gemiste rente tot de contante waarde. De contante waarde is de opbrengst van de deelneming. De aangroei naar de nominale waarde is dan een belaste opbrengst. Verdere rentebetalingen en waardemutaties van de vordering vallen onder het normale winstregime.
**Casus**
[GEANONIMISEERD]
**Beschouwing**
Ingevolge de wettekst van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 is een beoordeling per element van de koopsom vereist. In de bewoordingen indien een deelneming is vervreemd of verkregen tegen een prijs welke geheel of ten dele bestaat uit een recht op een of meer termijnen behoren bij de vervreemder de waardeveranderingen van dat recht tot de voordelen uit hoofde van de deelneming. Het ligt besloten dat of sprake is van een earn-out per onderdeel van de koopsom moet worden beoordeeld.
Is de vendor loan te kwalificeren als een earn-out regeling? Voor de toepassing van artikel 13 lid Wet Vpb 1969 dienen de volgende drie cumulatieve kernelementen te zijn overeengekomen:
1. Er is sprake van een prijs.
2. Deze prijs bestaat uit een recht op een of meer termijnen.
3. Het aantal dan wel de omvang van die termijnen staat in het jaar van vervreemding of verkrijging nog niet vast.
**Prijs**
Behoort de vendor loan tot de prijs? Het is aannemelijk dat er een onverbrekelijke samenhang bestaat tussen de koopovereenkomst en de leningsovereenkomst. De vordering vormt dan ook een deel van de tegenprestatie bij de verkoop en is de prijs als bedoeld in artikel 13 lid Wet Vpb 1969.
[GEANONIMISEERD]
**Termijnen en onzekerheid**
In de vendorloanovereenkomst is het aantal en de omvang van de termijnen [GEANONIMISEERD]. Daarnaast staat ook de omvang van de totale prijs vast te weten [GEANONIMISEERD]. De additionele betalingen van [GEANONIMISEERD] staan ook vast. Gelet op het voorgaande bestaan de vendor loan en de uitgestelde betalingen uit vaste contractuele aflossingen en is er geen verbintenisrechtelijke onzekerheid op grond waarvan artikel 13 lid Wet Vpb 1969 van toepassing is.
**Aanvullend Goederenrechtelijke onzekerheid**
Ondanks bovenstaande conclusie dat er geen sprake is van verbintenisrechtelijke onzekerheid zou de adviseur nog kunnen betogen dat een vordering onder artikel 13 lid Wet Vpb 1969 valt indien de terugbetaling van de vordering feitelijk in grote mate afhankelijk is van de resultaten van de verkochte deelneming en er geen andere bronnen zijn waaruit de vordering kan worden voldaan. Op dit moment is er echter nog geen jurisprudentie waarin deze goederenrechtelijke onzekerheid leidt tot toepassing van artikel 13 lid Wet Vpb 1969. De Kennisgroep Deelnemingsvrijstelling heeft hierover ook nog geen definitief standpunt ingenomen.
Mocht de adviseur deze stelling toch inbrengen, dan kan daar in casu het volgende tegengeworpen worden: [GEANONIMISEERD].
Wat is voor het bepalen van de opbrengst van de deelneming de waarde van de vendor loan? Gelet op de feiten en omstandigheden lijkt het hier te gaan om een vendor loan met een zakelijk rentepercentage en aflossing en gebruikelijke zekerheden. Er zijn geen feiten en omstandigheden bekend die tot een andere conclusie leiden. In dat geval is de contante waarde gelijk aan de nominale waarde. Wel gaat de rente pas in na verloop van [GEANONIMISEERD]. De nominale waarde te verminderen met de gemiste rente tot contante waarde. De aangroei naar de nominale waarde is dan een belaste opbrengst.
[GEANONIMISEERD]
**Bronnen**
**Wet en regelgeving**
Artikel 13 lid Wet Vpb 1969: Indien een deelneming of een deel daarvan is vervreemd of verkregen tegen een prijs welke geheel of ten dele bestaat uit een recht op een of meer termijnen waarvan het aantal of de omvang in het jaar van de vervreemding of de verkrijging nog niet vaststaat, behoren bij de vervreemder de waardeveranderingen van dat recht en bij de verkrijger de waardeveranderingen van de met dat recht corresponderende verplichting tot de voordelen uit hoofde van de deelneming. De eerste voorwaarde is van overeenkomstige toepassing bij aanpassingen van de prijs waartegen is vervreemd of verkregen. Voorts is die voorwaarde van overeenkomstige toepassing op de houder van een deelneming van wie door de vennootschap waarin de deelneming wordt gehouden aandelen zijn ingekocht.
**Parlementaire geschiedenis**
De earn-outregeling is ingevoerd met ingang van januari 2002. Wetsvoorstel 28034 Belastingplan 2002 II Economische infrastructuur. In de wetsgeschiedenis is over deze wetswijziging het volgende opgemerkt: Dit wetsvoorstel bevat een aanpassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting voor de situatie waarin een deelneming wordt verkocht tegen een zogenoemde earn-outregeling. Dat is een verkoopovereenkomst waarbij de prijs van de deelneming ten dele bestaat uit een recht op toekomstige uitkeringen waarvan het totale bedrag onzeker is. Gaan koper en verkoper uit van een verschillende schatting, dan kan dat leiden tot langdurige discussies met de inspecteur. Vanuit de praktijk is daarom meermalen aangedrongen op een wettelijke regeling waarbij de waardeontwikkeling van het als tegenprestatie verkregen recht onder de deelnemingsvrijstelling wordt gebracht. De voorgestelde regeling voorziet daarin.
**Jurisprudentie**
[GEANONIMISEERD]
—
**VERTROUWELIJK**
**Pagina van 1804167 00061**
Geef een reactie