AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de doorschuifregeling op een indirect aandelenbelang van gehuwde echtgenoten na het overlijden van mevrouw Y. De ruling bevestigt dat de doorschuifregeling kan worden toegepast, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, en bespreekt de relevante artikelen van de Wet IB 2001.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Vraag van 2s**
**Datum vraag:** 12 oktober 2020
**Datum antwoord:** 8 januari 2021
**Betreft:** De toerekening van een door in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten indirect gehouden aandelenbelang ten behoeve van de doorschuifregeling artikel 17a lid Wet IB 2001
**Situatie**
Voor een uitgebreide beschrijving van de casus wordt verwezen naar het document van de vragenstellers. Onderstaand is de situatie verkort weergegeven.
De heer en mevrouw zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben samen een zoon en een dochter. De heer heeft BV, hierna BX, in 1981 opgericht en toen samen met mevrouw alle aandelen in deze vennootschap verkregen.
BX houdt [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD]
De activa van BBX behoren de onroerende zaken aan de straat [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD]
Het belang in BBX een aandelenbelang van [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD]
BX is een geexploiteerd materiële onderneming gevestigd in de [GEANONIMISEERD]. Deze worden door [GEANONIMISEERD] van BBX gehuurd.
[GEANONIMISEERD]
Onroerende zaken aan de straat [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD]
BX heeft vervolgens op [GEANONIMISEERD] overgedragen aan Holding Dochter BV, de holding van de dochter van de heer en mevrouw. Zie het structuunschema op pagina [GEANONIMISEERD] van het document dat vragenstellers hebben ingediend.
[GEANONIMISEERD]
**Overlijden mevrouw**
Mevrouw is op [GEANONIMISEERD] overleden. In haar testament heeft zij de heer tot haar enig erfgenaam benoemd onder bezwaar van een tweetrapsmaking ten gunste van haar kinderen als verwachters en een bedrag in contanten ter grootte van de vrijstelling in de erfbelasting aan haar kinderen gelegateerd.
Krachtens huwelijksvermogensrecht is vanwege haar overlijden sprake van een fictieve vervreemding van de helft van de aandelen in BX op grond van artikel 16 lid onderdeel van de Wet IB 2001. De erven wensen op deze vervreemding de doorschuifregeling toe te passen. Zij zijn van mening dat de panden van BBX ondernemingsvermogen vormen omdat vanwege het [GEANONIMISEERD] belang van BX in BBX en [GEANONIMISEERD] belang in [GEANONIMISEERD] de bezittingen en schulden van BBX en [GEANONIMISEERD] toegerekend mogen worden aan BX op grond van artikel 17a lid aanhef en onderdeel van de Wet IB 2001.
**Toedeling van de aandelen van de heer aan de nalatenschap**
De heer is voornemens zijn onverdeelde helft van de aandelen in BX zijn aandeel in de huwelijksgemeenschap toe te delen aan de nalatenschap van mevrouw. De overige bestanddelen uit de huwelijksgemeenschap zullen in ruil daarvoor onder schuldigerkenning aan de heer worden toebedeeld. Vervolgens is de heer voornemens afstand te doen van zijn gerechtigheid tot de nalatenschap volgens het testament. De erven wensen hiervoor ook de doorschuifregeling toe te passen.
Wellicht legaat pas opeisbaar is bij het overlijden van de heer en vanaf haar sterfdag 6,56% samengestelde rente per jaar draagt welke eveneens eerst bij het overlijden van de heer opeisbaar zal zijn.
**Beschouwing**
In deze casus doen zich relevante momenten voor:
– Overlijden mevrouw
– Verdeling huwelijksgemeenschap
– Verdeling nalatenschap
Het begrip aanmerkelijk belang is in artikel [GEANONIMISEERD] van de Wet IB 2001 als volgt gedefinieerd:
De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien hij al dan niet tezamen met zijn partner direct of indirect voor ten minste [GEANONIMISEERD] van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.
[De tekst gaat verder met juridische overwegingen en bepalingen met betrekking tot aanmerkelijk belang, huwelijksgoederenregime, en de toepassing van de doorschuifregeling.]
**Bijlage**
In Bedrijfsopvolging voor de IB-ondernemer en DGA sinds 2010 staat hierover:
In gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten. Bijzondere aandacht vraagt de positie van in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten. Voor de AB-regeling kwalificeren beide echtelieden namelijk als AB-houder zodat het kan gebeuren dat louter door de huwelijksgoederengemeenschap geen van de echtgenoten zelfstandig een aanmerkelijk belang heeft.
[De bijlage bevat verdere uitleg en voorbeelden over de toepassing van de wetgeving in specifieke situaties.]
Geef een reactie